http://www.johnnysgarden.nl/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/284111DarrellScott_etalage_1.jpglink
http://www.johnnysgarden.nl/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/336102JoeHenry600300.jpglink
http://www.johnnysgarden.nl/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/610741FredEaglesmith600x300.jpglink
http://www.johnnysgarden.nl/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/688745ThreeMetreDay600x300_1.jpglink
http://www.johnnysgarden.nl/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/679871RedMolly600x300.jpglink
http://www.johnnysgarden.nl/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/499623shelby_lynne_600x300.jpglink
http://www.johnnysgarden.nl/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/516883dark_river600x300.jpglink
http://www.johnnysgarden.nl/components/com_gk3_photoslide/thumbs_big/503190Simpson_et_1.jpglink

Darrell Scott: Long Ride Home

Wanneer het Americana-genre je aanspreekt, dan is Darrell Scott een fenomeen waar je niet omheen kunt/mag. Artikel

Joe Henry: Reverie

Joe Henry is óók zo iemand. De man volgt al jarenlang zijn eigen pad en levert elke keer opnieuw werk af dat boeit, schittert en intrigeert. Artikel

Fred Eaglesmith: 6 Volts

Wanneer je een rekenmodel zou toepassen, dan behoort deze nieuwe plaat tot één van die albums waarbij de kwaliteitsnaald extra naar boven veert. Artikel

Three Metre Day: Coasting Notes

Soms wil je huppelen en soms wil je dansen, maar soms wil je ook wegdobberen op een oceaan van gedachten. Artikel

Red Molly: Light in the Sky

Met Venter in de gelederen brengt Red Molly nu Light In The Sky uit, een wervelend plaatje dat kan doorgaan voor een ultieme staalkaart van hedendaagse americana. Artikel

Shelby Lynne: Revelation Road

Door de jaren heen trok Lynne haar muzikale spoor door country, jazz, pop, rootsrock, een beetje blues en western swing en al die elementen zijn terug te vinden op Revelation Road. Artikel

Dark River: Songs of the Civil War Era

Een donkere periode waarvan deze liedjes op deze cd de herinnering op een prachtige manier in leven houden. Artikel

Martin Simpson: Purpose + Grace

Een echte topplaat die werkelijk alles heeft: afwisselend, vrolijk, ontroerend, uitbundig, feestelijk, ingetogen. Kippenvel dus. Artikel

