Jenn Rawling & Basho Parks: Tarantula Arms

 
 

Om maar meteen eens met een vergelijking in huis te vallen, ik vind de zang van Jenn ietsjes hebben van die van Joni Mitchell, en dan niet de vroegste periode van diens loopbaan. Of is het slechts vanwege zinnen die ik oppik in het hypnotiserende Ashes to Wildflowers? Net als de frisse heldere kleuren van de hoes van hun laatste cd, Tarantula Arms, heeft de muziek van dit folky tweetal een opgeruimd karakter. De folky referenties vallen overigens reuze mee. Zonder twijfel laten hun roots zich vinden in de Folk, echter zijn ze geëvolueerd, zonder daarbij de originele waarden te schenden. De traditionele instrumenten zorgen voor de gewenste basis, echter het volle geluid zoekt naar een breder perspectief. Rijke arrangementen, bij vlagen bijna georkestreerd aandoen. De ambities van Jenn Rawling & Basho Parks zoeken een horizon die verder reikt dan het oog. En waarom ook niet. Fijn klein is genietbaar, maar deze goud verrijkte productie is een goed gekozen stap.

Het duo is afkomstige uit Portland, Oregon. Ze ontmoeten elkaar in 2012, en zijn sindsdien onafscheidelijk. Hun Take the Air verscheen vorig jaar, en ze laten er geen gras over groeien, want ik vermoed dat dit nieuwe album de lovende kritieken van hun vorige plaat gaat overtreffen. Bij het beschrijven van een wijn kun je te allen tijde ongeremd en beeldend uitpakken, en eerlijke gezegd, daar eigent deze plaat zich ook toe. Ondanks de beklemmend aandoende Tarantula armen etaleert het album zich als landelijke, zonovergoten en lichtelijke psychedelisch. Een natuurproduct, organisch, gelaagd. Het afsluitende We Will krijgt vanwege Basho’s viool een bescheiden Chinees tintje mee. De liedjes groeien onderhuids waardoor dit album zich wel eens zou kunnen ontpoppen tot de lenteverrassing van 2013.

Rein van den Berg
Jenn Rawling & Basho Parks
Tarantula Arms