I Miss You

 

“I miss you, I’m sorry, but I do
I miss you, I’m sorry, but it’s true”

 

Wie schrijft, blijft. Stom gezegde, maar daarom niet minder waar: ik heb altijd al een scherpe tekst willen schrijven. Nog liever wilde ik een briljant componist worden. ’t Allerliefst beide, gecombineerd in één onvergetelijke hit. Maar dat is me niet gelukt.

Er zit ook iets onlogisch in de combinatie. Wie kan schrijven, wordt dichter, journalist, romancier of thrillerauteur. Iedere schrijver wil dat zijn teksten gelezen worden. Waarom zou je ze dan op muziek zetten en boven die herrie uitschreeuwen? De meeste muziekliefhebbers luisteren niet eens naar songteksten.

En stel dat je een begenadigd schrijver bent. Hoe groot is dan de kans dat je ook nog muzikaal begiftigd bent? Of omgekeerd: er zijn heel wat leuke jongens en meisjes die aardig een instrument kunnen bespelen. Hoeveel van hen kunnen ook een geslaagde melodie uit hun mouw schudden? Stel nu dat iemand met die twee talenten gezegend is: hoe groot is dan de kans dat zo’n geluksvogel de mensheid ook nog iets zinnigs te zeggen heeft? Die kans is heel klein, en daarom kent de popmuziek maar bar weinig goede tekstschrijvers. Een kwestie van logica en kansberekening!

Dit verklaart waarom het overgrote merendeel van de teksten in de popmuziek – ik schat zeker 90%, maar misschien wel meer – volstrekt oninteressant is. Geneuzel over nieuwe liefdes en verloren liefdes. Van “Ik hou van jou, en blijf je trouw” tot “Wat flik je me nou?”. Het is allemaal even openhartig en oprecht als overbodig en afgezaagd. De nuchtere waarheid luidt: na een paar keer heb je het allemaal eerder gehoord, en beter. Al dat hartezeer boeit niet meer; het zijn de voorspelbare misstappen van onervaren stumpers.

Dan heb je nog de betweters en wereldverbeteraars. Ze zijn allemaal even gemotiveerd en geëngageerd als naïef en aandoenlijk. Ze hebben zich niet grondig in de grote problemen van hun tijd verdiept, maar ze hebben er wel een mening over, die ze ongezouten in hun songs verwoorden en verontwaardigd van zich afschreeuwen. In het ergste geval geloven ze echt dat hun protestliedjes anderen overtuigen of iets bijdragen aan een oplossing. Een groot deel van de eerste generatie popartiesten trapte in deze valkuil, en knapte erop af.

Zo ongeveer op dat moment, in 1968, verscheen een merkwaardige LP. Een foeilelijke hoes, met een nieuwe artiest die er totaal niet uitzag als popheld. Eerder een antiheld, tegen wil en dank, met een zelfs voor die tijd totaal foute bril. Het was een man die heel duidelijk niet kon zingen, en zijn pianoliedjes liet begeleiden door een groot, klassiek geschoold orkest, hoogst ongebruikelijk in die tijd. Het was ‘Randy Newman Creates Something New Under The Sun’, een titel die de man verfoeide, omdat de platenmaatschappij ’m had verzonnen. Het was het debuut van de grootste tekstschrijver die de popmuziek ooit heeft gekend.

Het eerste liedje heet ‘Love Story’. Dat is geen liefdesliedje zoals alle andere. Het bezingt de leegheid en voorspelbaarheid van het leven. In drie coupletten komen alle clichés van vrouw, huis, werk en kinderen in sneltreinvaart voorbij. Zonder een vleugje ironie. Het orkest klinkt vrolijk, zelfs in het treurige slot: “Als de kinderen de deur uit zijn, stoppen ze ons in een huisje in Florida; daar spelen we elke dag een spelletje, tot we doodgaan”. Einde.

