Tom Rush

Martin Overheul

De muziek uit mijn jeugdjaren werd voor het grootste deel gekleurd door de platenkast van mijn oudere broer. Ik hield ervan om een van zijn LP’s uit de hoes te halen, die op de pick-up te leggen en me te laten verrassen door wat er komen zou. Namen zeiden me toen nog weinig tot niets, met uitzondering van de bands die toen de dienst uitmaakten in de top-40 van Radio Veronica. Maar veel van de namen in de collectie van mijn broer vond je zelden of nooit terug in die lijst. Doorgaans liet ik me in mijn keuze dan ook leiden door de hoes. Die moest me om welke reden dan ook aanspreken. Daardoor kwam ik op vrij jonge leeftijd in contact met de prachtigste platen en met muziek die varieerde van de Searchers tot Soft Machine en van Champion Jack Dupree tot de Electric Prunes. 

Als tiener had ik echter een voorliefde voor muziek die weemoed uitademde, een voorkeur waarvan ik tot mijn grote plezier nooit ben genezen. Ja, ik kon behoorlijk uit mijn bol gaan op stevig werk van Iron Butterfly, Jimi Hendrix of Velvet Underground, maar mijn adolescentenhart smolt als ik Gene Clark met de rest van de Byrds Set You Free This Time hoorde spelen of als Otis Redding zijn plaatsje aan de ‘dock of the bay’ weer eens opzocht.

Daarom is het ook niet gek dat ik compleet aan de grond genageld stond toen ik in 1970 voor het eerst van mijn leven Driving Wheel hoorde in de uitvoering van de mij tot dan totaal onbekende Amerikaanse zanger Tom Rush. Hoewel Rush, naar ik later merkte, zelf een meer dan begenadigde songschrijver was, staan er op zijn titelloze album Tom Rush niet anders dan covers, tien in totaal. Twee daarvan kende ik, James Taylor en Jackson Browne, die niet toevallig verantwoordelijk waren voor drie van de beste nummers op de plaat. Taylor voor Rainy Day Man en Browne voor Colors of the Sun en het sublieme These Days. Nog zo’n nummer dat de veertienjarige navelstaarder die ik toen af en toe was een krop in de keel bezorgde, was Old Man’s Song van de schotse Canadees Murray McLaughlan. Voortreffelijke zinnen “People pass by, go on their way / Not wishing to engage conversation / You, you know why, one look in your eyes / Reminds them their time is wastin’” bezorgen me bijna vijftig jaar later nog steeds kippenvel.

Maar het nummer waarvoor ik 47 jaar geleden op een zonovergoten zaterdagmiddag stil bleef staan voor de etalage van Radio Modern op de Hoogstraat van Schiedam om het tot het einde te beluisteren, was Child’s Song, geschreven diezelfde Murray McLaughlan. Die song handelt over een jonge kerel die op het punt staat het ouderlijk huis definitief te verlaten en zich, voor hij de deur achter zich dichttrekt, nog een laatste keer tot zijn ouders richt. Hij kijkt terug naar zijn jaren thuis, naar de liefde en de ruzies, naar de onzekerheden van zijn ouders én naar die van zichzelf. 

Als kind dat opgroeide in een gebroken gezin waar voortdurende dreiging aanwezig was, ook toen er zich een stiefvader in mijn leven wrong, zag ik een familie voor me waarin op een bepaald moment een kloof is ontstaan tussen twee generaties die elkaar niet durfden te bekennen hoeveel ze eigenlijk van elkaar hielden. Dat recht op een dergelijk misverstand was mij ontzegd. Daarom raakte de tekst me eens te meer, ontregelde die deels mijn leefwereld. En dat doet Child’s Song  ook nu nog, terwijl ik dit schrijf en naar Tom Rush luister. Het absolute recht om het als zoon met je vader oneens te zijn. Ik heb het nooit gekend. Maar door Tom Rush en Murray McLaughlan heb ik in elk geval een idee gekregen van hoe het had kunnen zijn…

 

Child’s Song

Goodbye momma, goodbye to you too pa
Little sister, you'll have to wait a while to come along
Goodbye to this house and all its memories
We just got too old to say we're wrong


Got to make one last trip to my bedroom
Guess I'll have to leave some stuff behind
It's funny how the same old crooked pictures
Just don't seem the same to me tonight

There ain't no use in shedding lonely tears mamma
Ain't no use in shouting at me pa
I can't live no longer with your fears mamma
I love you but that hasn't helped at all

Each of us must do the things that matter
All of us must see what we can see
It was long ago, you must remember
You were once as young and scared as me

I don't know how hard it is yet mamma
When you realize you're growing old
I know how hard is not to be younger
I know you've tried to keep me from the cold

Thanks for all you done, it may sound hollow
Thank you for the good times that we've known
But I must find my own road, now to follow
You will all be welcome in my home

Got my suitcase, I must go now
I don't mind about the things you said
I'm sorry mom, I don't know where I'm going
Remember little sister, look ahead

Tomorrow I'll be in some other sunrise
Maybe I'll have someone at my side
Mamma, give your love back to your husband
Father, you've have taught me well, goodbye

Goodbye Mamma, goodbye to you too pa

 

 

Comments

 
 
Arjan Post
Mooi verhaal Martin. Het raakt door het persoonlijke karakter. Ik moet nodig weer eens naar Tom Rush luisteren.
 
 
Ed Muitjens

Mooi hoor Martin. Vooral die twee laatste alinea's. Die raken zeer. Iedere gedachte. Ieder woord. Op naar de volgende " Diggin' " zou ik zeggen.

En ik ga het advies van Arjan volgen. Ik ga ook weer eens naar Tom Rush luisteren. Zo zie je maar waar zo'n column goed voor is.