I’m No Good

 

“I cheated myself
Like I knew I would
I told you I was trouble
You know that I’m no good”

 

Een Jaarlijstje is het Moment van de Waarheid. Geen flauwekul meer, niet er omheen draaien: kiezen. Je hebt recensenten die er zich elk jaar met een smoes van afmaken. Je hebt er die niet durven kiezen en er daarom tien op nummer 1 zetten. Ik ken zelfs één slijmbal die elk jaar tien vrouwen nomineert, en zichzelf “vrouwvriendelijk” noemt. Bah! Weg met positieve en andere discriminatie, toon lef en kies als een man!
In 2007 koos ik ‘Civilians’ van Joe Henry als beste plaat van het jaar, en was daarmee – voorzover mij bekend – de enige van de bevoorrechten in ons land wier lijstje gepubliceerd wordt. Ik legde mijn lijstje trots aan Joe Henry voor, toen ik hem in februari in Paradiso sprak, maar hij vertrok geen spier.

Wel complimenteerde hij me met mijn keus voor Richard Thompson (nr. 2) en Loudon Wainwright III (nr. 4). Ook Bettye Lavette (nr. 5) en Mavis Staples (nr. 7) vielen in goede aarde, waarop Joe vertelde dat hij geprobeerd had Mavis te strikken voor een plaat. Hij had haar zelfs zijn ‘God Only Knows’ op gitaar voorgespeeld. Mavis had dit aangehoord, even gezwegen, en toen geantwoord: “That’s nice. What else have you got?”.

Daarna spraken we nog lang over onze gezamenlijke held, Loudon Wainwright, en voorspelde Joe dat de beste plaat van 2008 Loudon's nieuwe zal zijn, die pas in het najaar zal verschijnen, wederom onder zijn productionele leiding.
Toen viel Joe’s oog op nummer 6 van mijn lijstje, Linda Thompson, en spraken we over de muzikale opkomst van de tweede generatie met Rufus en Martha. “En Richard en Linda’s zoon Teddy”, zei ik. “Ook een groot talent. Ken je die?”. “Jazeker”, antwoordde Joe, “Ik produceerde zijn eerste plaat”!

Zo’n lijst heeft ook een nadeel. Elk jaar weer ben ik bang een Grote Plaat gemist te hebben, en ook dit jaar bleek dat het geval. Twee zelfs. De eerste is de ‘Blue Sky Blue’ van Wilco. Dom, want mijn muzikale vrienden van Lucky Dice hadden me die zelfs getipt. Maar de band had wat foute uitstapjes gemaakt in de richting van experimentele elektronica, en daar heb ik een bloedhekel aan. Maar ‘Blue Sky Blue’ is een ouderwets lekkere plaat met ‘lome’ songs en spetterende gitaarduels. Daarop schreef ik direct een lovende recensie, die de krant plaatste, hoewel de schijf al meer dan een halfjaar oud is (weten zij veel!).

Mijn tweede misser betreft Amy Winehouse. Eigenlijk had ik Amy niet gemist. Ik had indertijd haar debuut ‘Frank’ gekocht, die ik wel aardig vond, maar niet bijzonder. De eerste van Joss Stone was me ook niet ontgaan, en ik vond haar een interessantere zangeres. Maar de tweede en derde van Stone bevatten geen soulcovers, maar eigen liedjes met puberale teksten en matige composities. Ik had beide dames al afgeschreven.

Toen vorig jaar alle commotie losbrak rond ‘Back To Black’, de tweede van Amy, wantrouwde ik dat. Die rumoer ging namelijk niet over Amy’s muzikale verrichtingen, maar over haar verslavingen, haar wangedrag, haar afzeggingen van concerten, haar in de pers te breed uitgemeten privé-sores, haar bezoekjes aan afkickcentra, haar nieuwste tatoeages en soortgelijke zaken die mij geen fluit interesseren.