Darrell Scott: Long Ride Home Joe Henry: Reverie Fred Eaglesmith: 6 Volts Three Metre Day: Coasting Notes Red Molly: Light in the Sky Shelby Lynne: Revelation Road Dark River: Songs of the Civil War Era Martin Simpson: Purpose + Grace
Patsy Matheson: Stories of Angels & Guitars.
Hans Jansen 27-1-2012
Ze is woonachtig in West-Yorkshire en sinds ruim twintig jaar actief als singer-songwriter en multi-instrumentaliste o.a. binnen het all female Waking the Witch. Zij debuteert in 2006 met With My Boots On, in 2008 verschijnt haar tweede soloalbum A Little Piece Of England. Onlangs gevolgd door het derde album Stories of Angels & Guitars. Vrijwel geheel akoestisch gebrachte folk versneden met een flinke scheut jazz is haar metier. Een heerlijke combinatie gebracht met een bijzonder aangenaam warm hese stem met reminiscenties naar o.a. Beth Orton waarbij zij de gevoelstemperatuur nog een paar graden extra weet op te stoken. Patsy Matheson is haar naam.  Klonk haar tweede album A Little Piece Of England reeds tamelijk intiem op haar laatste album Stories of Angels & Guitars klinkt Patsy ronduit delicaat in een volstrekt naturelle productie van haarzelf en Phil Snell. Hierbij begeleidt zij zichzelf op o.a. gitaar, mandoline, xylophoon en glockenspiel. Hugh Whitaker (Housemartins) assisteert op subtiele drums en Jon Short op contrabas.  Stories of Angels & Guitars opent met het etherische Under Your Wing waarbij Patsy’s  vocalen in fraaie laagjes opgebouwd zijn. Een eenzame gitaar wordt na drie minuten vergezeld door zacht tikkende drums en een flintertje mandoline. Met No Angels en Adoption verschaft Matheson zichzelf vaste grond onder de voeten. Fraai vertolkte  teleurstelling en ander hartzeer waarbij drums en contrabas de nodige gronding aanbrengen. “You put my heart up for adoption, you crush it like a can”. Dit blijkt slechts de opmaat te zijn voor het hoogtepunt If You Ask Me. Met zijn eenvoudige gitaarmotief en spitsvondig plukkende bas draait het jazzy lied ontspannen om zijn eigen as.  In het op fluistersterkte gebrachte en meanderende So The Same lijkt Patheson in tweespraak met zichzelf te verkeren. Ze komt tot de slotsom dat de bezongen ander en zijzelf weliswaar heel verschillend lijken maar uiteindelijk toch ook erg op elkaar lijken. Met Hundred Guitars schroeft Matheson het tempo omhoog om vervolgens met het door slechts een harmonium gedragen Shining Silver uit te pakken. Patsy nadert het einde van Stories of Angels & Guitars geheel solo met het van een pakkend refrein voorziene Water is over the Weir. De gelaagde vocalen doen nogmaals uitstekend dienst evenals de tintelfrisse mandoline. Afsluiter is het hartverscheurende relaas Sylvia Jean waarin Sylvia’s geliefde als piloot zijn onfortuinlijke en smartelijke einde hoog in de lucht boven Schotland vindt tijdens de Koude Oorlog. Stories of Angels & Guitars, in toonzetting een volstrekt persoonlijk, weemoedig en zeer Engels klinkend album. Wat mij betreft is de jaarlijkse stroom van meeslepende albums, hoewel steevast bescheiden van omvang, met dit album weer geheel op gang gekomen. Homepage www.patsymatheson.co.uk/
Kevn Kinney: A Good Country Mile
Rein van den Berg 27-1-2012
Ja mensen, inderdaad, er is – eindelijk - weer eens een nieuw album beschikbaar van Kevn Kinney. ’t Heeft eventjes geduurd, maar liefhebbers (en dat zijn er in ons land een aanzienlijk aantal!) van zijn werk kunnen hun hart ophalen. Zelf volg ik zijn werk nagenoeg vanaf het eerste uur. Mijn zwager had MacDougal Blues in zijn kast staan, en ik kon niet nalaten zijn aankoop navolging te geven. Ik begrijp dat distributie van A Good Country Mile naar de Eurozone in voorbereiding is, maar afgerond is dat nog niet. We zitten momenteel nog op de voorste rij. Wil je een fysiek exemplaar dan kun je momenteel uitsluitend nog wenden tot bovengenoemde homepage. Dit nieuwe album laat zich het gemakkelijkst omschrijven als een uitgekiende combinatie van Kinney’s solo werk en dat van de formatie waarvan hij tevens deel uitmaakt Drivin’ N Cryin’. Kinney heeft de energie en het volume op deze nieuwe plaat aanzienlijk opgeschroefd. Zijn Zuidelijke roots komen op dit album aanmerkelijk sterker naar voren dan ooit op zijn vorige platen. A Good Country Mile werd gefinancierd gebruikmakend van Kickstarter. Tegenwoordig een veelbeproefd concept om de vereiste middelen vooraf beschikbaar te krijgen. Lang niet alle nummers op deze plaat zijn overigens nieuw. Kevn heeft gegrasduind in eerder verschenen werk. Het titelnummer is bijvoorbeeld afkomstig van Broken Hearts & Auto Parts. De uitvoering is echter van een volstrekt andere orde. Bovendien opgerekt tot bijna 10 minuten. Dit is zoals Kevn wat mij betreft altijd al zou mogen