Boz Scaggs: Memphis

 
 

Iets meer dan veertig jaar geleden besluit Boz Scaggs om voortaan meer ruimte te geven aan pop, soul en gesofisticeerde rhythm and blues in zijn songs. Hij doet dat eerst nog wat aarzelend op My Time (1972), een plaat waarop hij zijn bewondering voor Alan Toussaint, Bobby ‘Blue’ Bland en vooral Al Green niet onder stoelen of banken steekt. Twee jaar later verschijnt het vorstelijke Slow Dancer, waarop Scaggs onder productionele leiding van Motown-oudgediende Johnny Bristol heel dicht in de buurt van zijn definitieve stem komt. Die vindt hij uiteindelijk op Silk Degrees, een goddelijk blue-eyed-soul album dat de perfectie benadert en er óók nog eens voor zorgt dat Scaggs zich de volgende decennia geen zorgen meer hoeft te maken over zijn materiële welbevinden. Die gemoedsrust komt de creativiteit niet per se ten goede, maar in het geval van Scaggs valt het allemaal best mee; hij exploreert nieuwe wegen (jazz) en kijkt terug naar zijn beginperiode (rhythm and blues). Dat resulteert in een aantal platen die ik niet graag zou willen missen:Some Change, Dig, Fade Into Light, Come On Home, But Beautiful en Speak Low.

Onderwijl is William Royce Scaggs 68 jaar en doet hij al een hele tijd lekker waar hij zelf zin in heeft. Zoals opMemphis, zijn negentiende soloalbum. De plaat is een mooi eerbetoon aan de stad met die naam, aan generatiegenoot Al Green en aan de locale Royal Studio waar de legendarische producer/songschrijver/muzikant Willie Mitchell tijdloze soulplaten opnam van onder meer O.V. Wright, Al Green, Ann Peebles, Syl Johnson, en Otis Clay. In die studio verzamelen gedurende drie dagen een resem muzikanten om meermaals u tegen te zeggen om samen met Scaggs een dozijn songs op te nemen die puntgaaf passen in zijn toch al zo ruim bedeelde muzikale universum: smooth, soulful en sophisticated. 

Openingstrack Gone Baby Gone, een van de twee originals op Memphis, doet niet alleen denken aan Scaggs’ blue eyed soul van zowat veertig jaar geleden, maar zou zo uit het repertoire van Al Green kunnen komen. Grote klasse. De song die daarna volgt, So Good To Be Here, doet dat effectief en deze versie doet niet onder voor het origineel. Het is bijna een privilege om te horen wat Boz samen met toetsenman Spooner Oldham, gitarist Ray Parker Jr., bassist Willy Weeks, drummer/producer Steve Jordan en achtergrondzangeres Monet Owens doet met toch al grootse songs als Rainy Night In Georgia (Tony Joe White), Love On A Two Way Street (Sylvia Robinson), Mixed Up Shook Up Girl (Mink DeVille), Cadillac Walk (Moon Martin) en de traditional Corrina Corrina. En ik heb Keb’ Mo’ de laatste jaren zelden zo geïnspireerd gehoord als in Dry Spell, een venijnige bluesrocker van de Meters. Kort na de aankondiging van dit album lees ik ergens dat Boz Scaggs weer terug is. Wat uiteraard nonsens is. Want op Memphis laat Scaggs opnieuw horen dat hij nooit is weggeweest.

Martin Overheul
Boz Scaggs
Memphis