Derek Senn: How could a man

 
 

Van beroep is hij makelaar in San Luis Obispo, een stadje aan de Californische westkust ergens tussen San Francisco en Los Angeles, maar in zijn vrije tijd maakt hij muziek. En hoe! Zijn onlangs verschenen cd How Could A Man, zijn derde in vijf jaar, is een ongelooflijk veelzijdige en absoluut briljante plaat die met geen mogelijkheid in een hokje te plaatsen valt. Op CD Baby wordt de muziek van Derek Senn omschreven als alternative folk en americana, maar je kunt het net zo goed pop, rock of rootsrock noemen.

Het heeft een draaibeurt of acht, negen (in drie dagen) geduurd voor het kwartje viel en er een paar namen opborrelden van, eveneens uit Californië afkomstige, groepen. Soms hoor je een beetje Cracker (Berkely To Bakersfield) en soms ook klinken er flarden door van een geweldige band die niemand kent maar iedereen zou moeten kennen, The Sorentinos. En het magistrale Pretty Things doet, vanwege de mondharmonica, in de verte zelfs een beetje aan Neil Young denken.

De muziek die Senn maakt is soms redelijk stevig (The Oil Oligopoly), maar meestal toch vrij ingetogen. Op twee nummers (The Song Mine en Some Chase A Girl) hoor je slechts Senn die zichzelf begeleidt op de akoestische gitaar. Meestal echter is de aankleding veel voller. Naast bas, drums, harmonica en elektrische en akoestische gitaren is een behoorlijke batterij aan toetseninstrumenten (wurlitzer, juno, moog, mellotron, B3 organ, rhodes) in de strijd gegooid. En als dan ook nog de composities groots (met een grote G) zijn, dan kun je wel zeggen dat we hier – oké, we zijn pas halverwege het jaar – te maken hebben met een album dat in 2019 moeilijk te overtreffen zal zijn.

Senn is geen wonderkind die op z’n vijfde al met gitaren zat te pielen. Hij was al in de twintig toen hij de muziekzaken een beetje serieuzer ging aanpakken. De zanger/gitarist, inmiddels tegen de vijftig lopend, speelde aanvankelijk alle instrumenten zelf op de twee lofi-platen die hij in de eerste jaren van dit decennium in elkaar knutselde en die in mini-oplages (slechts voor vrienden en familie) werden geperst. Na twee cd’s aanklooien vroeg hij zijn vrouw Melanie of die een potje wilde drummen op zijn liedjes. Van het een kwam het ander en niet lang daarna was het punkduo The Wedding Industrial Complex geboren. Cd’s werden er niet gemaakt maar tussen de bedrijven door – Melanie ging zich meer toeleggen op het schrijven en het echtpaar kreeg twee zoons - werd er wel zo nu en dan met veel plezier maar met niet al te veel ambities opgetreden.

Uiteindelijk wilde Senn de zaken toch wat voortvarender aanpakken en besloot hij rond 2010 als soloartiest verder te gaan. Na twee platen onder productionele leiding van John Vanderslice, uitgebracht in 2014 en 2016, werd solo-cd nummer drie, How Could A Man, gemaakt in samenwerking met Damon Castillo.

Zoals reeds gememoreerd is het resultaat verbluffend. De muziek is schitterend en de verhalen die hij vertelt, zijn ongelooflijk knap, doorwrocht en vaak ook heel geestig. Je zou bijna zeggen, vrij naar de titel van de plaat: hoe kan iemand zo’n goeie cd maken. Een favoriet nummer eruit pikken, is dan ook onmogelijk. Gewoon geweldig!

Review
Paul Heyblom
Derek Senn
How could a man
Label: 
Derek Senn
Releasedatum: 
10-5-2019
De muziek is schitterend en de verhalen die hij vertelt, zijn ongelooflijk knap, doorwrocht en vaak ook heel geestig