The Black Keys: Brothers

 
 

Wanneer je de muziek van The Black Keys extra luid afspeelt dan hoor je alvast iets van de sensatie die deze 2-koppige band ook live waarmaakt. De moddervette rauwe beat staat op Brothers wederom centraal. Ze putten slim uit een variatie aan pulserende beats, en weten die vervolgens te voorzien van primitieve blues grooves. Het begin van Howlin’ for You lijkt een rechtstreekse Gary Glitter persiflage, maar daarna buigen ze de song volledig om in hun voordeel. De beide mannen (Patrick Carney & Dan Auerbach) weten 15 nummers te kneden binnen een totale speelduur van bijna 56 minuten. Het korte instrumentale Black Mud is een ideale opmaat naar het dansbare The Only One. Zwarte muziek door witte jongens, en wat mij betreft op een fascinerende manier. Net als op hun achterliggende albums wordt op Brothers gespeeld met basale muziekstijlen (blues & rock), waardoor enerzijds het ritmegedeelte (drums & bas) zeer fundamenteel wordt gehouden, en anderzijds de overige instrumentatie (gitaar, orgel en wat al niet meer) voor een wisselende eigentijdse aanpak zorgt. Knap weten ze beproefde elementen wederom van een verfrissende bestaansrecht te voorzien. Je hoort voldoende invloeden, maar jatten zal ik dit nimmer noemen. Niet alle songs zijn voltreffers, maar opvolgende nummers als Sinister Kid, Go Getter, en I’m not the One zijn zonder uitzondering magistraal te noemen. Ook soulinvloeden vind je terug in Never Gonna Give You Up. Sinds hun laatste CD – Attack & Release – hebben de mannen hun lusten kunnen botvieren op zij-projecten, om zich vervolgens als Broers op dit nieuwe album te storten. Hun passie en creatiedrang lijkt enkel toegenomen, want ze excelleerden als nooit te voren. Muziek van nu, met een knipoog naar de toekomst, en zijn voeding uit het verleden. Muziek die mij laat voelen dat ik leef. Op 28 juni staan ze in onze eigen rock tempel Paradiso. Dat belooft wat! 

Rein van den Berg
The Black Keys
Brothers