Jackie Oates: Hyperboreans

 
 

Folkmuziek verhult zich in vele gedaantes. De vorm waarvoor Jackie Oates heeft gekozen respecteert de traditionele waarden. Behalve bewerkingen van traditionals staat Jackie volledig los van het compositorische gedeelte. Daarbij valt overigens wel de naam op van traditionalist Alasdair Roberts. Hij is bovendien aanwezig op een beperkt aantal nummers, zowel vocaal als met zijn gitaar. Hyperboreans is verhalend van begin tot eind, en weet primair te boeien door Jackie’s zang, en puur door de wijze waarop de klassieke instrumenten de verhaallijn ondersteunen. Al luisterend ga je zondermeer terug in de tijd. De tijd waarin verhalen overgingen van de ene generatie naar de andere, totdat ze eindelijk werden vastgelegd op papier. Mystiek en drama ten voeten uit. Er is veel aandacht besteedt aan de pure accenten. Hetgeen symbolisch ook in de hoes tot uitdrukking komt. Een klassieke schone gedrapeerd in maagdelijk wit gevallen ter aarde. Slechts een polletje groen met paarse bloemetjes geeft kleur aan de geënsceneerde foto. Zo laat de muziek zich ook beluisteren. De lijn is puur en eenvoudig, waarbij af en toe de klankkleur subtiel wordt belicht. The Isle of France is een klassieker die Jackie heeft geleerd van Nic Jones (eveneens een folkartiest met een enorme reputatie) De moordballade The Butcher’s Boy is aanwezig, en in een uitstekende versie. Deze song is anders dan de klassieker gezongen door Elvis Costello, en die bekend staat in de nodige varianten. Diezelfde song is eveneens bekend onder de naam The Railroad Boy. Wellicht dat er een historische link ligt tussen beide versies. Ik heb de overeenkomst nog niet gevonden. Ondanks deze persoonlijke verwarring kan ik Hyperboreans bijzonder aanbevelen aan liefhebbers van de betere Engelse folk. 

Rein van den Berg
Jackie Oates
Hyperboreans