Wat schrijft bijvoorbeeld het roddelblad OOR!? Opperpaparazzi Tom Engelshoven wijdt een vier pagina’s tellend artikel aan “Mijn leven met Amy Winehouse”. Nu moet u weten dat Engelshoven een oudere man is, die apetrots is op het feit dat hij een jaar geleden op kosten van de platenmaatschappij met Gijsbert Kamer van de Volkskrant naar Londen is gevlogen om Amy nog geen tien vraagjes te stellen. Geen van die tien ging over muziek. Het waren vragen als “Je viel in een leegte” (geen vraag, maar een in de mond gelegd antwoord!), “Geeft alcohol je troost?” en “Leef je roekeloos?”. De rest van het artikel wordt grotendeels gevuld met verhalen over Amy’s drinkgewoonten, de ruzies met haar ex, en de opkruipende string waar zij tijdens een optreden aan friemelt (ik weet niet of dit echt gebeurd is, maar het is duidelijk wel het onderwerp dat Engelshoven het meest bezighoudt).

Kortom, mijn desinteresse in Amy had alles te maken met foute randzaken. Ik verwijt dat niet alleen de pers. Sommige artiesten koesteren hun imago op een ongezonde manier. En niet alleen het zangertje van The Libertines en Amy Winehouse. Jim Morrison en Janis Joplin deden dit 35 jaar geleden naar mijn smaak ook al te opzichtig. Tom Waits had en heeft er ook een handje van.

In eigen land kennen we Herman Brood als kampioen aanstellerij. Herman heeft met ‘Street’ (1977) en ‘Shpritsz’  (1978) twee rock & roll klassiekers afgeleverd, die tot de beste van eigen bodem behoren. Had ie het daar maar bij gelaten! Al dat publieke gekoketteer met je eigen drugsgebruik, dat mediageile geflirt met majoor Bosshard, dat openbaar uitventen van je lichamelijke aftakeling, die genante sprong vanaf het Hilton Hotel – zelfs dat intiemste moment van zijn eigen dood offerde Herman aan zijn aandacht addictie. Engelshoven en consorten zijn er blij mee, maar ik stoor me eraan en keer me van zulke artiesten af.

Vandaar geen Amy Winehouse. Als Geert Henderickx ’m niet genoemd had in zijn lijstje, had ik ‘Back To Black’  helemaal over het hoofd gezien. En ten onrechte, want het is een goede plaat. Vooral dankzij dat echte soulgevoel, de strakke begeleiding van The Dap-Kings, Sharon Jones’ geweldige begeleidingsband, en Amy’s doorleefde zang. Ook haar eigen composities zijn verrassend goed, al kunnen haar teksten me minder bekoren.

“Upstairs in bed with my ex boy
He’s in the place, but I can’t get joy
Thinking on you in the final throes
This is when my buzzer goes”


Wat moet ik met deze bijna pornografische onthulling?

“I told you I was trouble. You know that I’m no good.”

Hier klopt iets niet!

Relatieproblemen, pijn, woede, ik kan het me allemaal voorstellen, en het zijn prima inspiratiebronnen voor een sterke tekst. ‘You’re No Good’ – daar kan ik me ook iets bij voorstellen. De boosheid van een bedrogen vrouw bleek al in 1964 goed voor een ijzersterk liedje (geschreven door Clint Ballard Jr. en verschenen als B-kantje van ‘Chained To Your Love’ van Betty Everett – alleen daarom al hadden ze de single nooit mogen afschaffen!).

Maar ‘I’m No Good’? Dit past niet bij een normaal zelfbeeld. Tenzij Amy psychotisch is – wat ook zou kunnen – geloof ik niet dat een gezond mens zichzelf ziet als door-en-door slecht, een onverbeterlijke leugenaar en bedrieger. Volgens mij lijdt Amy aan de ziekte van Herman: zij is een pathologische aanstelster en aandacht zoekster.

Maar wat doet het ertoe? Het gaat om de muziek, en die is goed en toch nog gevonden. Desondanks ben ik blij dat ‘Back To Black’ achteraf mijn Jaarlijstje niet gehaald zou hebben. ‘100 Days, 100 Nights’ van Sharon Jones & The Dap-Kings wel, want die is nog twee klassen beter. Gelukkig maar!

Johan Doove

Inspiratie:
● You Know I’m No Good – Amy Winehouse (‘Back To Black’, Universal, 2007)
● You’re No Good – Betty Everett (single, 1964)
 

Author: 
Johan Doove