The Beast In Me

 

“The beast in me
Is caged by frail and fragile bonds
Restless by day and by night
Rants and rages at the stars
God help the beast in me”

Als ik bij de achteringang van Het Paard arriveer voor het interview is Ron Sexsmith er niet. Hij is net begonnen aan de soundcheck. Niemand let op mij, dus ik loop naar de achterkant van het podium en pak een verdwaalde stoel.
Ik kijk Ron op de rug en hoor hem ‘Love And Mercy’ spelen van – even denken – natuurlijk Brian Wilson. Dan ‘Factory’ van Bruce Springsteen, een van mijn favorieten van The Boss. De drie begeleiders spelen wat ongeïnspireerd mee, maar Ron heeft er hoorbaar lol in. Hij werkt zich inmiddels door Ray Davies’ ‘Tired Of Waiting’.
Ineens herinner ik me een verhaal uit Rons beginjaren in Canada. Hij maakt al snel naam met zijn gigantische repertoirekennis. Welk lied iemand uit de zaal ook aanvraagt, Ron speelt het direct en uit zijn hoofd. En als het al een keer gebeurt dat Ron het verzoeknummer niet kent, komt hij de volgende avond terug en speelt het alsnog…

In de zomer van 2008 veranderde mijn muzikale leven. Ik maakte mijn eerste CD. Dat was een privé zaak, waarover ik hier niet wil uitweiden, maar dat hoogtepunt leidde direct tot een dieptepunt: ik vond menig andere CD ineens een stuk minder interessant. Ik had ook ineens een nieuwe maatstaf: alles wat ik minder vond dan mijn eigen muzikale uitspatting, vond ik niks. En dat was heel wat!
Eén plaat zette mij weer met beide benen op de grond: Exit Strategy Of The Soul, het elfde album van Ron Sexsmith. Wat is er zo bijzonder aan deze plaat? Sexsmith had al tien eerdere platen gemaakt, allemaal goed en vaak gelauwerd met lovende kritieken. Enkele haalden zelfs mijn jaarlijstje, te weten Other Songs (1997), Destination Unknown (2005) en Time Being (2006), zij het nooit de top. Ron geniet ook veel respect bij collega muzikanten; zo is Elvis Costello een verklaarde fan.

Maar Exit Strategy Of The Soul steekt met kop en schouders boven de rest uit. Dat komt door de zeldzaam hoge kwaliteit van nagenoeg alle liedjes. ‘This Is How I Know’, het eerste liedje, is al direct raak: wat een prachtige melodie. ‘Ghost Of A Chance’ is een van de mooiste ballads die ik in jaren hoorde, al doen ‘Thoughts And Prayers’, ‘Hard Time’ en ‘The Impossible World’ er nauwelijks voor onder. ‘Poor Helpless Dreams’ is een schattig liedje, dat jarenlang ten onrechte op de plank bleef liggen. Eigenlijk klopt alles aan deze plaat.

Er is nog iets bijzonders aan Exit Strategy. De Zweedse producer Martin Terefe, met wie Sexsmith eerder werkte, nam de plaat in Londen op met Engelse en Zweedse muzikanten, die Ron degelijk, maar onopvallend begeleiden. Maar daarna toog hij naar Havana om dat met Cubaanse musici over te doen of aan te vullen. Een geniale zet, die briljant uitpakt.

Luister maar eens naar de soepel swingende percussie van vader en zoon Emilio Del Monte. Of naar de schitterende blazerarrangementen, bijvoorbeeld op ‘This Is How I Know’ en ‘Brighter Still’. Maar het allermooist is de trompet van Alexander Abreu op de laatste track ‘Music To My Ears’. Het lijkt alsof die trompet uit het niets komt opzetten, en een volkomen eigen pad volgt, om tenslotte op wonderlijke wijze samen te smelten met de melodie. Geniaal!

Dit alles maakt Exit Strategy Of The Soul tot een uitzonderlijk goede plaat, nummer 1 op mijn Jaarlijst 2008. Al verbaast het me wel dat ik in deze adoratie alleen schijn te staan.

