John Hiatt: Dirty Jeans And Mudslide Hymns

 
 

Achtentwintig jaar geleden zat ik samen met mijn vrouw in de coulissen van Hof Ter Loo in Borgerhout, waar de reizende ster John Hiatt net een denderend solo-optreden had gegeven. Enkel gewapend met een akoestische gitaar en een stel fantastische songs liet Hiatt het publiek gedurende twee uur uit zijn hand eten. Tegelijkertijd bewees hij overvloedig dat hij geen Costello-epigoon was, een misvatting die een vrij stevige wortel had geschoten bij lieden die niet verder luisterden dan hun oorlellen lang waren en die elkaar duchtig na wauwelden toen de een of andere oen, niet gehinderd door enige kennis van zaken, beweerde dat de man die ons het geweldige Slug Line aanbood de nieuwe Elvis Costello was. (Geen idee waarom sommige luitjes tot vervelens toe met de nieuwe versie van iemand komen aandraven, terwijl de niet eens zo oude versie nog volop actief is.) Hiatt, die toen nog niet de status had die hij nu heeft, signeerde zonder mokken een stapeltje LP’s die nu nog steeds een ereplaats in mijn collectie innemen, waarna we gezamenlijk naar het centrum van Antwerpen gingen om iets te eten en een behoorlijke hoeveelheid te drinken. Ik kan me na al die jaren geen woord meer herinneren van het ontegensprekelijk hoogstaande gesprek dat we toen hebben gehad, al ging het vast en zeker over muziek, maar Hiatt is sindsdien een beetje een held voor ons gebleven. Die held heeft met Dirty Jeans And Mudslide Hymns zijn twintigste plaat afgeleverd en het is naar mijn mening, en die is, in tegenstelling tot heel wat van mijn medescribenten op deze site, niet bescheiden, een van zijn beste albums van de laatste twintig jaar. Waarbij voorwaar moet worden aangetekend dat Hiatt sinds de eeuwwisseling de ene na de andere prachtplaat heeft afgeleverd. Opener Damn This Town grijpt de argeloze luisteraar meteen bij de kraag. Dit nummer heeft dezelfde power als Perfectly Good Guitar uit 1993, maar klinkt aanzienlijk grimmiger en onheilspellender. Dat ‘Gods own country’ allang niet meer het aards paradijs is waarvoor het zo graag doorgaat, is daar waarschijnlijk ook debet aan. Hiatt klinkt hier pissig en verontwaardigd over de treurige teloorgang van dit zelfverklaarde Avondland. En ik houd wel van een kwaaie Hiatt. Maar ik houd nog veel meer van de langoureuze Hiatt in ‘Till I Get My Lovin’ Back en Don’t Wanna Leave You Now, twee liefdesliedjes die zó mooi zijn dat je haren en bijna van overeind gaan staan. Bijna. Helemaal overeind komen ze bij het horen van twee van de allermooiste ballads uit het toch al imposante repertorium van Hiatt: Down Around My Place en het zonder meer magistrale Hold On For Your Love. Met name dat laatste nummer benaderd de volmaaktheid. Hiatt’s stem klonk zelden soulvoller dan in deze song, lyrics en compositie vormen een naadloze eenheid en wat gitarist Doug Lanco uit zijn mouw schudt is hemels in al zijn ogenschijnlijke eenvoud. Achtentwintig jaar geleden zaten mijn vrouw en ik met John Hiatt in een van de vele sfeerrijke cafés in Antwerpen te praten over muziek. De voorbije dagen heb ik meer da eens geprobeerd dat gesprek te reconstrueren, maar dat is me tot nu toe niet gelukt. En eigenlijk vind ik dat wel jammer. Want misschien zat in dat gesprek wel een microscopisch kleine kiem die uiteindelijk heeft geleid tot dit excellente album. Er is niets verkeerd aan dromen, niet waar?

Martin Overheul
John Hiatt
Dirty Jeans And Mudslide Hymns