Old Wild Men

 

“They were old wild men
Waiting for miracles”

Van het laatste Pinkpopfestival, het eerste ver na Pinksteren, heb ik een flink stuk gezien. Op tv natuurlijk, want naar massale buitenfestivals ga ik al jaren niet meer. Ik hoorde nagenoeg niets dat me aansprak, en zag de uitsloverij op de podia en de hysterie van de dronken meute ervóór met stijgende verbazing en verveling aan. Zou ik oud worden?

Van het laatste Blue Highways Festival, het eerste buiten Utrecht, heb ik ook een flink stuk gezien. Ik was erbij, want als Americana-liefhebber ga ik elk jaar. Ik hoorde veel aardige muziek, maar toch weinig dat me echt raakte. En gaandeweg bekroop me een onbehaaglijk gevoel. Want het publiek bestond nagenoeg geheel uit dikbuikige vijftigplussers, waartoe ik mezelf niet graag reken, al heb ik die leeftijdsgroep wel bereikt. Ben ik oud geworden?

Waarom houden alleen oude mannen, inclusief ikzelf, van country? Waarom geef ik weinig meer om rock, die ik vroeger zo opwindend vond? Waar is de alledaagse popmuziek gebleven? Gewone liedjes, die niet voortkomen uit een roots-stroming? Die geen country zijn, geen blues, folk, soul of jazz, maar vrolijke deuntjes, die je onweerstaanbaar meefluit?

Toen ik de muziek ontdekte, in de jaren zestig, hoorde ik niets anders. Beatles, Kinks, Small Faces, Procol Harum, Hollies, ze schudden de tijdloze popsongs schijnbaar moeiteloos uit hun mouw. In de jaren zeventig werd de hoge kunst van het maken en opnemen van het perfecte popliedje gecultiveerd. Door twee bands in het bijzonder: in de VS door Steely Dan, en in Engeland door 10 CC. De eerste vernoemd naar een favoriete dildo van een dame, en de tweede naar de gemiddelde inhoud van een zaadlozing – wat overigens niet schijnt te kloppen.

Mijn favoriete LP uit 1972 was Sheet Music van 10 CC. Vier ervaren studioratten, die in steeds wisselende duo’s intelligente en spitsvondige liedjes schreven. Met rake en geestige teksten, onverwachte muzikale wendingen, hemelse koortjes, knipogen naar alle stijlen, en die bij oppervlakkige beluistering op de radio toch klinken als makkelijke meezingers.

Eén van de fraaiste tracks vloeit niet uit de pen van mijn helden Graham Gouldman en Eric Stewart, maar van die twee andere geluidstovenaars: Kevin Godley en Lol Creme. Nadat de band zichzelf op de korrel heeft genomen in ‘Worst Band In The World’ volgt even later ‘Old Wild Men’, dat ironisch beschrijft hoe ook popartiesten ouder worden, en krampachtig vasthouden aan hun oude gewoonten. Alsof de auteurs preluderen op hun eigen aftakeling:

“Old men of rock and roll
Came baring music
Where are they now?
They are over the hill and far away
But they still gonna play guitar
On dead strings and low drums
They’ll play and play
To pass the time
The old wild men
Waiting for miracles”.


Na vier elpees gingen de heren met ruzie uit elkaar, heel gewoon in die tijd. Godley en Creme wilden zich concentreren op de door hen uitgevonden gizmo(tron) – wat een flop werd – en het maken van video’s – wat een succes werd en waarin zij als pioniers optraden. Stewart en Gouldman gingen gebroederlijk door als 10 CC.

Er leek niets veranderd, want hun volgende album Deceptive Bends bevatte met ‘The Things We Do For Love’ een single die wat mij betreft het perfecte popliedje akelig dicht benadert. Daarna volgde nog Bloody Tourists met de hit ‘Dreadlock Holiday’. Maar hoe aardig ook, je hoort al dat de band in een creatieve impasse is geraakt. In 1979 krijgt Stewart een ernstig auto-ongeluk, en wordt nooit meer de oude. De band ook niet.

Een tijdje geleden kreeg ik voor mijn verjaardag een cadeautje van mijn broer. Dat is meestal een afdankertje dat hij goedkoop ergens op de kop heeft getikt, en zo ook ditmaal. Het was de DVD 10 CC Live in Japan. Het betreft een opname van Stewart en Gouldman met begeleiders ergens in de jaren negentig, waarin ze duidelijk op een of andere comebacktournee zijn.

Twee dingen vallen op. Ten eerste hoe goed de liedjes nog steeds zijn, onaangetast na al die jaren, en hoe knap ze die uitvoeren. Ten tweede hoe vermoeid de heren klinken. Zij zijn nog niet echt oud, maar ze werken net iets te professioneel en routineus door hun repertoire heen. Hun inzet is echt; hun enthousiasme niet. Je hoort vakmanschap; je mist spelvreugde. Je smacht naar meer passie, naar wat foutjes; naar minder perfectie.

Het doet me denken aan recente concerten van The Who (twee overlevenden), Genesis (nooit van gehouden), Led Zeppelin (na hun eerste elpee afgehaakt), The Police (die nooit op herhalingsoefening zou gaan), The Rolling Stones (al waren die nooit gestopt) en alle andere pophelden op leeftijd die zo nodig moeten terugkeren met de stuiptrekkingen van hun “tweede jeugd”. Ze zijn allemaal verworden tot slappe coverbands van zichzelf, precies dat slag ‘old wild men’ dat ze vroeger verachtten.

Is het de leeftijd? Nee! Johnny Cash en Neil Diamond maakten in de nadagen van hun carrière hun beste platen. Robert Plant maakte vorig jaar nog een aardige duoplaat met Allison Krauss. ‘Oud’ staat niet gelijk aan ‘afgeschreven’, zolang er nog creativiteit inzit en bezieling.

Dat is precies wat ik miste op het laatste Blue Highways. Een artiest die er uitschoot, die de gebaande paden durfde te verlaten, die je recht in je hart wist te raken. En wat ik nog meer miste op het laatste Pinkpop, de gemiddeld 20 jaar jongere leeftijd van de artiesten ten spijt. En bovenal: een lekker, ongecompliceerd popliedje, zo eentje die de volgende dag in je hoofd blijft rondspoken, en die je onbedwingbaar moet meezingen. Eentje zoals van 10 CC.


Johan Doove

Inspiratie:
● Old Wild Men – 10 CC (Sheet Music, label, 1972)
● Old Wild Men – 10 CC (Collected, 2008)
 

Author: 
Johan Doove