Johnny Cash: Ain't No Grave

 
 

Zullen we maar meteen afspreken dat ‘American Recordings VI: Ain’t No Grave’ de ultieme nalatenschap is van Johnny Cash? Omdat alles wat hierna nog zou komen niets meer aan zijn machtige discografie toevoegt? Zodat geldbeluste gladjanussen die zich niets aan muziek gelegen laten hem zijn waardigheid niet kunnen afnemen, zoals ze dat in talloos veel gevallen zonder enige gêne wél deden? Want ‘Ain’t No Grave’ is een majestueus sluitstuk van een van de meest spraakmakende carrières in de muziekwereld.

Met dank aan al degenen die zich de voorbije jaren hebben ingezet om deze tien outtakes van de ‘American Recordings V: A Hundred Highways’ de luister en pracht te bezorgen die de songs nu hebben. En met een diepe buiging voor producer Rick Rubin, die zestien jaar geleden de grandioze ingeving had om met Cash de studio in te gaan om ettelijke jaren later terug te kunnen kijken op een resem semiakoestische albums die hun weerga niet kennen. Maar het meeste respect gaat wat mij betreft uit naar the man in black zelf.

Tijdens de opnames van American Recordings overleed zijn grote liefde en morele en mentale steun June Carter Cash op de operatietafel. Tegelijkertijd wist Cash dat hij de strijd met zijn Parkinson elke dag definitief kon verliezen. Desondanks zat hij zo vaak hij kon in de studio en werkte voort met de gedrevenheid van een twintigjarige, bijgestaan door uiterst capabele muzikanten als Benmont Tench, Mike Campbell, Larry Gatlin, Pat McLaughlin en een fikse handvol anderen. En levert hij, bijna zeven jaar na zijn dood, een plaat af die mij bij elke beluistering opnieuw koude rillingen bezorgt. Het is waarschijnlijk een geval van achteraf verklaring, maar de dood is een even onontkoombaar als inspirerend element op dit album, alsof er een extra muzikant meespeelt.

Zowat elke song verwijst naar sterfelijkheid en eindigheid. Zoals het bezwerende titelnummer ‘Ain’t No Grave’, een gospelsong die wordt toegeschreven aan Brother Claude Ely, waarin Cash het onvermijdelijke lijkt te tarten als hij, met een duidelijk vermoeide maar nog steeds strijdbare stem, zingt dat geen enkel graf hem eronder zal houden. Dat gevoel komt nog scherper tot uiting in ‘Redemption Day’, een van de betere nummers van Sheryl Crow, dat inhoudelijk naadloos aansluit bij Cash’ sociale engagement en zijn ontzag voor de man in de straat. Cash aan het eind van die song ‘freedom’ te horen uitspreken, zorgt steeds opnieuw voor kippenvel. En Kris Kristofferson’s ‘For The Good Times’ krijgt vanuit bovenstaand perspectief een dimensie die ik nog niet eerder in die song had ontdekt. ‘American Recordings VI: Ain’t No Grave’ bevat eigenlijk alleen maar songs die diep respect afdwingen.

Respect voor de wijze waarop Cash ze interpreteert. En respect voor zijn begeleiders die zichzelf volkomen ten dienste stellen van de meester én de muziek. Waardoor ‘I Corinthians 15:55’, wellicht het laatste nummer dat Cash schreef, van de eerste tot de laatste seconde straalt. En waardoor ‘Aloha Oe’, een melancholieke versie van een van de liefelijkste afscheidsliedjes ooit, klinkt als een waardig afscheid van een man wiens invloed op de countrymuziek nog decennialang zal nagalmen.

Martin Overheul
Johnny Cash
Ain't No Grave
American recordings VI