Rick Parfitt

Leven in dienst van het ritme

“He’s pathetic, he’s got Status Quo records.” Ik heb het wel vaker geschreven, maar het is het moment geweest waarop mijn vrouw dacht dat ik mijn Waterloo had gevonden en zij, met een iets te triomfantelijke blik dan me lief was, zegevierend in lachen uitbarstte. De woorden kwamen uit de mond van één of andere vrouwelijke Engelse TV-detective die zojuist de woning had verlaten waar een etmaal eerder een, ongetwijfeld kille, moord had plaatsgevonden. “Zie je nou wel, kinderachtige muziek”, gaf mijn vrouw me nog mee. Ik snapte haar eerlijk gezegd wel want vanaf de jaren ’80 zette Status Quo haar argument kracht bij door meer dan eens platen van een twijfelachtige kwaliteit uit te brengen. Ook een vergelijking met haar idool uit de jaren ’70, David Bowie, verloor ik kansloos. “Roll over lay down” is tenslotte geen “Five years”. Dat snapte ik ook wel. Toch bleef ik Status Quo trouw en kocht ik nagenoeg iedere nieuwe cd. Een eerste muziekliefde blijf je tenslotte altijd trouw. 

Het was in 1975 liefde op het eerste gezicht en gehoor. "Down down" spatte bij het Tv-muziekprogramma Toppop van de beeldbuis en deed mijn rock 'n roll hart als het ware ontwaken. Dit was in mijn ogen wel iets anders dan The Ruberttes en Penny McClean's "Lady Bump" waar mijn zus zo mee dweepte. Status Quo's "Live" was de eerste LP die ik ooit kocht. Ik was dertien. Mijn zus kan die vier plaatkanten en twaalf maten blues niet meer aanhoren. Grijzer dan grijs, zoals mij dat is gelukt met dat album, kun je een plaat niet draaien. Ze heeft mijn moeder letterlijk gesmeekt om mij geld te geven om eens iets anders te kopen. Ja, ik weet het, ik heb een heel aardige zus. Met een maniakale drang, die geloof ik wel past bij een jonge puber, heb ik mij vervolgens letterlijk geworpen op het oeuvre van de band dat op dat moment zo'n tien albums omvatte. Quo was in mijn ogen een ogenschijnlijke groep vrienden die op het ene moment gezamenlijk op de fiets stapten om een nieuwe LP op te nemen in de Wisseloord studio's en op het andere moment hun haren lieten verstrengelen met de snaren van hun Fender Telecasters tijdens één van hun vele gedenkwaardige optredens. Daarbij verwachtte ik geen stijlbreuk want sinds nummers als “Spinning wheel blues” en “Junior’s wailing” op het album “Ma Kelly’s greasy spoon” hield Quo haar kenmerkende stijl in een ijzeren houdgreep en week daar geen vierkwarts bluesmaat meer vanaf. Onder meer drank- en drugsgebruik lieten barsten zien in dat pantser van vriendschap waar ik als kind zo heilig in wilde geloven. Dat ze hun neusvleugels aan gort hebben gesnoven is wellicht overdreven gesteld maar het witte poeder werd regelmatig met een op een riff van Motorhead gelijkende snelheid in de acht willige neusgaten gejaagd. "Living on an island", door zanger/gitarist Rick Parfitt geschreven op het belastingparadijs Jersey, was één van de eerste signalen dat het leven "in the public eye" zeker geen pretje was. Met het vertrek van John Coghlan in 1982 en niet veel later het vertrek van bassist Alan Lancaster was het tij beslecht en leek Quo een stille dood te sterven. 

Maar de Phoenix verrees ook hier uit zijn as. Francis Rossi en Rick Parfitt trokken het vlaggenschip vlot en vervolgden hun reis. Dat leverde in het nieuwe millennium zowaar nog enkele gedenkwaardige albums op zoals "Heavy Traffic".  Dat Rick Parfitt onderdeel bleef uitmaken van Quo was voor mij van essentieel belang. Hij was mijn eerste belichaming van de rock 'n roll. Niet alleen qua houding of levensstijl maar vooral door het rockelement dat hij in zijn songs wist te leggen. Als jonge puber keek ik bij iedere nieuwe Quo album aankoop als eerste wie de nummers had geschreven en vooral waar de naam Parfitt achter stond. Die tracks hadden mijn bijzondere belangstelling. En eigenlijk ben ik dat ook altijd blijven doen. 

Rick Parfitt. Ik zal die naam nooit meer zien staan op een nieuw Quo album. Slachtoffer geworden van het jaar 2016 dat onder muziekanten meedogenloos met een zeis om zich heen heeft weten te maaien. Er zijn natuurlijk betere gitaristen dan hem te vinden maar voor mij was hij de secretaris van de twelve bar blues, de patroonheilige van het gilde van de ritmegitaar. Ritme. Zijn hele leven heeft zo'n beetje in dienst gestaan van dat altijd herkenbare ritme. En juist dat maakt hem voor mij zo belangrijk. Hij heeft mijn jonge leven ritme gegeven. Hij heeft gezorgd voor balans op momenten dat die ver te zoeken was. Muziek werd een uitlaatklep. Een rustpunt. Rick Parfitt staat daar symbool voor. Zijn bijna pulserende ritmes op zijn Fender gitaar zorgden voor ankerpunten in mijn jeugd. Zijn heengaan maakt me daar nog eens extra van bewust. Met het overlijden van Rick Parfitt sterft voor mij ook Status Quo. Ik ben er de persoon niet naar om een persoonlijke boodschap aan hem te richten. Ik zou het misschien wel willen maar het voelt te ongemakkelijk aan. Te geforceerd. Daarom laat ik het maar hierbij in de wetenschap dat dergelijke  woorden soms ook gewoon niet hoeven te worden uitgesproken. 

“He’s pathetic, he’s got Status Quo records."  Die quote zal nog wel even aan me hangen ben ik bang. Maar met een opgeheven hoofd richting dat speurmens van de BBC en met een, uiteraard, liefdevolle knipoog naar mijn vrouw antwoord ik de volle keer met volle overtuiging:
 

"Yes, I've got Status Quo records." Lot's of them."
"I may be pathetic.., 

 

...but...
 

...I like it, I like it, I like it, I like it, I la la like it, la la like it
Here we gooohhooo
Rockin' all over the world...!!"

 
Ed Muitjens