klinken, rauw en ongepolijst. Oud werk gereviseerd, een aantal nieuwe songs en een tweetal covers, waaronder het nummer Never Gonna Change dat origineel van Jason Isbell is. Alles bij elkaar hebben we hier ruim een uur aan dampende rock. De veelzijdige drummer en percussionist Anton Fier voorziet Kevn van het spreekwoordelijke steuntje in de rug. Hij is behalve producent van deze nieuwe plaat, tevens medecomponist van de nieuwe nummers. Hij was een vroeg bandlid van The Lounge Lizards, heeft o.a. gewerkt met Pere Ubu, Bill Lawell , Bob Mould, Jack Bruce, Arto Lindsay en John  Zorn. Heb je de zuidelijke rock hoog in het vaandel dan wordt het optimaal genieten bij deze werkelijk schitterende nieuwe Kevn Kinney CD. “This is one damn fine collection of tunes concocted by Kevn, Anton and friends. The album clocks in at right around an hour, and oh what an hour it is. From start to finish this is a record you can play all day long and never tire of the sweet tunes blaring from your speakers.” http://www.kevnkinney.com/  
Tiny Ruins: Some were meant for sea
Ed Muitjens 22-1-2012
“While some were meant for sea / in tug-boats ‘round the shore’s knee / Milling with the sand and always coming back to land / For others, up above / Is all they care to think of, / up there with the birds and clouds / And words don’t follow.” Heengaan naar een plaats waar woorden niet zullen volgen. Een plaats waar woorden niet kunnen krenken. Het is een plaats waar de hoofdpersoon in het prachtige “Priest with balloons” naar toe vliegt. De één kiest nu eenmaal voor de zee, de ander voor lucht. De openingszin “Some were meant for sea” is ook de titel van de cd van Tiny Ruins. Tiny Ruins is een project van de in Engeland geboren maar in Nieuw-Zeeland opgegroeide Hollie Fullbrook. Er is in 2010 enkel een EP verschenen met de titel “Little Notes”. Al de composities op “Some were meant for sea” zijn van de hand van Hollie Fullbrook. De hoes laat een onstuimige zee zien. De muziek van Tiny Ruins staat juist voor het tegenovergestelde. Ze is zeer ingetogen en intiem. De instrumentatie is, naast de basis van akoestische gitaar en af en toe piano, zeer summier. Het zijn slechts pasteltinten in een afgewogen compositie. Juist de spaarzame accenten zoals percussie, viool, accordeon en cello leggen de nadruk op de zang van Hollie Fullbrook en de songs. Ze is, voor mij, een typische in de folk gewortelde Engelse singer/songwriter. Ze maakt veel gebruik van haar kopstem maar dat wekt nooit irritatie op. Nee, Fullbrook’s stem mag gehoord worden. Simpelweg omdat haar zang, in combinatie met de songs, kan ontroeren. Om de cd per nummer te bespreken gaat te ver maar ik wil enkele pareltjes toch even aanhalen. Het openingsnummer “Old as the hills” bijvoorbeeld dat een prachtige spanningsopbouw kent en het reeds aangehaalde “Priest with balloons” dat voor mij één van de hoogtepunten is. Het is een schitterend lied met bijna hypnotiserend gitaarspel, simpele maar indrukwekkende percussieaccenten en een tekst, over het zoeken naar een betere wereld. die blijft boeien: “I want live where the traffic controlers are ballet dancers / and billboards are painted over with colours / where unkindness is fined /  And nobody feels like taking the comments...” Tenslotte wil ik nog aandacht vragen door het met een staande piano gedragen lied “Pigeon knows”. De kwetsbaarheid druipt van het nummer af. Als je de weg naar huis kwijt bent, volg dan de staart van de duif maar… Dit nummer wordt zo breekbaar gebracht dat je bijna bang bent om adem te halen omdat het de magie van het moment zou kunnen verbreken. Prachtig mensen, prachtig! De cd is opgenomen in The Moyarra School Hall in South Gippsland (Australië). Een klein wit schooltje ergens in the middle of nowhere. Als je “Pigeon knows” door de hoofdtelefoon beluisterd hoor je en voel je die intieme omgeving: het kraken van het hout, het aanslaan van de toetsen. Een dergelijke omgeving is geen studio. Dat er soms opnametechnische onvolkomenheden zijn te horen moet de luisteraar gewoon voor lief nemen. Sfeer is bij deze muziek vele malen belangrijker dan geluidstechnische perfectie. Ik ben erg onder de indruk geraakt van deze cd. Het is een plaat die door zijn soberheid je in jezelf laat keren. Je mee laat voeren naar een plaats waar gesproken woorden niet volgen, hooguit je gedachten. Ja, morgen ga ik naar de zee… (Ed Muitjens)  
Anais Mitchell: Young Man in America
Rein van den Berg 22-1-2012
