.
Geschreven door Johan Doove

“Some things are too personal
Too intimate to spill
And gentlemen don’t speak of them
And this one never will”
Het is een oude kwestie, maar één die blijft boeien: gaat de tekst nou over de zanger zelf, of half, of een klein beetje, of bestaat zij uit louter verzinsels? Anders gezegd, hoe persoonlijk kan een tekst zijn? Er klinken grofweg twee antwoorden aan de uiteinden van het spectrum:
Eén: alle liedjes zijn autobiografisch. Een auteur schrijft altijd over wat hij zelf heeft beleefd. Zo niet in zijn eigen leven, dan in dat van zijn omgeving. Het verhaal dat hij heeft opgepikt van een praatgrage dronkelap in de kroeg. De anekdote die hij aantrof in een locale krant. De film op tv die hem raakte. Het is altijd zijn keus, gebaseerd op het stofje dat ergens zijn pad kruiste of rond dwarrelde in zijn brein.
Twee: geen enkel liedje is autobiografisch. Een auteur schrijft altijd over wat hij heeft verzonnen of waargenomen, maar de luisteraar vult zelf in wat dit voor hem of haar betekent. Een liedje over privé-zaken is zinloos, want de luisteraar kent jouw persoonlijke sores niet; ze gaan hem niet aan, en hij kan er niets mee.
Laten we een grote tekstschrijver nemen. Declan Patrick Aloysius McManus. Na Randy Newman misschien wel de grootste in de popmuziek. McManus heeft zijn naam niet mee, en veranderde die daarom snel in Elvis (naar Presley) Costello (naar zijn moeder). Al direct, op zijn eerste single eind jaren zeventig, maakt Costello duidelijk dat hij geen gewone teksten schrijft, in de sensuele reggae ‘Watching The Detectives’: een dame kijkt naar een spannende detective op tv (“She filing her nails, while they’re dragging the lake”), terwijl haar minnaar tegelijkertijd haar geheimen ontrafelt (“Though it nearly took a miracle to get you to stay. It only took my little fingers to blow you away”).
Costello kan dus schrijven, en hij meet zich in die hoogtijdagen van de punk slim het imago van een ‘angry young man’ aan. Maar zijn teksten zijn allerminst die van een ongeletterde puber. Ze imponeren door hun scherpte, duizelingwekkende woordspelingen, razend knappe rijmvormen, en bijna literaire perfectie. Ze bieden bijtende spot, nietsontziend sarcasme, messcherpe maatschappijkritiek (‘Night Rally’, ‘Shipbuilding’), maar bovenal genadeloze analyses van de intermenselijke relaties, hoe pijnlijk ook. De auteur schuwt daarbij geen enkel onderwerp, inclusief zijn eigen privé leven.
Medio jaren tachtig is het huwelijk van de voormalige computerprogrammeur op de klippen gelopen, en dat lijkt te weerklinken in zijn songs. Al is dat nooit helemaal duidelijk, want menige tekst staat bol van de dubbelzinnigheden of is voor gewone stervelingen volstrekt onbegrijpelijk. Maar in één lied verraadt de auteur zelf de achtergrond door de veelzeggende titel ‘Home Truth’. Naar verluidt ontraadt een vriend hem nog zijn vuile was ten overstaan van alle luisteraars buiten te hangen, maar de eigenzinnige Costello doet het toch:
“I hung up the phone tonight
Just as you said “I love you”
Once this would have been coincidence
Now these things start to bother me
You still close your eyes when I kiss you
And I close mine too
But we didn’t open them again
Quite as wide as we should”
De dreiging van de teloorgaande relatie kun je hier al bijna voelen. Het loopt dan ook uit op “This is where the home truth ends”. Hetzelfde thema komt een plaat later terug in één van zijn allerbeste songs, het schitterende countrygetinte ‘Indoor Fireworks’:
“We play these parlour games
We play at make believe
When we get to the part where I say I’m going to leave
Everybody loves a happy ending, but we don’t even try
We go straight past pretending
To the part where everybody loves to cry”
Heftig. En echt van toepassing op zijn eigen huwelijk? De meeste auteurs ontkennen iedere autobiografische connectie. Maar toeval kan het nauwelijks zijn, als het thema van de songs in de tijd exact samenvalt met de privé-beslommeringen. Costello scheidt medio jaren tachtig van zijn eerste vrouw, en hertrouwt met ex-Pogues bassiste Caitlin O’Riordan.
