Dead Can Dance: Dionysus

 
 

Begin jaren tachtig ontving ik van een bekende concertpromotor een aanbieding voor een optreden van een Engelse groep in het Leids Vrijetijds Centrum. Na zijn wonderlijke omschrijving van de groep - “een knul en een meid uit een dorp kleiner dan mijn vuist die het met elkaar doen” - bleek het om de Cocteau Twins te gaan. Als voorprogramma voor hun optreden fungeerde de uit Australië afkomstige groep Dead Can Dance. Als mijn geheugen mij goed dient, deed de kwaliteit van het concert van het voorprogramma beslist niet onder voor die van de hoofdact. In de beginjaren van hun carrière manifesteert de groep zich direct al als een aparte verschijning in het landschap van de toenmalige muziekscene. Rond de vocalen van Brendan Perry en Lisa Gerrard weven de groepsleden een uniek muzikaal tapijt met stijlinvloeden uit de folkmuziek, ambient pop, wereldmuziek, avant garde pop en darkwave. Hun jongst album Dionysus verschijnt zes jaar na zijn voorganger Anastasis en markeert een periode van hernieuwde samenwerking tussen Perry en Gerrard die in 1998 de stekker uit hun gezamenlijke project hadden getrokken. De oosterse toonreeksen en instrumentaties die voor een groot deel het klankbeeld bepaalden van Anastasis krijgen een vervolg op Dionysus. Opgedragen aan de Griekse wijngod is Dionysus een overwegend instrumentale plaat die bol staat van de invloeden uit de traditionele volksmuziek uit de landen rond de Middellandse Zee. De musici van Dead Can Dance zijn al gedurende hun hele carrière bezig stilistische invloeden, karakteristieke vocalen en akoestische instrumentaties uit de contreien van de wereldmuziek een plek te geven in de opmaak van hun eigenzinnige liedjes. Op Dionysus laten ze horen dat ze dat kunstje nog altijd uitstekend verstaan.

Review
Koos Gijsman
Dead Can Dance
Dionysus
Label: 
PIAS