The Carnivaleros: Dreams Are Strange

 
 

Aangetrokken werd ik door de aparte, enigszins surrealistische hoes, die herinneringen bij mij opriep aan Monty Python. De naam The Carnivaleros deed geen enkel belletje bij mij rinkelen. Het is een groep rondom frontman Gary Mackender uit Tucson, Arizona, opgericht door hem in 2002. Daarvoor speelde hij als drummer in diverse bands, de bekendste daarvan was de Iers-Tex-Mex band The Mollys. Ook vormde hij ooit samen met Karl Hoffmann de ritmesectie van Kelley Hunt. Na zo’n 25 jaar worden de twee weer herenigd op Dreams Are Strange. Samen produceerden ze ook op vakkundige wijze dit vijfde album.

De muziek is moeilijk in een hokje te plaatsen, zelf noemen ze het desert bayou music. Er komt een groot aantal genres voorbij, die variëren van zydeco, tex-mex, country, ska, folk tot aan Oost-Europese invloeden. Het intro van opener Hesitation Bridge zette mij enigszins op het verkeerde been: even dacht ik met een doorsnee-countryalbum te maken te hebben. Maar zodra de accordeon inzet wordt duidelijk dat dat niet het geval is. Overigens startte hij The Carnivaleros omdat hij zich pas de accordeon eigen gemaakt had en graag zijn zelf op dat instrument geschreven liedjes wilde uitvoeren. De inspiratie voor dit liedje vond hij overigens in het boek An Artist of the Floating World van Kazuo Ishigiro.

Met een ijzersterk refrein is de grappige titelsong gezegend, die over een droom gaat. In de korte instrumental The Chestnut Oak is voor de eerste keer op viool Heather Hardy te horen, een begiftigd violiste. In Gonna Jump In a Hole lijk je even beland te zijn op een album van Madness, vanwege de duidelijke ska-invloeden. Over een van de meest populaire first ladies van de Verenigde Staten gaat Mamie Eisenhower, een extraverte dame met een voorliefde voor mooie kleren en dure juwelen. Erg ingetogen is de instrumental Tumacacori, vernoemd naar een Nationaal historisch park. Erg moeilijk uit je hoofd te krijgen is Who’s To Say, voorzien van de heerlijke achtergrondvocalen van Heather Hardy en Rebecca Carlson. Erg melancholisch is de break-up song Moving On. Aanleiding tot het schrijven van Wore Out My Welcome vormde het feit dat hij John Hiatt die uitdrukking een keer hoorde gebruiken op het podium.

Overigens speelt Gary de nodige andere instrumenten, zoals bijvoorbeeld vibrafoon in het enigszins jazzy aandoende Donna’s Song. Overigens excelleert hier violiste Hardy andermaal. Een van mijn persoonlijke favorieten is het grappige Psychic Mary. Het album sluit af met twee instrumentals, vooral High Speed Yard Sale is het vermelden waard. Het is een nummer beïnvloed door de muziek uit de Balkan. Erg vindingrijk is de toevoeging van de tuba, bespeeld door Sly Slipetsky. Wat bijzonder knap is aan Dreams Are Strange dat het ondanks de diversiteit aan stijlen toch een geheel vormt. Dit wordt nog eens versterkt door de uitgekiende instrumentatie. Liefhebbers van inventieve accordeonmuziek weten genoeg.

Review
Theo Volk
The Carnivaleros
Dreams Are Strange
Label: 
Indep.
Releasedatum: 
29-3-2016