Young Man in America is Anais Mitchell’s 5de album. Voor mij is het haar meest bevredigende plaat sinds Hymns for the Exiled. Thematisch is weliswaar weinig veranderd, en wordt de lijn doorgezet met datgene wat haar bezighoudt, en ze uit zich wederom zowel prozaïsch als poëtisch. Toch komt ditmaal iets zeer specifieks naar boven drijven. Hetgeen deze plaat van een diepere dimensie voorziet. Eentje waarin ze, bewust, dan wel onbewust, iets zeer persoonlijks van zichzelf openbaart. Anais is een perfectionist. Volgens mijn inschatting legt zij de lat consequent hoog voor zichzelf, en creëert hierdoor ook enorme verwachtingen bij haar omgeving. Waar ligt de basis van deze gedrevenheid? Vandaar mijn hypothese, want haar muziek heeft wederom te maken met thema’s als overgave, geborgenheid, verlangen en liefde. Tevens vind ik in de tekst frequent elementen terug van een vader die amper aandacht/liefde schonk, met als gevolg een dochter die alles in het werk stelt om in niets te kort te schieten. Zelfs nu, als volwassen vrouw, lijkt het alsof nog steeds de goedkeuring van haar vader gewenst is. Ouder/kind verhoudingen kunnen diepe wonden slaan, waardoor dit soort vicieuze cirkels worden gevormd. Anderzijds ontstaat er ontwapenende muziek, die bij vlagen voelbaar intens is. Hadestown, haar vorige project, – een eigentijdse opera geïnspireerd op het verhaal van Orpheus and Eurydice – kreeg weliswaar wereldwijd lovende recensies, maar ik vond het geheel teveel aangezet voor mijn smaak, te gekunsteld. Anais heeft haar verlangens dit keer afgezwakt van ongrijpbaar naar onbeantwoord en brengt daarmee deze plaat terug in de realiteit. Hadestown was ondanks mijn voorbehoud een mooie plaat te noemen, maar voldeed minder sinds Hymns of the Exiled gigantische verwachtingen gecreëerd had bij mij. Young Man in America ervaar ik in vergelijking daarmee als de inlossing van een belofte. Mitchell weet mij, net als indertijd bij Hymns for the Exiled, niet onberoerd te laten. Een koud gevoel dat via je rug naar boven kruipt. Haar metafoorrijke tekst betrekt niet zelden beeldspraak uit het Oude Testament, hetgeen haar werk overigens allerminst afbreuk doet. De productie van Young Man in America is net als vorige plaat in handen van Todd Sickafoose. Hymns for the Exiled gold indertijd als de verrassing van een onbekend singer songwriter. Young Man in America etaleert de klasse van een volwassen artieste. Anais geeft zich helemaal. Ze benut maximale zeggingskracht, deelt zelfs iets van haar gevoelsleven. Meer mag je in alle eerlijkheid toch niet vragen? Alleen een diepe buiging is hier op zijn plaats.   “Don’t matter what I do / I never do right by you / I only let you down I walk a hundred miles / On my knees to see you smile / All you do is frown” http://anaismitchell.com/
Darrell Scott: Long Ride Home
Rein van den Berg 14-1-2012
Wanneer het Americana-genre je aanspreekt, dan is Darrell Scott een fenomeen waar je niet omheen kunt/mag. Zijn A Crooked Road (van 2010) bevatte alle elementen waarom ik zijn muziek koester. En Darrell lijkt op dat album met deze elementen te spelen. Hij is meesterlijk in het buigen van lijnen, waardoor bijna iedere song meerwaarde krijgt, of voorzien wordt van een subtiele wending. Soms emotievol, soms imponerend. De metaforen die hij te pas en te onpas gebruikt nijgen bijna naar clichés, maar ik accepteer ze zonder te twijfelen aan 's mans authenticiteit. Scott laat met regelmaat zijn emotie spreken. Hij blijft echter met twee benen op de grond. Omdat hij nergens overdrijft of opzettelijk aanzet, weet je dat zijn emotie echt is. Take this restless hobo’s heart take this dreamer without dreams take the sadness with the love take the love with everything like you’ve stood through it all you’re still standing here today and i’ve known it all along you’ll be with me all the way though the times have been hard and the pleasures quickly gone but as we passed trough the shadows baby you kept shining on and on like a river overflowing you have carried me away and it’s your love that you keep showing you’ll be with me all the way take this message to my mother say her rambling boy is home won’t you tell her to be happy now i’ll no longer be alone take the pictures she will give you from a time so far away and won’t you tell her as you’re leaving (tell her) you’ll be with me all the wayDarrell Scott is voor mij zonder twijfel een gepassioneerd muzikant en artiest. Hij bewandelt zijn “Crooked Road” en illustreert dit levenspad met de talenten die hem gegeven zijn. Ook de titel van dit laatste album is kenmerkend voor de beeldende eenvoud die Scott gebruikt. Wanneer hij dan een foto toevoegt uit zijn jeugd, dan weet je gevoelsmatig dat Darrell voor zichzelf het punt heeft bereikt waarnaar hij streefde. Zijn discipline heeft hem gebracht tot de artiest/muzikant die hij momenteel is, maar niet zonder prijs wanneer je het nummer Someday goed beluistert. Hij is tevreden met hetgeen zijn carrière