Manu Katché

 
 

Hoewel deze laatste cd van Manu Katché al eind 2012 is uitgebracht heb ik toch nog gemeend een review te moeten schrijven. Ten eerste omdat ik eerder voor "Johnny's Garden" een review heb geschreven over "Third Round". Het was Katché's derde release op het ECM label na twee werkelijk voortreffelijke voorgangers ("Playground" en "Neighbourhood") waarop een trits aan buitengewoon goede muzikanten meespeelde (saxofonist Jan Gabarek, pianist Marcin Wasilewski en trompettisten Matthias Eck en Tomasz Stanko). Helaas was "Third round" op de kwaliteitsladder een paar sporten lager te vinden dan de eerder genoemde cd's en om een bijzonder muzikant als Manu Katché dan op zo'n manier onder de aandacht te moeten brengen is een beetje jammer. Ten tweede, en dat is veel belangrijker, is zijn vierde ECM-release (in de jaren '90 heeft hij ook nog een tweetal cd's uitgebracht) er één om door een ringetje te halen.

Velen zullen Manu Katché vooral kennen als sessiemuzikant. Zijn werk op onder meer het gelijknamige album van Robbie Robertson en op het album "So" van Peter Gabriel is alom bekend. Katché is een drummer naar mijn hart. Iemand die iets extra's brengt zonder te vervallen in krachtpatserij. Als je naar de eerste acht maten van openingsnummer "Running after years" luistert, voordat pianist Jim Watson zijn vingers de ivoren toetsen laat beroeren, dan voel je denk ik wel aan wat ik bedoel. Het ritme en de accenten op hi-hat en de snare, de subtiele toevoegingen op de splashes (kleine bekkens), het is er allemaal. De virtuositeit ligt in zijn spel opgesloten zonder dat hij daarmee overdadig te koop loopt. Daarbij heeft hij ditmaal voor een andere setting gekozen. Geen bassist deze keer en toetsenist Jim Watson speelt minstens zo vaak op het Hammond B3 orgel als op de piano. Daarnaast vinden we wederom saxofonist Tore Brunborg terug (ook de saxofonist op "Third Round") en op trompet niemand minder dan Nils Petter Molvaer. Laatstgenoemde past hier en daar en zeer smaakvol ook nog enkele loops in. Het samenspel tussen deze vier muzikanten past als een puzzel in elkaar. Als dansende nimfen cirkelen de wonderschone saxofoon klanken van Brunborg en de weidse tonen van Molvaer om elkaar heen. Toetsenist Watson tintelt daar op piano tussendoor of voorziet het geheel van een warme gloed met zijn fraai klinkende Hammond. Manu Katché is als vanouds nooit te nadrukkelijk aanwezig en speelt volledig in dienst van de composities die hij overigens allemaal zelf heeft geschreven. Alleen in "loose" gaat Katché ook spreekwoordelijk even "los" maar het album kent daarnaast vele rustpunten.

Liefhebbers van wonderschone instrumentale muziek en liefhebbers van jazz in het bijzonder adviseer ik hiernaar te luisteren. Ook nu weer is de geluidskwaliteit van deze ECM release buitengewoon en hoor je de "diepte" weerklinken in de drums. Zo hoort een cd te klinken. Zoals gezegd is dit een release uit 2012 maar wel eentje die je in 2013 eigenlijk niet mag missen.

Ed Muitjens
Manu Katché
Manu Katché