Jenny Scheinman: The Littlest Prisoner

 
 

Jenny Scheinman is door de jaren heen vooral bekend geworden als jazz-violiste. In die hoedanigheid werkte ze samen met artiesten als Aretha Franklin, Norah Jones, Lou Reed, Lucinda Williams, Bruce Cockburn en Bill Frisell. Met laatstgenoemde is ze ook nu nog actief binnen zijn 858 Quartet. Jenny groeide op in Californië. Van jongs af aan speelde zij piano en viool. Met familie reisde zij naar onder andere New York en Europa om samen met haar ouders op folk festivals te spelen. Scheinman studeerde Engelse literatuur aan de universiteit van Berkeley waarna ze de jazz-scene indook om daar haar geluk te beproeven. Momenteel woont zij in Brooklyn, New York, alwaar ze Bill Frisell ontmoette. Hij nodigde haar direct uit om aan zijn projecten deel te nemen. De afgelopen jaren vervaardigde Jenny zeven veelal instrumentale albums. In deze periode werkte zij samen met onder meer Hal Willner en Marc Ribot. Het was Norah Jones die haar tijdens een optreden in The Living Room hoorde zingen en aanmoedigde om hiermee door te gaan.

Voor haar achtste album The Littlest Prisoner deed Scheinman een beroep op de kwaliteiten van producer Tucker Martine. De ruggengraat van het album wordt gevormd door het kenmerkende gitaargeluid van Frisell, vergezeld van de door Brian Blade bespeelde drums. Naast de onlangs ontdekte vocalen neemt Jenny viool en mandoline voor haar rekening. Het album bestaat uit geheel zelfgeschreven werk, zeven vocale stukken aangevuld met drie instrumentals. Ze wekt hiermee een boeiende mengeling van jazz, country en folk tot leven. Het even eenvoudig als doeltreffend geïnstrumenteerde geheel is binnen drie dagen opgenomen. 

Scheinman opent haar nieuwe album met het loom wiegende Brother, waarbij haar fraaie stem zich meteen in je oor nestelt. Ze weet hiermee accuraat te doseren, evenals de instrumentatie klinkt nergens ook maar iets teveel. Binnen het uptempo gebrachte Run, Run, Run laat ze voor het eerst haar viool spreken, waarmee ze een vleugje bluegrass suggereert. De drie instrumentals zijn fraaie rustpunten en goed over het album verdeeld. Ze roept hiermee beurtelings zowel verstilling, elegantie als prikkelende energie op. Binnen het even aanstekelijke als intieme The Littlest Prisoner richt zij zich rechtstreeks tot haar ongeboren kind. Scheinman schreef het lied tijdens haar zwangerschap. Bruce Cockburn, met wie zij regelmatig toert, leent naast Frisell zijn gitaar aan dit titelnummer.

Eén van mijn favoriete songs is het eveneens loom klinkende Houston, waarop Brian Blade wederom de achtergrondvocalen verzorgt. Scheinman schetst hier zowel gevoelens van kwetsbaarheid als van onbeschaamd verlangen. Ze doet dit bijzonder fraai door de bezongen gevoelens aan beelden uit de acupunctuur te verbinden. Met het dromerige Just a Child weet Jenny moeiteloos de aandacht van de luisteraar vast te houden.  Het eveneens ruim bemeten Sacrifice besluit dit album. Hier heerst stil verdriet om een verloren geliefde, aan wie ze maar liefst een kwart van haar leven vergeefs spendeerde. Wat rest is hun gezamenlijke kind. Mannen zijn nu eenmaal niet in staat om offers te brengen, verzucht ze, vergezeld van haar vastberadenheid om de pijn en het verlies manmoedig te dragen.

Met The Littlest Prisoner lijkt Jenny Scheinman definitief haar stem gevonden te hebben.  Diep geworteld in de jazz, country en folk brengt zij haar navrante teksten betoverend waarbij zelfs de kleinste stembuiging de grootste betekenis kan hebben.

Hans Jansen
Jenny Scheinman
The Littlest Prisoner
Label: 
Sony Masterworks
Releasedatum: 
6-5-2014
Diep geworteld in de jazz, country en folk brengt zij haar navrante teksten betoverend