Interview Peter Hicks

Sleepy Driver

Een aantal maanden terug attendeerde Rein mij op Sleepy Driver, met de vraag of ik er een recensie over wilde schrijven. Het was voor mij muziek die direct aansprak, met name door de goed in het gehoor liggende songs die direct bleven hangen, maar ook door het zeer prettige stemgeluid van zanger en componist Peter Hicks. Daarnaast bleek Peter ook een zeer aimabele man te zijn, waarmee ik nu frequent contact heb. Onlangs stuurde ik hem ter beantwoording een aantal vragen op. De antwoorden werden voor mij op vakkundige wijze vertaald door René van Schendelen, waarvoor nogmaals grote dank.

 

Kom je uit een muzikale familie?
Nee, helemaal niet. Niemand speelde een instrument, behalve mijn oma aan moederskant, die ik nooit heb horen spelen, maar van wie ik de piano heb geërfd. Ik was het zwarte schaap in mijn naaste familie. Niet dat ik een probleemkind was, maar ik wilde wel liever een gitaar hebben dan een ijshockeystick. Vooral mijn vader wist daar geen raad mee. Hij was ingenieur en de aanvoerder van het ijshockeyteam op de universiteit. Ik geloof dat hij het nog steeds niet begrijpt; het is alsof we een andere taal spreken. 
 
Met welke muziek groeide je op?
Omdat allebei mijn ouders niet echt van muziek hielden, geen instrument speelden of zelfs maar naar muziek luisterden, luisterde ik mijn jeugd vooral naar de radio. En in het kleine stadje waarin ik opgroeide betekende dat de gangbare pop or rock of zelfs disco. Ik had gewoon niet veel om uit te kiezen toen ik jong was. Maar mijn wereld werd wat groter toen ik een jaar of twaalf werd. Mijn familie kocht toen een hooggelegen buitenhuis aan een meer, en op heldere zomeravonden kon ik dan verbinding krijgen met radiostations in Boston of New York. Zo ontdekte ik oude country en folk, en ook meer alternatieve rock. Ik had een losse cassetterecorder en hield die dan dicht bij de radio om de liedjes op te nemen en te bewaren voor later. Op zo’n avond luisterde ik voor het eerst naar Leonard Cohen en Bob Dylan. En naar Talking Heads. En de Louvin Brothers.  Allemaal muziek die mijn vrienden helemaal niet kenden. Op de middelbare school leerde ik mensen kennen die echt van muziek hielden en die me naar hun albums lieten luisteren. Dat was toen vooral hardrock – de smaak van middelbare scholieren.
 
Hoe ben je op de naam Sleepy Driver gekomen?
Voordat ik met deze band begon, had ik al in een paar andere bands gezeten. In een reggae band,  een college rock band en een band die elektronische rock speelde. Ik schreef toen al materiaal, zowel voor die bands als voor mezelf. Toen de laatste van die bands uit elkaar ging, ben ik gaan nadenken over een volgende stap. Ik keek naar alle liedjes die ik had geschreven, ook de liedjes waar ik nooit iets mee had gedaan, en ik ontdekte toen dat ze een uitgesproken Americana-karakter hadden en een overeenkomstig thema. Veel van de liedjes gingen over autorijden, zowel wegrijden als terug naar huis gaan, en meestal hadden ze een verdrietige invalshoek. Nadat ik een lange lijst met vreselijke bandnamen doorgenomen had, stelde iemand “Sleepy Driver” voor,  en ik vond dat die naam goed paste.
 