hem gebracht heeft. Ook in No Use for Living refereert hij aan datgene wat zijn leven momenteel ontbeert. Bij eerste beluistering van Long Ride Home kreeg ik de indruk dat Scott een aantal onafgeronde ideeën bij elkaar had geschoven. Bij nadere beluistering word je dan vanzelf meegezogen in de weemoed die hij opnieuw ten toon spreidt. De muziek grijpt terug op zijn jeugdjaren. Een album dat is opgedragen aan zijn in 2011 overleden moeder Evelyn. Een van die momenten die je stil doen staan bij het leven. Mede daarom dat Long Rode Home aanzienlijk leunt richting de countryzijde van de Americana. Meer dan wat ik van hem gewend ben. 16 nummers bevat dit album maar liefst, waarmee ruim een uur muziek wordt aangeboden. Een klassiek aandoend countrynummer doet hij samen met Wayne Scott. Het album was al afgerond toen 18 november eveneens de vader van Darrell stierf aan de gevolgen van een verkeersongeval. Hij verzorgt een gedeelte van de vocalen hier. Verder zijn op dit album van de partij Hargus “Pig” Robbins (piano), Dennis Crouch (staande bas) en uiteraard percussionist Kenny Malone. (Onlangs verscheen eveneens op DVD een live registratie van Scott & Malone onder de titel Jammin’ at Hippy Jacks). Een uitstekend duet met Guy Clark komt langs, evenals de vocale bijdragen van mensen als Tim O’Brien, Rodney Crowell en Patty Griffin. Een enkel nummer als You’ll Be with Me all the Way alleen al zegt waarom Scott’s muziek de moeite waard is. http://www.darrellscott.com/
Dave Desmelik: Deep Down The Definition
Rein van den Berg 14-1-2012
Dave Desmelik behoort tot die categorie artiesten die je gemakkelijk in de blinde hoek schuift, zeker wanneer je hem slechts voorziet van een oppervlakkige luisterbeurt. Zijn muziek verdient gewoon meer aandacht om hem op waarde te schatten. Bij zijn vorige album – Onlooker – ervoer ik dat, en datzelfde geldt wederom voor Deep Down The Definition. Het woord “Expliciet” trof ik ergens, aangebracht ter waarschuwing. Ik heb echter niets onvertogens of schokkends mogen ontwaren. Qua duidelijkheid laat deze troubadour weinig te wensen over. Geen politiek, doch eerder een romanticus die onze dagelijkse beslommeringen analyseert en luisterrijk blootlegt. Hij draagt zijn hart als het ware op zijn tong, zonder te verzanden in zelfbeklag of gezemel. Mooie beeldende teksten worden treffend weergegeven. De intensiteit is niet mis te verstaan. Op een manier die een nuchtere persoonlijkheid verraadt. Dit, vooralsnog, laatste album lijkt andermaal aan scherpte gewonnen waardoor ik Dave Desmelik verder in mijn hart heb gesloten. Hij is ontegenzeggelijk meer dan het stereotype: “man begeleidt zichzelf op gitaar”. Hij verstaat de kunst zich te onderscheiden puur op basis van karakter. Nog sterker als bij Onlooker krijg ik het gevoel dat Desmelik zijn eigen stijl gevonden heeft. En dat de man in vorm is blijkt wel uit zijn uitstekende gitaarspel. Zijn rauwe doch sierlijke manier van gitaarspelen doet  mij denken aan de wijze waarop de Britse Michael Chapman mij indertijd wist te imponeren. Deep Down The Definition is Desmelik´s zevende plaat, en volgens mij wordt het tijd dat deze Amerikaan (Georgia) door een grotere groep Americana / Alternatieve folk liefhebbers “ontdekt” wordt. Hij is zonder enige twijfel één van de smaakmakers binnen dit genre. He captures the essence of doing things his way, gets a kick out of kicking back untamed on this day: zingt hij op He Won’t Go Down. Wanneer het water aan je lippen staat dan ben je tot veel in staat. Een plaat die zowel bedachtzaam als emotierijk is. http://www.davedesmelik.com/ https://www.cdbaby.com/cd/davedesmelik
Michael Lewis: The Natural World
Hans Jansen 9-1-2012
Grensgebieden zowel in de natuur als in onze emoties, creativiteit en ratio. Magische ervaringen wanneer we de nacht achter ons laten en het langzamerhand ochtend wordt. Mythische momenten wanneer tijdens een wandeling het veld in bos overgaat. Deze grensgebieden inspireerden Michael Lewis bij het samenstellen van zijn solodebuut The Natural World. Een album getooid met de ondertitel Lyric-Driven Songs Of The Borderland. Lewis benadrukt dat hij het nodige te vertellen heeft vanuit zijn hart en hoofd. Samen met zijn vrouw Denise Wilson vormt Michael, afkomstig uit Indiana, het duo Traveler’s Dream. Men speelt sinds elf jaar samen en schrijft inmiddels vier albums op hun conto. Hierbij putten beiden uit de Keltische folk en Amerikaanse traditionele muziek waarbij ook o.a. Frans-Canada als inspiratiebron dient.  Op The Natural World laat Lewis zich door zijn vrouw bijstaan op harmony vocals en Irish flute. Het instrumentarium bestaat verder uit cello, viool, staande en fretloze bas. Michael neemt gitaren, mandoline, bouzouki, piano en percussie voor zijn rekening evenals de vlekkeloze en open productie van het album.  