Leonard Cohen

Bid you farewell

Opnieuw heerst er verslagenheid op de bovenste verdieping van de Tower of Song. Nadat eerder dit jaar David Bowie, Prince en Guy Clark, om maar eens drie tegenpolen te noemen, het gebouw definitief hadden verlaten, is nu de man die zijn naam gaf aan het gebouw van de tafel opgestaan om zich terug te trekken uit het spel. Zoals hij dat onomwonden aan de wereld liet weten in wat zijn laatste bij leven opgenomen album werd, You Want It Darker. Die plaat, nog niet zo lang geleden door mij op deze plaats besproken, heeft een groef in mijn ziel getrokken waarvan de diepte nog niet bepaald kan worden. Maar ik denk dat het veeleer een loopgraaf dan een sleuf zal blijken te zijn.

Leonard Cohen kwam een jaar of 46 geleden in mijn leven dankzij de broers van mijn schoonzus Ria. Die draaiden zijn LP’s Songs of Leonard Cohen (1967) en Songs From A Room (1969) nagenoeg grijs, pluisden de teksten uit en poogden de nummers na te spelen. Enkelen van hen zijn er intussen helaas niet meer en sinds deze week geldt dat ook voor de meester zelf. Het is de weg van alle vlees, maar soms heeft dat vlees jammer genoeg een veel te korte houdbaarheidsdatum.

Cohen raakte de dromerige jongeling die ik was krachtig in het hart. Ik luisterde naar zijn teksten, vertaalde ze met het woordenboek binnen handbereik, begreep meer dan eens minder dan de helft van wat hij schreef, maar had het gevoel dat ik doorhad waarover hij zong. Hoewel zijn muziek niets te maken had met de (rhythm and) blues waar ik naar luisterde, de messcherpe rock van de Stones of de furie van Velvet Underground, had ik al snel door dat hier iets bijzonders gebeurde, iets onvermijdelijks dat mijn aandacht naar zich toetrok en niet van plan leek die aandacht ooit nog los te laten.

Helemaal overstag ging ik met Songs Of Love And Hate, een plaat die boordevol melancholie zit. Vanaf openingsnummer Avalanche tot en met de laatste klanken van het grandioze Joan of Arc wist Cohen me te biologeren met de meest poëtische teksten die ik tot dan toe had gehoord. Mijn hart smolt bij het luisteren naar Last Year’s Man, brak toen ik Joan of Arc hoorde en verpulverde bij het aanhoren van het wonderschone, maar zo desolate Famous Blue Raincoat. Mijn eeuwig durende liefde voor de muzikant, dichter en zanger Leonard Cohen is toen geboren.

Ik ben Lenny door de jaren heen van dichtbij blijven volgen. In al die tijd stelde hij me nooit echt teleur, ook al vond ik albums als Death of a Ladies’ Man en The Future niet de meesterwerken die anderen ervan maakten. Zo hoort dat met grote liefdes, je ziet de mindere dagen met plezier door de vingers omdat er al zoveel mooie dagen geweest zijn en omdat je weet dat de toekomst nog tijden van schoonheid, verwondering, bewondering en liefde zal brengen.

Die toekomst is nu voorbij. Leonards aankomende dood werd door hemzelf onverbloemd aangekondigd op You Want It Darker, zijn door merg en been snijdende zwanenzang. Terwijl ik dit schrijf, is dat echter niet de plaat die opstaat. Various Positions, met glorieuze nummers als Dance Me To The End Of Love, Hallelujah en If It Be Your Will is het al evenmin. Nee, ik luister naar I’m Your Man, wat mij betreft een van zijn allerbeste albums, en draai voor de vijfde achtereenvolgende keer het nummer Tower of Song. Want daar staat de stoel van Leonard Cohen. Een stoel waarin enkel hij mocht zitten. Een stoel die door niemand anders gevuld kan worden. Nu een lege stoel. Al belooft Leonard dat zijn geest ons zal blijven toezingen vanuit een geopend torenraam…

 

“Now I bid you farewell, I don't know when I'll be back
They're moving us tomorrow to that tower down the track
But you'll be hearing from me baby, long after I'm gone
I'll be speaking to you sweetly
From a window in the Tower of Song.”

 

Martin Overheul

Ook interessant