Ghost Repeater

 

“Dark was the night

Cold was the ground
I could barely make out the song
Of the Ghost Repeaters
Singing Hallelujah
His truth is marching on”
 
 
Ik ben niet erg slim, maar ook weer niet heel dom. Met op zak een academische graad (nooit iets mee gedaan), een waslijst geslaagde managementopleidingen (maar daar hoef je niet erg slim voor te zijn), en op middelbare leeftijd (dus met al in grote getale afstervende grijze cellen) nog twee duffe marketingdiploma’s, valt het misschien wel mee met die domheid. Daarom heb ik er altijd grondig de pest in, als ik van een songtekst niets begrijp.
Neem nou mijn favoriete plaat van dit moment, Ghost Repeater van Jeffrey Foucault. Het allermooiste liedje is de titelsong, waarmee de plaat opent, maar er valt geen touw aan vast te knopen. “Alle dronkelappen, vermomd als Kerstman, luiden de klok van het Leger des Heils. Maar het stadsplein is rustig, de dranktenten zijn leeg, en iedereen koopt wat niemand kan verkopen”??
“Een oude vlam kwam gisteravond bij me, in een droom om een geheim te vertellen. Ze fluisterde dichtbij: ‘Hoor je de oceaan niet?’, terwijl ze haar oor overhelde tegen de huls van een jachtgeweer”. Wat moet ik hiermee? Welke ‘diepere’ boodschap ontgaat me? Ik word er altijd flink pissig van: òf ik ben te dom om hier chocola van te maken, òf ik word in de maling genomen met een poëtische pseudo-diepzinnigheid, die later een luchtbel blijkt.
Toegegeven, het kan dus zijn dat ik te dom ben om deze teksten te begrijpen. Tijdens de poëzieles zat ik me te vervelen, en tekstverklaring vond ik toen al vergezochte flauwekul. Maar die kans is niet zo groot. Waarschijnlijker is dat de auteur dronken was, of stoned, of dat hij een aap pijltjes liet gooien naar een rijmwoordenboek.
Ik geef het eerlijk toe: bij veel songteksten, vooral die van Dylan, heb ik dat gevoel. Die pas verschenen, veel te dikke vertaling van zijn Liedteksten 1962 – 1973 door Bindervoet & Henkes heeft dat gevoel alleen maar verergerd. Ik houd van de teksten van Randy Newman en Loudon Wainwright III, want die zijn geestig, vlijmscherp en begrijpelijk. Wat ik na twee keer lezen nog niet snap, gaat er bij mij niet in.
Dus heb ik het Jeffrey Foucault zelf gevraagd. Als ware poëet gaf hij slechts mistige (of mystieke?) antwoorden. Maar een paar dingen heb ik wel opgehelderd. Ghost Repeaters zijn verlaten radiostations, die dankzij een computer nog steeds (dezelfde) muziek uitzenden. Het is een metafoor voor de vervlakking, de McDonaldisering, van de Verenigde Staten.
De in het lied genoemde Willie Mae (“crying at the toll booth to heaven”) is een verwijzing naar Big Mama Thornton, een oude blueslegende, bekend van ‘I Smell A Rat’ uit 1953. Zowel “dark was the night, cold was the ground” als “Singing Hallelujah, His truth is marching on” zijn quotes van bekende strijdliederen uit de Amerikaanse Burgeroorlog.
Juist. Ik heb daar niets aan toe te voegen. Ik was er zelf niet op gekomen. Aardige jongen, die Jeffrey Foucault. Een wereldplaat, die Ghost Repeater. Maar de titelsong bevat maar één strofe die mij echt aanspreekt: “I could barely make out the song”.
 
Johan Doove
 
Inspiratie:
● Ghost Repeater – Jeffrey Foucault (‘Ghost Repeater’, 2006)
 
Author: 
Johan Doove