Nou ja, bijna alleen. Ik heb 22 jaarlijstjes van alle Heaven medewerkers, bij wie ik enige muzikale verwantschap vermoed, doorgeworsteld, maar geen enkele ervan vermeldt Exit Strategy. Ik heb de 20 beste albums van 2008 volgens muziekkrant OOR, waarin ik weinig vertrouwen heb, bestudeerd, maar daar staat ie niet bij.

Ik heb tenslotte 64 Top-10-lijstjes van de “invloedrijkste Nederlandse popjournalisten” (volgens OOR) doorgeploegd, en ’m daar twee keer aangetroffen: op nummer 10 bij Norbert Pek, recensent bij Revu en Groene Amsterdammer, en op nummer 4 bij Tiemen Koopman, werkzaam voor Fret. Twee mij onbekende heren, die in één klap flink in mijn achting zijn gestegen, maar toch een magere oogst voor een plaat die zo duidelijk briljant is.

Wat mij dwarszit: ben ik, in de euforie van mijn muzikale egotrip, het heldere zicht kwijt? Maar hoe kan het dan dat de rest van mijn Jaarlijstje aardig goed aansluit bij dat van mijn muzikale geestverwanten? Of hebben zij zitten slapen? Ik besluit het Ron zelf te vragen.

“Het was een nachtmerrie”, vertelt Ron. “Het had niet veel gescheeld of Exit Strategy was helemaal niet uitgekomen. Na opname van de basistracks in Londen en Havana kreeg ik de mix te horen, en die beviel me helemaal niet. Ik weigerde de plaat in die vorm uit te brengen. Martin kreeg de opnamen meermalen van me terug, en sleutelde verder met nieuwe opnamen in New York en Nashville. Pas na veel hangen en wurgen had ik vrede met het eindresultaat, en kon de plaat verschijnen”.

Ron vertelt niet graag over zijn laatste plaat – heel anders dan de meeste muzikanten, die juist niets liever doen. Hij vertelt ook niet graag over zichzelf. Het interview dreigt als een nachtkaars uit te gaan, tot Ron begint over zijn muzikale vrienden. Zo blijkt hij goede maatjes met Nick Lowe, voor wie hij binnenkort als openingsact zal optreden. Opeens zit Ron op zijn praatstoel, en komt hij met het verhaal achter zijn favoriete Lowe-liedje: ‘The Beast In Me’.

“Op een nacht schreef Nick na een wild feestje in Londen in een dronken bui ‘The Beast In Me’. Hij pochte de volgende ochtend tegen zijn toenmalige vrouw Carlene Carter, dochter van Johnny Cash en June Carter, dat het ‘de beste song was die hij ooit had geschreven’. Daarop belde Carlene haar vader, die toevallig in dezelfde stad op toernee was.”

“Johnny, altijd op zoek naar een goede song, had hier wel oren naar. Hij toog naar huize Lowe, in gezelschap van zijn voltallige band van twaalf begeleiders. Daar aangekomen riep Johnny: “OK Nick, laat die song maar eens horen”.”

“Maar Nick had een fikse kater en kon zich zijn ‘beste song’ nog maar half herinneren. Jarenlang heeft Johnny bij iedere ontmoeting gevraagd: “He Nick, ben je al klaar met ‘The Beast In Me’?”. Uiteindelijk maakte Nick het lied af, en Johnny nam het prompt op, op zijn American Recordings, de eerste van een legendarische serie met producer Rick Rubin.”

En even plotseling als hij was begonnen, is Ron Sexsmith uitgepraat.

“Sometimes it tries to kid me
That it’s just a teddy bear
Or even somehow managed
To vanish in the air
And that is when I must beware
Of the beast in me”


Johan Doove

Inspiratie:
● The Beast In Me – Nick Lowe (The Impossible Bird, 1994)
● The Beast In Me – Johnny Cash (American Recordings, 1994)
 

Author: 
Johan Doove