A Little Drop Of Poison

 

“I like my town
With a little drop of poison”


Hoewel ik een stadsmens ben, woon ik in dorp. Ik vind het heerlijk om in Voorschoten te wonen. Voor al mijn boodschappen kan ik om de hoek terecht. Ik kom onderweg bekenden tegen die mij vriendelijk groeten. En ik weet precies welke middenstanders mij goed gaan behandelen en welke niet.

Voor al mijn bescheiden noden kan ik in mijn eigen dorp terecht, behalve één: mijn uit de hand gelopen muziekverslaving. De plaatselijke Music Store heeft een abominabel slechte collectie, al kun je er voor Jan Smit en Frans Bauer prima terecht. Toch kan ik de verleiding niet weerstaan er af en toe binnen te lopen, wat steevast uitloopt op een deceptie. Zo wist ik laatst dat de nieuwe Tom Waits net uit moest zijn, en waagde ik een nieuwe poging.

Met Tom Waits heb ik een haat/liefde-verhouding. Ik houd van ’m vanaf zijn eerste LP, Closing Time uit 1973, en ik houd nog steeds van klassiekers als ‘Martha’, ‘Ol’ 55’, ‘Tom Traubert’s Blues’ en ‘Jersey Girl’. Ik was erbij toen Waits in mei 1976 zijn eerste concert in ons land gaf, in Café Américain op het Amsterdamse Leidseplein. Toen ik in 1985 een van mijn Grote Vlammen ontmoette, schreef ik haar een klein briefje met de tekst van een liedje van Tom: ‘I Hope That I Don’t Fall In Love With You’.

Waits maakte in de jaren zeventig zeven prachtplaten, en veranderde toen zijn stijl. Dat deed hij vermoedelijk vooral door gebrek aan commercieel succes. Daarna kwam hij op de proppen met Swordfishtrombones (1983), Rain Dogs (1985) en Frank’s Wild Years (1987). Een briljante trilogie in een unieke “potten-en-pannen”-stijl, die hij daarna nooit meer zou veranderen. Wel bleef hij – bij vlagen – schitterende liedjes afscheiden.

Wat ik niet leuk vind aan Tom, is dat hij zich later volledig distancieerde van zijn oude werk, en dat nooit meer speelt. Volkomen ten onrechte, want dat oude werk doet kwalitatief niet onder voor zijn recentere producties, en het bevat alle kiemen van de latere vruchten. Het is alsof je jezelf verloochent door zo openlijk afstand te doen van je eigen geesteskinderen.

Verder vind ik Tom een aansteller en een oplichter. Zo heeft hij eens verklapt dat hij in het begin van zijn carrière erg zijn best heeft gedaan om zijn stem geforceerd zwaar te laten klinken, wat ook is gelukt. Die beroemde, zware stem, die hij op Orphans zijn “belangrijkste instrument” noemt, is dus geen natuurlijke gift – zoals te horen op de Early Years-platen – maar een zorgvuldig ingestudeerd en gekoesterd trucje, onderdeel van een gelikte gimmick.

Dat geldt ook voor Tom’s teksten. Die koketteren al sinds het begin met de zelfkant van de samenleving. Met dronkaards, hoeren, misdadigers, krankzinnigen, drugsverslaafden en andere randfiguren. Dat lijkt heel interessant allemaal, maar ik vind dat gedweep met die zelfkant in de loop der jaren steeds minder geloofwaardig. Volgens mij ontmoet Waits nooit zo’n minder bedeelde medemens.

Tom Waits is een Californische miljonair met een voor onbevoegden ontoegankelijke, riante eigen woning. Hij is braaf getrouwd en heeft drie bloedjes van kinderen, die alle drie op zijn jongste platen mochten meedoen. Alle liedjes op die laatste platen zijn volgens het hoesje door hem en zijn vrouw Kathleen Brennan samen geschreven. Dat vind ik vreemd, want die liedjes zijn allemaal geschreven in dezelfde stijl die Tom ook al had toen hij zijn vrouw nog niet kende. Daarom geloof ik niet dat Kathleen teksten en muziek schrijft. Zij beheert Tom’s financiële zaken, dat wel! Zou Tom Waits soms een beetje onder de plak zitten?

Het knapste aan Waits is zijn slim opgebouwde en behoedzaam gekoesterde imago als lieveling van alle critici en held van het anti-establishment. Vooral omdat dit diametraal staat op de werkelijkheid. Zijn concert ten tijde van Rain Dogs in Carré heb ik nog gezien – het was prachtig – maar daarna niet meer. Want kaartjes voor Waits-concerten zijn voor gewone mensen (= niet-critici) bijna niet te krijgen, en evenmin te betalen.

Nu ik zelf ben toegetreden tot het dubieuze slag der critici, kan ik u verklappen dat geen enkele plaat dit jaar zo opzichtig is gepromoot als de nieuwe CD van Tom Waits. Daar zit een doordachte en duurbetaalde marketingcampagne achter, die halve waarheden vertelde. Zo werden wij gemaand om Orphans snel te kopen, want hij was slechts “in beperkte oplage” (“Limited edition”) gedrukt, en zou dus snel uitverkocht zijn. Klopt niets van! Ook zou er een “schitterend 94-pagina’s tellend boekwerk” bij zitten. Dat blijken alleen de teksten te zijn en wat foto’s van slechte kwaliteit. Begrijp me goed: ik heb niks tegen marketing, maar dit alles kan ik niet rijmen met Tom’s reputatie als voorvechter van de misdeelden.

Ik was, door dit commercieel geweld, zelfs een beetje bevooroordeeld tegen Orphans. Drie CD’s met 56 liedjes leek mij een overdaad, en ik voorspelde dat Waits van zijn voetstuk zou donderen. Dat is niet gebeurd. Ik zat ook fout, want ik moet Tom Waits maar op één ding beoordelen: zijn muzikale prestaties. En die zijn weer prima. Niet nieuw, maar vooral Bawlers en ook Brawlers bevatten zoveel juweeltjes, dat ik toch weer van hem ben gaan houden.

Maar het is me niet gelukt Orphans bij onze plaatselijke Music Store aan te schaffen. Ik heb het wel geprobeerd. Dat ging als volgt:
“Goedemiddag. Heeft u de nieuwe Tom Waits?”
“Wie zegt u?”
“Tom Waits”.
“Hoe schrijf je dat?”


Johan Doove

Inspiratie:
● A Little Drop Of Poison – Tom Waits (‘The End Of Violence’, 1997)
● A Little Drop Of Poison – Tom Waits (‘Orphans’, 2006)
 
 

Author: 
Johan Doove