Let’s Don’t Get Married

 
“Let’s don’t get married
Let’s stay in love”
 
Sinds mijn scheiding ben ik weer single. Logisch zou je zeggen, maar die burgerlijke staat is maatschappelijk nauwelijks aanvaardbaar. In ieder geval doen vrienden regelmatig pogingen mij weer aan een partner te krijgen, liefst zo snel mogelijk. Ik waardeer deze goed bedoelde, maar tot mislukken gedoemde pogingen. Louter om die reden liet ik mij dan ook verleiden tot het bijwonen van de Single Party.
 
Een college was onlangs in Austin. Ik geef eerlijk toe dat ik jaloers ben op deze muzikaal geheel juiste keuze. Bij terugkomst verraste hij me met een aardigheidje: de cd ‘Before The World Was Made’ van Brennen Leigh & Noel McKay.
Van Brennen had ik nog nooit gehoord. Wel van Noel, die samen met zijn broer Hollin The May Brothers vormt. Ik opende cd, zag dat hij was opgenomen in de Rootball Studio in Austin en geproduceerd door Gurf Morlix, en wist dat het goed was.
 
De party was georganiseerd door twee vlotte meiden, B. en J. Ik kende beide niet, behalve van het fotootje bij de uitnodiging, en B. leek me wel wat. Ik schreef terug dat ik zou komen, en als bijdrage aan de feestvreugde een paar songs ten gehore zou brengen. Ik vind geen enkel feest leuk zonder muziek, liefst mijn eigen muziek uiteraard, en ik hoopte dat ik als zanger een streepje vóór zou krijgen op de zware mannelijke concurrentie.
Ik koos twee toepasselijke covers en één eigen song. Het leek me gepast te beginnen met het lijflied van de singe ‘I’d Rather Be Lonely´ van mijn held Loudon Wainwright III. Ik vermoedde dat geen van de aanwezigen dit zou kennen, en dat klopte feilloos. Ik hoopte ook dat iemand de ironie in de tekst (“Let us make a brand new start, Separate and stay apart”) zou inzien, maar dat mislukte faliekant, te oordelen aan de glazige blik van de toehoorders.
 
‘Before The World Was Made’ blijkt een volbloed countryplaat. Country is een gevaarlijk genre - ‘voor gevorderden’, zeg ik altijd. De grens tussen weerzinwekkend, schaamteloos vals sentiment, en diepgevoeld, oprecht hartenzeer is in geen ander genre zo dun als in de country. Ik beperk me nu even tot de smartlappen en tragische levensliederen; de rockers in deze stroming kunt u ongehoord allemaal overslaan.
Die dunne lijn geldt voor muziek en teksten, onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Dit wordt prachtig geïllustreerd op bijna elke track van ‘Before The World Was Made’, maar ’t mooist op ‘Let’s Don’t Get Married’. Dat begint al helemaal verkeerd:
 
Hij (Noel):
“I found the one
I know I want to spend the rest of my life with”
 
Zij (Brennen):
“I found the one
And I’m so thankful that you finally came along”
 
Gerverderrie, wat een slijmerige test! Typerend voor de schijnheilige christelijke moraal die zo bij het Zuiden van de Verenigde States, en dus ook de countrymuziek, hoort.
 
Als tweede cover koos ik een ode aan de ware liefde, Greg Trooper´s ´The Lasting Kind.´ Een prachtig lied, dat me tegelijk de kans gaf een goed woordje te doen voor Greg, die toevallig een week later in Den Haag zou optreden. Ook dat mislukte; ik heb in ieder geval geen van de singles teruggezien in Theater ‘In De Steeg’.
Tijdens ‘The Lasting Kind’ ging het mis. Ik had in het gezelschap al twee foute mannen ontdekt. Mannen van het type gladde-charmeur-met-te-strak-pak-en-valse-glimlach, waarvan je als echte man op een kilometer afstand ruikt dat ze faut zijn. Wat mij betreft vormt één van ’s wereld grootste mysteries, en oorzaak het bestaan van Single Parties, het feit dat vrouwen steeds weer voor zulke enge griezels vallen, maar dat terzijde.
Opeens stapt één van die foute mannen naar voren en zegt “Er zit teveel galm in”. Dat niet alleen, hij stapt verder naar voren en begint aan een van de knoppen op mijn versterker te draaien! Ik krijg een enorme aandrang om een welgeplaatste jodan tzuki op de neus van deze eikel te plaatsen, maar overweeg op ’t laatste nippertje dat dit geen goede indruk zal maken op het vrouwelijk deel van het gezelschap. Dus blaf ik geïrriteerd  “Lazer op”, terwijl ik me door ‘The Lasting Kind’ worstel, dat ineens een stuk minder romantisch klinkt.
 
