Jackson & Mart

The Pretender

Hij had beter verdiend. Veel beter. In ieder geval veel beter dan die slaapverwekkende finale basketbal tussen Servië en de VS tijdens de Olympiade deze zomer. Je kon weinig afleiden aan zijn stem, maar hoe beladen zijn die laatste minuten van die zouteloze wedstrijd voor Mart Smeets geweest? Zijn laatste sportcommentaar voor de NOS. Voor een man die niet echt vrijwillig afscheid heeft genomen moeten die laatste seconden hebben aangevoeld als onverdedigbare dreunen op het gemoed. Persoonlijk vind ik het jammer dat het hoofdstuk Smeets werd afgesloten, want behoudens een ogenschijnlijke eigengereidheid en arrogantie ("Mag ik dat zeggen, mijnheer Smeets?" "Ja, ik mag dat zeggen.") straalde hij vooral betrokkenheid en passie uit. Heel veel passie. En ik hield daarvan.  

Arrogant of niet, het sportcommentaar van Smeets was bijzonder. Met of zonder een copresentator als een Jean Nelissen of Leen Pfrommer. Daar waar ik vroeger samen met Mart en Leen driftig de rondetijden op de 10 kilometer schaatsen noteerde worden mijn oogleden, bij het aanhoren van het huidige commentaar van Herbert Dijkstra, vooral zwaar. Loodzwaar. Mijn vol gepende schriftjes met rondetijden liggen inmiddels stof te vangen bij de kringloopwinkel. Wat rest zijn de herinneringen aan vele mooie sportmomenten en let wel, mooie sportmomenten worden goud gekleurd als ze worden voorzien van kundig en opwindend commentaar. Smeets had dat als geen ander in de vingers. De 'sneaky' demarrage van Joop Zoetemelk toen hij wereldkampioen werd. De gouden en zilveren race op de 1500 meter van Annie Borckink en Ria Visser in Lake Placid. De drie etappe-overwinningen van Erik Dekker in de Tour van 2000. De voorbeelden van zijn geestdriftig commentaar zijn legio. Voor Smeets was het de normaalste zaak van de wereld. Werk en passie liepen jarenlang hand in hand door zijn leven. Iedere dag weer. Waar ook ter wereld. 

 

"Gonna pack my lunch in the morning
And go to work each day
And when the evening rolls around
I'll go on home and lay my body down
And when the morning light comes streaming in
I'll get up and do it again
Amen."

 

Maar daar waar vaak luid de loftrompet voor Mart Smeets werd geschald werden ook punten van pennen geslepen en in hoon gedrenkt. Keiharde krenkende woorden vielen hem ten deel. Zijn markante persoonlijkheid en houding zorgden voor tsunami's aan kritiek en steken onder het bekende wateroppervlak. En eerlijk gezegd heb ik me ook wel eens kritisch over hem uitgelaten. Hoewel ik hem als commentator ergens bovenop de Mont Ventoux plaatste vond ik hem als interviewer niet altijd even sterk. Wellicht stond hij te kort op de sport en bleven hierdoor bepaalde vragen, die in mijn ogen eigenlijk gesteld dienden te worden, soms achterwege - zoals aan vermeende Nederlandse dopingzondaars die de tour niet uitreden op boerenkool met worst alleen. Maar de bagger die hij over zijn gebrilde hoofd kreeg gesmeten was met regelmaat buitenproportioneel. "De man werd gespeeld, niet de bal", zou Theo Reitsma hebben gezegd. En Smeets mocht dan gekozen hebben voor een publieke functie, maar het is ook maar een man van vlees en bloed. Ieder mens heeft zo zijn grenzen. 

Toch deed het hem ogenschijnlijk niet veel, haalde hij die stevige schouders op en gleed die kritiek als nat geworden groene zeep van zijn 1.94 meter lange lijf af. Maar hij moet toch ook momenten hebben gehad dat een lans wel door dat stevige pantser wist te prikken? Dat hij zijn moment van zwakte kende? Zou hij nooit ongegeneerd gezwolgen hebben in een bui van zelfmedelijden? Een avond lang naar niets anders dan naar blues hebben geluisterd en zijn wonden hebben gelikt? Wellicht een traantje hebben gepinkt bij B.B. King's "Nobody loves me but my mother"? Ik zou me er alles bij hebben kunnen voorstellen. Daarentegen las ik jaren geleden dat hij graag "The Pretender" van Jackson Browne ten gehore wil brengen tijdens zijn uitvaart. Het is vanaf dat moment dat ik weet dat Mart Smeets echt deugt. Want "The Pretender" is veel meer dan een dikke vijf minuten aan schitterende muziek. Muziek tijdens een uitvaart wordt door een beetje muziekliefhebber zorgvuldig gekozen en daarom ga ik er vanuit dat Mart Smeets niet alleen voor dit nummer kiest vanwege de fraaie vocale ondersteuning van David Crosby en Graham Nash, maar dat hij de tekst, misschien ergens als een vorm van zelfspot, op zichzelf betrekt. In plaats van paraderen met een lauwerkrans kiezen voor een kroon van zelfironie. Ook daar hou ik van. Jackson Browne, zoals Mart volwassen geworden in de jaren '60, bracht "The Pretender" uit in 1976. Op een moment waarop Browne kon overzien dat de "Love generation" van de jaren '60 hun dromen niet had kunnen waarmaken. Niet voor die veranderingen had kunnen zorgen. 

 

"I want to know what became of the changes
We waited for love to bring."

 

Teleurstelling overheerst in "The Pretender." "Is a dream a lie if it don't come true, or is it something worse?" zong Bruce Springsteen ooit. Een vraag die in deze context misschien wel een antwoord vindt. Want is de bezongen hoofdpersoon niet de verpersoonlijking van teleurstelling, van falen?  Misschien zelfs de verpersoonlijking van verraad? Jackson was zich daarvan bewust. Mart in zijn kielzog kennelijk ook. 

Maar hoeveel zelfspot hij ook mag hebben, Mart Smeets heeft niet teleurgesteld en natuurlijk heeft hij niet gefaald. Al helemaal niet in mijn ogen. Zijn stemgeluid is de compagnon geworden van vele momenten van opperste euforie en, helaas onvermijdelijk, van diepe teleurstelling. Zijn woorden staan als voetstappen gedrukt in mijn geheugen. Aan het eind van zijn Latijn wil ik eigenlijk gewoon even bemoedigend een arm om die brede schouder leggen. Zoals hij dat in 1985 op een druilerige middag in Meerssen bij een ontroerde Gerrie Kneteman deed. Ik wil hem zeggen dat het goed is. Dat hij zich moet overgeven. Zoals we ons allemaal ooit moeten overgeven. Zoals "The Pretender" zich heeft moeten overgeven. Er is geen ontkomen aan de verschillende fases van het leven. Er is geen ontkomen aan het ouder worden. Het bidden, zoals dat wordt bezongen in "The Pretender", laat ik graag aan Jackson Browne over. Zoals hij dat al in 1976 deed. Ik neem enkel mijn hoed af. Voor beiden. Meer niet. 

 

"Say a prayer for the Pretender
Who started out so young and strong
Only to surrender"

 

 

Ed Muitjens

Ook interessant