Maar rond de eeuwwisseling loopt ook die relatie stuk. En het patroon herhaalt zich. Painted With Memory, zijn grootmeesterlijke samenwerkingsproject met Burt Bacharach uit 1998, bevat al diverse donkere liefdesliedjes (‘In The Darkest Place’, ‘This House Is Empty Now’, ‘God Give Me Strenght’), maar nog met een berustende ondertoon. Het zwarte North (2003) daarentegen klinkt als een regelrechte scheidingsplaat:
“You left me standing alone
Although I thought we could not be parted
Now if I’d only known
That this would be the last loving remark
You left me in the dark”
Eigenlijk had ik Costello muzikaal al afgeschreven. Teveel semi-klassieke miskleunen, het matige When I Was Cruel (2002), het totaal mislukte Momofuku (2008). The Delivery Man (2004) en The River In Reverse (2006), zijn samenwerkingsproject met de door de orkaan Cathrina geruïneerde Allen Toussaint, waren aardig, maar beide toch maar half geslaagd. Daarom vormt Secret, Profane & Sugarcane (2009) juist zo’n prettige verrassing.
Secret is een volbloed countryplaat. Getuige de keus aan begeleiders, de crème de la crème uit Nashville, met Jerry Douglas op dobro, Dennis Crouch op bas, Stuart Duncan op fiddle en Mike Compton op mandoline. Maar vooral door de liedjes die, zoals het hoort in de country, het relatieleed feilloos blootleggen. Met als hoogtepunt het samen met Loretta Lyn geschreven ‘I Felt The Chill’:
“I felt the chill before the winter came
I suffered the pain and then accepted the shame
I will have lost your love by the end of this sad refrain”
‘Chill’ bevat werkelijk alles wat een relatiesong geloofwaardig maakt. Liefde, bedrog, pijn, schuld, boete, schaamte, en allemaal verwoord zonder grote woorden, maar met een subtiel gevoel voor detail (“Well, there’s a difference in the way that you kissed me. And there’s a sadness in your eyes that you can’t hide”).
‘Chill’ is Costello op zijn best, maar verwijst hij hierin ook naar zijn eigen amoureuze escapades? Ik betwijfel het. De man is inmiddels voor de derde keer getrouwd, ditmaal met de Canadese schoonheid Diana Krall, tevens jazz zangeres en pianiste. Het is me een raadsel hoe zo’n vijftiger – al duidelijk in verval en niet bepaald moeders mooiste – zo’n stuk aan de haak heeft kunnen slaan (jawel, u proeft hier een vleugje jaloezie), maar feit is dat de man gelukkig thuis op de bank zit en op de kersverse tweeling past.
Nee, ditmaal heeft Costello zijn privé-aangelegenheden niet in een eigen lied onder woorden gebracht. De sluwe oude vos heeft er een lied van een ander aan gewijd. Secret sluit namelijk af met ‘Changing Partners’ van Lawrence Coleman en Joseph Darion, en anders dan de titel doet vermoeden, wil de hoofdpersoon in het lied juist niet van partner veranderen, behalve in de dans zolang zijn geliefde in andermans armen ligt:
“Though we danced for one moment and too soon we had to part
In that wonderful moment somethin’ happened to my heart
So I’ll keep changing partners till you’re in my arms and then
Oh, my darlin’ I will never change partners again”
Een verraderlijk onschuldig happy end. Met een autobiografische knipoog? Laat ik het erop houden dat de waarheid in het midden ligt.
Johan Doove
Inspiratie:
● Home Truth – Elvis Costello (Goodbye Cruel World, 1984)
● Indoor Fireworks – Elvis Costello (King Of America, 1986)
● Let Me Tell You About Her – Elvis Costello (North, 2003)
● I Felt The Chill – Elvis Costello (Secret, Profane & Sugarcane, 2009)
● Changing Partners – Elvis Costello (Secret, Profane & Sugarcane, 2009)