The Little drummer boy

"I played my best for Him pa -rum pum pum pum
Rum pum pum pum, rum pum pum pum
Then He smiled at me pa-rum pum pum pum
Me and my drum, me and my drum..."

 

"The Little Drummer Boy". Voor alle duidelijkheid, dit is geen midzomerse lofzang voor een winters kerstlied, het is slechts een intro dat zicht geeft op een deel van mijn muziekbeleving. Ik zal namelijk de enige niet zijn die zijn spreekwoordelijke trommelvliezen en de daaromheen gebouwde schelpen spitst bij het horen van de drums en de manier waarop ze in de mix zijn geplaatst. En dat is eigenlijk best vreemd voor iemand die in zijn puberjaren 'de gitaar' ergens bovenop Olympus plaatste en destijds zeker niet had misstaan op het WK luchtgitaar spelen. Geen fret was mij onbekend, geen akkoord mij te moeilijk. Nee, ik perste zonder moeite de meest vlammende solo's uit mijn denkbeeldige gitaar. Geen centje pijn.

 

Maar toch, de drums en met name het geluid daarvan hebben altijd voor mij  een bepalende rol gespeeld. Dat komt misschien ook omdat ik vanaf 1977 echt actief naar muziek ben gaan luisteren en ik dus al vrij snel ben geconfronteerd met het decennium waarin de snaredrum en toms doorgaans, en in mijn oren, wanstaltig klonken. Want ik weet niet of het u is opgevallen maar ieder decennium heeft zo zijn "eigen geluid" en dat geldt ook voor het geluid van de drums. In de jaren '80 klonken die overdadig, galmend en, uitzonderingen daargelaten, gewoon "niet lekker". Dat is natuurlijk hoogstpersoonlijk maar toch... Een voorbeeldje? Luister naar het geluid van de drums op The Final Countdown en een verdere uitleg lijkt mij overbodig. Ik hou daarentegen bijvoorbeeld zeer van het geluid van de drums van de late jaren '60 en de vroege jaren '70. Niet altijd even overweldigend in de mix geplaatst en soms zelfs lichtelijk kneuterig klinkend maar hoe omschrijf je in Godsnaam het geluid van de drums? Luister in plaats van mijn nutteloze poging om dit te verwoorden gewoon naar het heerlijke getrommel en dito geluid van Ginger Baker op Creams Disraeli Gears of naar Billy Cobham's geniale roffels op zijn debuutplaat Spectrum. Ik kan er geen genoeg van krijgen, waarbij ik tevens besef dat een opmerking in de geest van kneuterigheid in combinatie met de heer Baker een ernstig risico kan betekenen betreffende mijn gezondheid en het behoud van mijn voorste tanden.

JS: En dan vergeet ie nog de fabelachtige jaren twintig

 

Maar goed, mijn focus is mede hierdoor de jaren meer en meer op "de trommelaar" in het gezelschap komen te liggen. Ik zie en hoor graag een drummer die iets extra's weet te brengen. Iemand die door zijn spel mijn aandacht opeist. En ik hou graag van "droge klappen", ook al een begrip waarbij ik mij er niet aan ga wagen dit verder uit te leggen. Ik heb dan ook albums die ik speciaal koester vanwege het sublieme drumwerk en geluid. Neal Pearts geniale escapes op Moving Pictures van Rush bijvoorbeeld, een voortreffelijk klinkende uitzondering op het jaren '80 drumgeluid. Maar ook Tools Lazarus en Manu Katché's Neighboorhood zijn zo maar twee voorbeelden waarnaar ik likkebaardend kan luisteren. De één door de uitbundigheid van de drummer, de ander door diens fraaie subtiliteiten. Maar dat geluid van de late jaren '60, begin jaren '70 blijft mijn voorkeur hebben. Met regelmaat koop ik dan ook albums uit die periode die lichtelijk in de vergetelheid zijn geraakt. Platen van "toen" maar waar vaak die heerlijke sound op terug te vinden is. Ik heb er weer een paar in bestelling staan: een album van Traffic, één van Atomic Rooster en één van Budgie. Binnenkort weer luisteren naar nieuw "oud werk" van een aantal "little drummer boys" van weleer. "Drummer boys", wiens geluid ik inmiddels naast die gitaar op Olympus heb geplaatst. Die sound die met iedere maat verder in mijn geheugen slijpt. Ik sluit mijn ogen. Zeus laat langzaam dat magistrale geluid van zijn berg neerdalen...

 

Pa -rum pum pum pum
Rum pum pum pum, rum pum pum pum...
    

Ed Muitjens