Chet Baker: Chet Sings (Kasplaatje Martin Overheul)

Martin Overheul
Chet Baker
Chet Sings

De voorbije weken werden bepaald door het overlijden van Leonard Cohen en Mose Allison en toch was het niet hun muziek die ik het meest heb gespeeld. Die bescheiden eer komt toe aan iemand die op 13 mei 1988 om tien over drie ’s nachts uit het raam van een Amsterdams hotel viel en die val niet overleefde: Chesney ‘Chet’ Henry Baker Jr. Diens album Chet Sings, uitgebracht in 1954, twee jaar voor mijn geboorte, passeert hier wel vaker de revue. Vooral op momenten waarin de emotie de overhand dreigt te krijgen – en van dergelijke momenten zijn we in huize Overheul-Tersago de voorbije tien jaar rijkelijk bedeeld geweest – grijp ik graag terug naar de bitterzoete melancholie van “de mooie jongen die alles had, maar waar het fout mee afliep”.

Van Baker werd gezegd dat hij zong zoals hij speelde, met een aangeboren gevoel voor de perfecte dosering van ingehouden dramatiek en waarachtigheid. Laat me honderd trompettisten horen en ik pik Baker er meteen uit. Laat me honderd (jazz)zangers horen en ik doe hetzelfde. Zijn stem en trompet zalven de ziel zodanig dat je voelt dat je niet alleen staat met je verdriet. Meer heeft een mens soms niet nodig om diep in te ademen, de schouders weer te rechten en een volgende stap te zetten in de richting van een ongewisse toekomst. Chet Sings doet dat bij mij. Elke keer opnieuw.