Hoe heb je de bandleden leren kennen?
We hebben elkaar hoofdzakelijk leren kennen via het werk of door wederzijdse vrienden. De band heeft voor de huidige line-up heel wat wisselingen ondergaan, en we zijn van een trio uitgegroeid tot sextet! Ik had al eerder met drummer Barry Hughes in een band gezeten, hoewel ik in die band niet de zanger was. Barry vond ik echt zo’n solide drummer dat hij de meest voor de hand liggende kandidaat was toen ik de band wilde oprichten. Maar het kostte me nog wel wat moeite om hem te overreden! Hij was er namelijk niet van overtuigd dat ik kon zingen en hij had nog nooit in een band gezeten die alleen maar origineel materiaal wilde spelen. Onze eerste bassist was een echte country-jongen, en uiteindelijk kregen we het gevoel dat zijn stijl  te beperkt was voor wat ik in gedachten had – al helemaal toen John Heinstein erbij kwam en zijn gevarieerde spel ons op nieuwe ideeën bracht.  Toen John zich bij ons aansloot waren we klaar om ons eerste album op te nemen.
We zijn toen naar Ethan Young-Lai gegaan die een studio had bij ons in de buurt. Toen hij onze eerste demo’s hoorde, vroeg hij of we niet nog een gitarist in de band wilden.  Hoe kon ik dat nou weigeren? Dave Palmer was het laatste stukje van de puzzel. Hij was een zeer gewaardeerde en veel gevraagde pedal steel gitarist in New Brunswick. Ik heb hem uitgenodigd om mee te spelen op een paar nummers van ons debuut “Steady Now”. Onze samenwerking werd steeds hechter tot ik me de band niet meer zonder hem kon voorstellen. Sinds “Ignatius” is hij een vast bandlid. 
 
​Is het moeilijk om je maatschappelijke en je muzikale carrière te combineren? Zou je niet liever je vaste baan willen opzeggen en je helemaal op de muziek willen richten?
Er is tegenwoordig in de muziek-business geen ontkomen aan om een betaalde baan te hebben naast een muzikale carrière. Ik was muzikaal gezien een laatbloeier. Ik begon pas met Sleepy Driver toen ik al achter in de dertig was en verdiende toen goed in de IT-business. Zelfs toen we in het begin met Sleepy Driver wat succes hadden was het natuurlijk zeer de vraag hoeveel we nou echt met onze muziek zouden kunnen verdienen. Ik was niet jong, knap of op zoek naar een sterrenstatus. Nee, ik was van middelbare leeftijd en ik schreef nummers over zaken die met die leeftijd te maken hadden. En daarnaast is er nog de bittere waarheid dat we leven in een tijdperk van streaming en digitale muziek – je moet nu gewoon onafgebroken toeren om echt iets te verdienen, want van plaatverkopen moet je het nu niet meer hebben. Ik heb bewondering voor artiesten die dat wel kunnen, die hun maatschappelijke carrière op willen geven. Maar ik geloof dat ik mijn twee carrières goed in balans heb. Mijn betaalde baan stelt me in staat om meer met muziek te doen vanuit een passie; dat zou nooit lukken als muziek mijn enige loopbaan was.
 

Wat zijn je voornaamste invloeden?
Mijn invloeden komen niet allemaal uit de muziek. Soms komen nummer voort uit schilderijen of uit romans. Soms zelfs uit krantenartikelen. Maar muzikaal gezien ben ik denk ik geleidelijk de kant op gegaan van de roots en americana van artiesten als Tom Petty, Lucinda Williams, Iris DeMent en Gillian Welch. John Hiatt en Neil Young hebben ook een rol gespeeld, vooral door de manier waarop deze mannen hun songs opbouwen. Soms klinken hun nummers als je ze voor de eerste keer hoort zo vertrouwd en volmaakt. En vaak ook met zulke mooie verhalen. Die twee hebben nou niet zo zeer een directe invloed op mijn muziek gehad, maar ze hebben me wel laten zien wat je met een song kunt doen en me geleerd harder te werken.
 
Als je liedjes schrijft, waar begin je dan mee? De tekst, de muziek of het thema?
Vaak begin ik een nummer met een akkoordenschema of een melodielijn. Meestal loop ik dan met mijn akoestische gitaar door mijn huiskamer en probeer ik nieuwe akkoordenschema’s te vinden, en daarna een melodielijn, waarbij ik wat nonsens woorden zing, of fonetische klanken. Als ik de melodie eenmaal heb, sla ik hem op in mijn hoofd. Op de gekste momenten, als ik wandel of autorijd, ben ik dan in gedachten met de tekst bezig. Zodra ik de kans krijg, schrijf ik de tekst op.
Het thema komt pas als ik één of twee sterke regels heb waar ik iets mee kan. Als ik een refrein of een eerste strofe heb, dan pas begint het zware werk: vanuit een idee een heel lied maken. Pas als we er met de band naar hebben gekeken weet ik of het een nummer voor Sleepy Driver wordt of niet.
 
