Dayna Kurtz: American Standard

 
 

Sommige cd’s hebben een soort incubatietijd nodig voor je ze naar waarde kunt beoordelen, andere albums grijpen je dan weer meteen bij de keel. ‘American Standard’, de vijfde cd van Dayna Kurtz, zit een beetje tussen die twee categorieën in en dat komt in mijn geval deels door de voortreffelijke voorganger ‘Another Black Feather’. Dat album was zo intens en aangrijpend dat het een regelrecht huzarenstukje zou worden om dit niveau nog maar te benaderen, laat staan overstijgen.

 
Het feit dat ik wat bevooroordeeld was, ligt overigens niet enkel aan mij want ik heb de lat niet zo enorm hoog gelegd, dat heeft Dayna Kurtz zelf gedaan met haar vier voorgaande kwalitatief hoogstaande platen. En een periode van drie jaar relatieve stilte tussen twee albums in zorgt ook nog eens voor een toenemend verwachtingspatroon. Op ‘American Standard’ bewandelt Dayna Kurtz opnieuw haar persoonlijke weg van jazz, rock, blues en folk, maar in de rocksongs klinkt haar stem een stuk rauwer dan voordien en de elektrische gitaren zijn scherper, harder en prominenter, zoals in de swingende rockabilly van ‘Good In 62’ (met een sterke Larry Baeder op gitaar), het overdonderende ‘Billboards For Jesus’, dat steunt op een behoorlijke portie distortion en heavy drums of de forse twang van ‘Lou Lou Knows’ (cover van countrygrootheid Slim Willet). En die benadering verrast wat na de intimiteit op ‘Another Black Feather’ en ‘For the Love of Hazel’, haar zeer geslaagde folk-/bluegrass-uitstapje met blues- en rootszangeres Mamie Minch. Daar staat naast dat Kurtz’ stem in de ballads zo mogelijk nog donkerder, expressiever en soulvoller klinkt dan op haar voorgaande albums. In het folky akoestische Invocation’, het prachtige openingnummer met aanvullende vocals van Karli Maloney, laat Kurtz meteen horen dat ze heel wat uiteenlopende genres aankan. ‘Here Comes A Regular’, een indrukwekkende cover van Paul Westerberg die volledig opgebouwd is rond elektronische percussie en een ‘human hammond’ (Dayna Kurtz en Keren Ann), is een sensueel warm bad van ruim zes minuten. En ‘Don’t Go Down’ van de betreurde Elliott Smith breidt daar een bijzonder opwindend verlengstuk aan waarin Kurtz nog eens alle registers opentrekt, en met bijna speels gemak duidelijk maakt dat ze over een heel uitzonderlijke stem beschikt (wat ze trouwens nog eens dunnetjes overdoet in het a capella gezongen ‘You Fine Girl’. ‘American Standard’ sluit af met ‘Election Days’, een bruisend dixielandnummer met energieke koperpartijen van de New Orleans Nightcrawlers. Een waardige afsluiter van een cd die zich niet zo een, twee, drie gewonnen geeft, maar die puntgaaf aansluit op het zeer individuele parcours dat Dayna Kurtz heeft afgelegd sinds haar debuut twaalf jaar geleden.
Martin Overheul
Dayna Kurtz
American Standard