Even onthutsend is ‘I Think It’s Going To Rain Today’, een desolate omschrijving van eenzaamheid. Toch klaagt de ik-figuur in dit lied niet dat hij alleen is. Hij schopt alleen tegen een leeg blikje, en spreekt de verwachting uit dat het vandaag wel zal gaan regenen. Hij prijst het goede in de mens en pleit voor meer hulpvaardigheid.

Newman kaart op volstrekt onorthodoxe wijze misstanden aan. Niet door ze aan te vallen, of iemand te beschuldigen, maar door de daders aan het woord te laten, waardoor je bijna begrip voor ze krijgt. Zoals de exploitant van Dikke Davy, die als kermisattractie wordt misbruikt, en Simon Smith met zijn Dansende Beer. In ‘Sail Away’ laat hij een slavendrijver aan het woord, die onwetende Afrikanen wijsmaakt dat hen overzee het beloofde land wacht.

Als geen ander kruipt Newman in de huid van zijn personages. Dat zijn bij voorkeur een beetje dommige, rechtlijnige, blanke Amerikanen. Zoals de familie in ‘Old Kentucky Home’, waarvan zusje Sue ’s nachts voor duistere zaken wordt uitgelaten, en broertje Gene zijn moeder van de trap afduwt.

Het politieke gedachtegoed van deze, zonder twijfel Republikeinse “rednecks” wordt vertolkt in ‘Political Science’, waarin het wereldwijde onbegrip voor al dat goedbedoelde Amerikaanse optreden de gewone man teveel wordt, en hem naar een eenvoudige oplossing doet grijpen: gooi dan die Grote Bom maar. Dezelfde man praat trots over zijn geboortestad Birmingham in Alabama, waar iedere criticaster direct de valse hond Dan op zich afgestuurd krijgt. Maar het allermooist is de vrouwonvriendelijke manier waarop diezelfde redneck zijn liefde voor zijn echtgenote Marie beschrijft, wat hem alleen lukt in een dronken bui.

Die mooiste liedjes komen van Good Old Boys (1974), samen met Sail Away (1972) en Randy Newman (1968) zijn beste werkstuk. Newman, lui van aard, maakte daarna nog een paar mindere platen, verzorgde de soundtrack voor diverse films, en raakte een beetje in de vergetelheid. Tot hij in 1999 volkomen onverwacht terugkwam met Bad Love. Dat bevat de bekende mengeling van zelfspot (‘I’m Dead But I Don’t Know It’), politieke ironie (‘The Great Nations Of Europe’) en messcherpe analyses (‘The World Isn’t Fair’), maar ook een verrassend persoonlijke song.

‘I Miss You’ is een lied van bedrieglijke eenvoud. Want hier klinkt niet zomaar een ik-mis-je-zo-liedje, maar een spijtbetuiging aan zijn ex, twintig jaar na dato. “Ik was een lul, die zo nodig achter z’n pik moest aanlopen, en jou en de kinderen in de steek liet. Maar ik heb er spijt van, en – hoewel te laat – wil ik je dat toch even laten weten”, zegt Newman in dit lied. Of eigenlijk zegt hij dat niet, maar je hóórt het ’m zeggen.

Sinds 1999 heeft Newman alleen nog wat oud werk heruitgebracht. Op zijn website is ‘A Few Words In Defence Of Our Country’ te beluisteren, een nieuw hoofdstuk in ‘Political Science’. Hij is dus nog steeds lui, maar waarom zou hij een nieuw meesterwerk afleveren? Hij heeft zijn onsterfelijke songs, inclusief ‘God’s Song’, al geschreven, zodat zijn naam en faam als componist en tekstschrijver voorgoed zijn gevestigd.

Randy heeft dus alle talenten, maar hij mist de prikkel. Terwijl ik al mijn hele leven één songtekst heb willen schrijven, zo scherp als die van Newman, maar dat is me niet gelukt. Nog niet.

Johan Doove

Inspiratie:
● I Miss You – Randy Newman (“Bad Love”, Dreamworks, 1999) ● Guilty: 30 years – Randy Newman (4 CD-box, Rhino, 1998)
 

Author: 
Johan Doove