Joe Crookston: Darkling & The BlueBird Jubilee

 
 

Veertien jaar geleden kwam ik in het bezit van Richard Shindell’s Reunion Hill. Een plaat die ik bij voortduring bleef draaien. Een “eenvoudig” album, dat me in al zijn bescheidenheid overrompelde. Centrale factor was het bezwerende stemgeluid van Shindell, weggezet in een akoestische setting met een verscheidenheid aan snaren. Veel gitaar, mandoline, viool en cello. Dezelfde warmte en klankkleur hoor ik terug in Darkling & The BlueBird Jubilee van de tot dan toe voor mij onbekende Joe Crookston. Eenzelfde soort sensatie maakte zich van mij meester als indertijd bij Shindell. De behoefte mijn muzikale pad te blijven verkennen werd voor mijn gevoel beloond. Eens in de zoveel tijd komt weer eens iets naar boven drijven dat zo herkenbaar is – vertrouwd wellicht – maar toch ook weer net iets anders. Muziek hoeft voor mij niet explosief of imponerend te zijn, het meest belangrijk is wanneer ik het gevoel krijg dat de artiest tracht zichzelf oprecht te verwoorden, en daarbij iets prijsgeeft over zichzelf. Die essentie meen ik te beluisteren bij de muziek van Joe Crookston.

 
Gek genoeg weten de live video’s – die je van Crookston op You Tube kan vinden – mij niet te overtuigen. Hij komt daarin minder sterk en nadrukkelijk naar voren dan wat ik ervaar bij beluistering van zijn albums. Crookston is een zoekende (zijn we dat niet allemaal?) en heeft zijn denkwijze geopend voor Taoïstische wijsheden., Niet klakkeloos je weg volgen, maar met een zekere reserve die ruimte biedt voor je gevoel van binnenuit. (Ach, en doen we dat ook niet allemaal, of is dat een luxe die we ons zelden realiseren?) Zijn nummers zijn gefundeerd op de Amerikaanse roots. Hij is een uitstekende instrumentalist en zanger. Schrijft bovendien lyrische songs waaruit zijn bedachtzaamheid blijkt. Een van de thema’s dat bij hem met een zekere regelmaat terugkeert is het verstrijken van tijd. Evenals valt op zijn ontzag en bewondering voor hetgeen de natuur ontvouwt. Door elementen uit zijn persoonlijke leven te verbinden aan deze onderwerpen worden ze – voor mij - extra relevant. Een grove verzameling aan trefwoorden tracht op de inlays bij ieder nummer een beeld te schetsen; “whisky, grief, solitude, Wales, poem, 1953, drunk, anger”. Als een impressionist voegt hij deze dingen samen tot een geheel. Een nummer als Caitlin at the Window gaat bijvoorbeeld over de dood van Dylan Thomas. Alleen Mercy Now werd door iemand anders geschreven; Mary Gauthier. Joe Crookston draait al een tijdje mee, en weet met het verstrijken der jaren steeds meer vat te krijgen op zijn artisticiteit. Zijn laatste drie albums zijn zonder uitzondering sterk. Spreekt het gevoel dat de folkartiesten uit New England in hun muziek weten te leggen je aan, dan is Darkling & The BlueBird Jubilee zonder voorbehoud een aanbevelenswaardig album te noemen.
Rein van den Berg
Joe Crookston
Darkling & The BlueBird Jubilee