Waar komt de inspiratie bij jou vandaan? Of is het een kwestie van hard werken? Zijn sommige van je liedjes autobiografisch?
Ik word maar zelden bewust door iets geïnspireerd, maar soms sijpelt er iets naar binnen. Maar het komt voor dat er een aanleiding is voor een liedje. Een artikel over een huurmoordenaar die ervan hield zijn slachtoffers te ontmoeten voordat hij ze vermoordde, heeft geleid tot “Lazy Eye”. En een liefdesbrief van mijn oudoom vormde de inspiratie voor “North Dakota”. Maar over het algemeen ontstaan mijn liedjes uit het niets, vanuit een plek die ik niet kan duiden. Van alle liefdesliedjes of treurige liedjes die ik schrijf zijn er maar weinig geïnspireerd op mijn eigen leven. Verbeelding speelt altijd een grote rol; het verbeelden van situaties en gevoelens. Ik kan dingen afleiden uit gebeurtenissen uit mijn eigen leven en ze in een liedje vergroten naar fictieve gebeurtenissen.

 
Hoe komt het toch dat een aardige kerel als jij murder ballads gaat schrijven? Heeft dat iets te maken met je antropologiestudie? 
Ha, “aardige kerels” hebben ook een duistere kant! Die murder ballads komen volgens mij van dezelfde plek als films of romans over slechteriken. Goede verhalen komen in praktisch alle culturen voort uit conflictsituaties, uit het goede en het kwade in de wereld, en dan vooral als die twee botsen. Mensen worden aangetrokken tot verhalen over nare gebeurtenissen omdat het ze helpt het leven te verwerken, zoals in moraliteiten. Soms gaat het om het kijken naar een moordzuchtige persoonlijkheid vanuit een nieuw perspectief. “I Know You Know I Know” op “Ignatius” is zo geschreven. Dat nummer ontvouwt zich als een liefdesliedje, maar halverwege het nummer kom je er achter dat het in feite een duistere fantasie is van een echte griezel. 
 
Verrast het je dat je muziek momenteel zoveel aandacht krijgt in Nederland en België?
Dat is zeker een zeer aangename verrassing! Sleepy Driver heeft met alle albums  in de Benelux aardig wat aandacht gekregen op de radio en zelfs een notering gehad op de EuroAmericana Chart voor ons debuut “Steady Now”. Ik geloof dat een paar factoren een rol hebben gespeeld. Ik heb het idee dat er in Nederland en België een groter publiek is dat zich interesseert voor albums; mensen die liedjesschrijven echt als een ambacht, als kunst zien en niet alleen maar op zoek zijn naar één lekkere popsong. Ik waardeer mensen die de tijd nemen om te luisteren. Er is geduld vereist om een plaat te leren kennen. Veel van mijn favoriete albums vond ik in het begin helemaal niet zo geweldig, maar ik begon ze elke keer als ze beluisterde steeds mooier te vinden. Dingen die de moeite waard zijn niet altijd meteen makkelijk te bevatten. 
 
Waar komt de albumtitel “Ignatius” vandaan?
Toen het album vorm kreeg, was de band al een tijdje niet bij elkaar geweest. We hadden de promotie voor “In A Low Dark Light” afgerond, een pauze ingelast en waren rustig aan begonnen aan nieuwe liedjes. Maar de opnames verliepen traag. Toen besloot ik om eerst een akoestisch album te maken bij wijze van impuls, omdat ons “rockalbum” niet op gang kwam. In die zin gaat “Ignatius” over datgene wat het vuur in ons ontsteekt, “what ignites a fire in us”. Ik hoopte met deze liedjes het vuur bij de band te ontsteken en uiteindelijk ook bij ons publiek.
Mensen vragen me nu of er een verband is met Ignatius van Loyola, de stichter van de Jezuïeten. Nee dus. Eerder nog met Ignatius van Antioch, die, om het maar simpel te zeggen, vond dat rampspoed en martelaarschap tot beloning zou leiden. Ik ben niet katholiek en geloof ook niet dat mijn leven mooier zou zijn als de leeuwen me zouden verscheuren. Maar ik geloof wel dat de confrontatie met problemen het leven kan verrijken, omdat je er altijd sterker uit komt. Of het nou gaat om een liefdesverhouding of de omgang met bandleden.
 
Ik hoop dat onze liedjes het vuur in mensen doet ontbranden. Ik hoop dat ze naar ons willen luisteren en een band met ons gaan voelen.
 
Theo Volk