Zijn warme stem spreekt direct aan, de voordracht bedeesd en ingetogen als David Wilcox en Larry John McNally. Het akoestische en klaterende gitaarspel is kristalhelder als dat van Bruce Cockburn. In zijn teksten deelt Lewis zijn voorliefde voor lyrische beschrijvingen van de natuur met de jonge Cockburn waarbij tevens het werk van Erica Wheeler op haar onvolprezen Good Summer Rain uitstekend als referentiepunt dienstdoen kan. Naast een ondertitel bij het gehele album vermeldt Michael bij elke song in welke maand en jaar deze geschreven werd en vaak tevens voorzien van een korte introductie. Hierdoor leest het bijgevoegde boekje welhaast als een inkijkje in zijn persoonlijke dagboek.  Op The Natural World maakt Lewis vele wandelingen die niet zelden tot nieuwe inzichten leiden waarvan hij hier geïnspireerd verslag doet in dertien schitterende songs en één instrumentaal stuk waarin hij een winterse tuin tot leven wekt. De overgang van het donker naar het licht vangt Michael in Solstice Night. Dit was onlangs mijn allereerste kennismaking met zijn muziek en deed mij onmiddelijk tot aankoop van het album overgaan. Lewis belijdt hier zijn voorliefde voor de winter en de stilte wanneer er een dik pak sneeuw gevallen is. De donkere en langste nacht van het jaar verlicht door sneeuw. Dat hij een aandachtig beschouwer van zijn natuurlijke omgeving en zichzelf is laat What I Believe horen en waarbij “anders kijken” tot verdere verdieping leidt. In het meeslepende Something To Give vraagt Michael zich af wat juist hij kan doen om de wereld tot een iets betere plek te maken en waarin hij zijn vrienden en zijn vrouw liefdevol portretteert. Het absolute hoogtepunt van dit puntgave album is wat mij betreft het met een kraakheldere mandoline openende Into The World I Go. Lewis beschrijft hier hoe hij in alle vroegte op staat om aan één van zijn vele wandelingen in de alomtegenwoordige natuur te beginnen.  Dit is Michael Lewis ten voeten uit: “streams and dreams play in my head, fresh as dew on summer’s bed, now sets my mood, I close the door, into the fields I go”.  Luister, ergens daar in de verte huilt een coyote... Volstrekt oprecht en ongekunsteld, The Natural World door Michael Lewis. Een pronkjuweel.
Ralf Illenberger: Red Rock Journeys
Rein van den Berg 9-1-2012
Ralf Illenberger schreef zelf begeleidende woorden voor bij zijn nieuwste album, Red Rock Journeys. Voeding voor zijn instrumentale songs vond hij in The Red Rock. Thuis in de streek Sedona (Arizona), waar deze Duitse gitarist sinds geruime tijd woont. De rotsige natuur bood de rust die Ralf gebruikte om te komen tot zijn akoestische landschapjes. De originele basistracks werden in de (Stockfisch) studio te Northeim hernieuwd ingespeeld. Samen met bassist Sandro Gulino ontstond aldaar het beoogde eindresultaat. Ieder individueel nummer krijgt naast een beeldende titel, een bescheiden nadere korte uitleg. Het nummer Osterspaziergang / Soleil werd geschreven op paaszaterdag, vrij geïnspireerd naar Goethe’s hymne op de zon, en bij Thinking of You – een walsje – verwijst Illenberger naar twee van zijn favoriete Franse componisten: Ravel & Debussy. Dergelijke links leg ik als luisteraar zelf niet, maar laat me desondanks gewillig meezuigen door hetgeen de beide musici me ruim 50 minuten lang voorschotelen. The Kiss werd op dit album overigens ingekort tot 7:34, terwijl de normale tijdsduur 41 minuten schijnt te zijn. De melodielijnen zijn niet voorspelbaar. De structuur blijft verrassend. De musici weten terdege te intrigeren, maar ontbranden zelden in een spanningsveld die iemand als – een door mij enorm gewaardeerde - Marc Ribot neerlegt. Volgens mij moet je luisteren zonder verwachtingspatroon, en het muzikale gelaten over je heen laten gaan. Dat Ralf op een verschrikkelijke manier de stof van zijn instrument blaast is absoluut ondenkbaar. Red Rock Journeys schiet nergens uit zijn slof en bewandelt trouwmatig een vakkundig degelijkheid. Uitermate knap, maar emotioneel enigszins bloedeloos. Een feilloze instrumentale plaat maken waar emotie vanaf vloeit valt niet mee. Ralf Illenberger beoogt met zijn relativerende werkjes ongetwijfeld een ander uitgangspunt. Hij doet bij voortduring een poging te blijven boeien, maar of hij met Red Rock Journers een enthousiast publiek aanboort wens ik te betwijfelen. Daarvoor is zijn  muziek in mijn oren te vrijblijvend. Geen slechte plaat, ongetwijfeld eentje die door vakbroeders op handen wordt gedragen, of zijn weerklank vindt in de klassieke hoek. Zelf blijf ik iets hangen in het luchtledige. http://www.ralfillenberger.com/
Lynne Hanson interview

