Lincoln Durham: The Shovel vs. The Howling Bones

 
 

Er wordt op deze site wel eens gerept over de inhoudelijke kwaliteiten van een plaat. Lijkt me vanzelfsprekend dat je zonder inhoud slechts leegte aantreft. Voor mij doet een fraai uiterlijk ook ter zake. Wanneer het inhoudelijke doorslaat in pretentie zijn fraaie woorden ook slechts camouflage. Die bedrieglijke vorm is dan minstens van het niveau welke schuil gaat bij een uitsluitend bekoorlijke vormgeving. Wat ik zoek in muziek is de balans. Een haast natuurlijke verfraaiing. Het ene hoeft niet mank te gaan aan het andere. Muziek hoort thuis op de weegschaal, in al zijn gedaantes. Uiteindelijk hebben we het over persoonlijke smaak. The Shovel versus The Howling Bones van Lincoln Durham verschijnt begin 2012, maar bevat genoeg argumenten om daarover nu alvast iets te vermelden. Een plaatje die van alles te doen heeft met vormgeving. Wikken en wegen, totdat de juist balans gevonden is proef je hier bij voortduring. Enerzijds zijn daar natuurlijke, vanzelfsprekende elementen zoals het aangenaam rauwe stemgeluid, anderzijds spreekt daar ook de ervaring van producers Ray Wylie Hubbard en George Reiff. Voldoende argumenten voor een serieuze luisterproef.

De naam van Durham komt voor mij volstrekt uit de lucht vallen. De hoes kent een fysieke fragmentarische overeenkomst zoals Dylan er uitzag halverwege de zeventiger jaren, en zoals hij staat afgebeeld staat op het vijfde deel uit The Bootleg serie The Rolling Thunder Revue. De eerste nummers openen als een feest voor het oor, zelfs het verwende oor. Ik verzwelg ze enthousiast, of is het andersom, en verzwelgen zij mij? Word ik hier ingepakt door hetgeen Durham en zijn maten hebben samengesteld? Subtiliteit is niet de eerste kwalificatie dit bij me opkomt, eerder bruut en gedreven; conventieloos. De artiest lijkt mij een zeer jonge kerel, echter het pallet wat wordt aangeboden is breed. Is eigentijds en bezit tegelijkertijd retro rock ingrediënten. Te mooi om waar te zijn bijna. Lekker rauw. Een veelvuldige factor aan hooks grijpen me, en niet alleen muzikaal, ook tekstueel weet de man het nodige bij me los te maken. De musici weten een heerlijke sfeertje neer te leggen die verwantschap bij mij oproept aan Rod Stewart’s vroege werk en aan The Faces. Een stompend geluid. Veel stevige drumbeats, een ondersteunende bas, en daaroverheen aangebracht een vette gitaar, van Lincoln zelf. De basis van de meeste tracks is enorm sterk, en de overige musici voegen daar slechts aan toe. Jeff Plankenhorn springt een keer bij, evenals Ray Wylie Hubbard zelf.
Wellicht had ik ter afsluiting van 2011 deze nieuwe plaat nog niet te berde moeten brengen. Mijn enthousiasme liet zich echter niet afremmen. Lincoln Durham is de eerste die ik gehoord heb van het komende jaar. Veelal sterke songs, waarbij de overdadige samenzang op People of the Land me ongetwijfeld vlot gaat vervelen. Die mogelijke verveling zal zich niet vlot inzetten bij de overige liedjes, en beperkt zich tot die ene. Een fris begin van 2012 ligt voor de boeg, en de eerste tonen daarvan heb ik gehoord in de vorm van deze veelbelovende plaat.
Rein van den Berg
Lincoln Durham
The Shovel vs. The Howling Bones