Hij weer:
“I found my dream
That once was empty, is now filled up with kindness”
 
Samen:
“And now it seems
Here in your arms is where I truely belong”
 
Vreselijk! Al na vier zinnetjes staan al je tenen krom.
 
Ik zie nu in dat dit optreden geen succes wordt. Maar ik moet nog het eigen nummer – ‘Een Bloemetje’, het lied dat ik schreef voor André Hazes - ten gehore brengen, want de verkoop van mijn laatste cd verloopt dramatisch. Op dat moment komt J. naar me toe. Ik had haar al met B. zien smoezen – ze luisterden duidelijk niet. “Kun je afronden?” fluistert ze, “We hebben nog een heel programma!”.  “Nog één liedje” antwoord ik, en zie de eerste dames al opstappen. “Nou vlug dan”, zegt J.
 
Maar dan komt het:
“Let’s Don’t Get Married”
 
Hè? Je verwacht: “Let’s Get Married”, en alle country clichés zijn bevestigd. Maar dit is niet Tammy Wynette en komt niet uit Nashville, Tennessee, maar Austin, Texas, en je hoort toch echt “Let’s Don’t Get Married”. Niet dus. Hoe kan dat?
 
Het volgende deel van het programma is de speed date. De tafeltjes vormen nu een kring, waaraan de dames aan de buitenkant plaatsnemen. De heren moeten naar de binnenkant. Bij het horen van de bel kiezen zij een plek, en mogen 7 minuten met de dame praten. Dan klinkt opnieuw de bel, en schuiven zij door naar de volgende dame.
Er is nog een spelregel. Op alle tafels staat een bakje met kindersnoepjes in twee vormen: een hartje met een geheime liefdesboodschap en een banaantje. Heren die een dame leuk vinden, kunnen haar een hartje geven. Ik word daar wat zenuwachtig van, want ik heb bewust mijn leesbril niet opgezet, en dus geen flauw idee wat er op de hartjes staat. Dames kunnen een heer van hun keuze een banaantje geven.
Ik krijg geen tijd om hierover na te denken, want daar klinkt al de bel. Ik neem plaats tegenover een willekeurige dame en begin iets over mezelf te vertellen. Fout! Ik moet juist zo geïnteresseerd mogelijke vragen stellen. Net als ik dat bedenk, klinkt de bel, en moet ik verder naar de volgende dame. En dan, na drie of vier dames, gebeurt het. Het gesprek met de laatste dame is net afgelopen, ik sta op en zij geeft me een knalgeel banaantje.
Ik voel lichte paniek opkomen. Wat nu? Het lijkt me niet gepast de banaan op te eten. Ik kan hem ook moeilijk in mijn broekzak steken – dat zou zeker een heel verkeerde indruk maken. Dus houd ik het banaantje in mijn linkerhand verborgen, maar ik moet oppassen dat de volgende dame dit niet ziet, want dat vindt zij misschien helemaal niet leuk. Ik grijp een willekeurig hartje met onbekende boodschap, en geef dat aan de dame, terwijl ik doorschuif.
Diverse dames verder, nog steeds met die verdomde banaan in mijn linkerhand, hoor ik ineens een bekende stem en schaterlach. Het is mijn vriend Wil, die een uur te laat op de Single Party is gearriveerd. Hij kon het adres niet vinden, en heeft daardoor mijn optreden en diverse dames gemist. Ik verzamel al mijn moed, open mijn linkerhand, en leg snel het klamme banaantje terug in een willekeurig bakje. Ik kijk achterom naar de geefster van het kleinood, en opnieuw slaat de paniek toe: ik weet niet meer welke dame het was…
 
“Cause what we had is just too good
To mess up with all that stuff.
Let’s don’t get married
Let’s stay in love.”
 
Wat ik hier zo mooi aan vind, is de kernachtige omschrijving van het huwelijk “all that stuff” en de even rake omschrijving van de risico’s “mess up”. En de valse reden om toch maar niet te gaan trouwen “Let’s stay in love”, en dat in een hartverscheurend duet gezongen alsof het allemaal diepgemeend is.
 
Opgelucht ga ik na de Single Party weer alleen naar huis.
 
Inspiratie:
 
● Let’s Don’t Get Married – Brennen Leigh & Noel McKay (Before The World Was Made, 2013)
● I’d Rather Be Lonely – Loudon Wainwright III (History, 1992)
● The Lasting Kind – Greg Trooper (Floating, 2003)
● Rachel / Een Bloemetje – Jan Blom (13 Vrouwen, 2013)
 
Author: 
Johan Doove