Jennie Lowe Stearns: Blurry Edges

 
 

De frêle freule Jennie Lowe Stearns volgt al meer dan tien jaar haar eigen weg en dat leidde in het verleden tot een handvol platen die bol staan van schoonheid. Dat ze als geen ander is staat is songs te schrijven die zich diep in je geheugen beitelen, bewees ze al op wonderschone albums als Angel With A Broken Wing (Gravel And Sand is een bezoek van vijf minuten aan de hemel) en Birds Fall (haar Almost Missing had niet misstaan op Neil Youngs meesterwerk After The Gold Rush). “When Jen sends me a song to soak in, it tends to stick around for days after just one listening,” zegt Howie Gelb daarover. “The woman is haunted by song and she exercises them little devils by singin’ the hell out of ‘m. What’s left is angelic and tends to stick around here for days stuck floating just above.” Dat diezelfde songs dankzij haar door tristesse getekende stem een supplementaire nuance krijgen, bewijst ze ten overvloede op Blurry Edges, een met veel finesse geslepen robijntje waarop we vijf jaar hebben moeten wachten. Verleden, geheugen en tristesse zijn drie begrippen die niet zomaar in deze inleiding staan want ze geven perfect weer waar het gros van de elf nummers op dit album over handelen. Of om het wat scherper af te bakenen, de invloed van het verleden op het heden. Wat als centraal thema niet alleen gewaagd is, maar evengoed kan leiden tot songs die ondergeschikt zijn aan de filosofie die erachter zit. Niet zo bij Jennie Lowe Stearns. Blurry Edges verzandt nergens in een saai muzikaal traktaat. In de eerste plaats ligt dat aan Lowe Stearns vermogen om haar publiek te bekoren met muziek die overrompelt door zijn ongekunsteldheid, eerlijkheid en warme weemoed. En in de tweede plaats is de inbreng van haar nieuwe begeleidingsgroep The Fire Choir (met de verrukkelijke Emily Arin als achtergrondzangeres) daar debet aan. De band legt, soms uiterst subtiel, soms als een bulldozer, de juiste accenten op exact de juiste plaats. Door de spaarzame aanpak van Lowe Stearns en haar band, lijkt Blurry Edges na een paar luisterbeurten een subliem consistent album te zijn zonder echte uitschieters. Die blijken er na verloop van tijd echter wél te zijn met Frida, dat door de piano van Michael Stark wel lijkt te zweven, het dromerige Grasp (met de lapsteel van Joe Novelli in een glansrol), Light Of Day (‘In the light of day / When the night it crashes and slips away / Shadow still remains / In the stairwell’), Under Water (met iedereen in een hoofdrol), het mysterieuze Thieves en ten slotte titelnummer Blurry Edges waarin Novelli’s gitaar net niet ontspoord en precies daardoor Zes hoogtepunten en vijf ronduit magnifieke songs, dat is de veelzeggende som van de avontuurlijke optelling die Jenny Lowe Stearns de luisteraar aanbiedt. In tijden van een om de hoek loerende recessie is dat een aanbod waarvan zelfs de opportunistische spelers op de beurs glinsterende ogen zullen krijgen.

Martin Overheul
Jennie Lowe Stearns
Blurry Edges