Kyle Carey: interview

The JG Charts

Three Metre Day
Stay That Way
Coasting Notes
Red Molly
Oh My Michael
Light in the Sky
Martin Simpson
Brothers Under the Bridge
Purpose + Grace
Shelby Lynne
The Thief
Revelation Road
Ry Cooder
El Corrido de Jesse James
Pull Up Some Dust & Sit Down
Brigitte DeMeyer
West Side Mama,South Side Me
Rose of Jericho
Various artists
Johnny Has Gone For a Soldier
Dark River
John Prine
Hello In There
The Singing Mailman Delivers
Matty Charles
Caravan of Misfits
Back at Your Door
Jackie Oates
Brigg Fair
JackieOates-Saturnine
Catie Curtis
After Hours
Stretch Limousines on Fire
Huke Green
Letter to a Son
Rustic Poet
June Tabor & Oysterband
Love Will Tear Us Apart
Ragged Kingdom
Joy Kills Sorrow
Jason
This Unknown Science
Sarah Siskind
Novel
Novel

Replay

Lou Reed – Rock ’n Roll Animal
Het had mijn inleiding moeten zijn met betrekking tot een terugblik op “New York” van Lou Reed. Maar toen ik met de inleiding bezig was besefte ik de impact van deze live-plaat die nu nog altijd een bijzondere plaats inneemt in mijn collectie.  “Rock ’n Roll Animal”: het is mijn eerste echte kennismaking met Lou Reed geweest. Het was ergens eind jaren ’70 in de slaapkamer van mijn buurjongen, Leon, waar wij met grote regelmaat naar muziek luisterde. Muziek die zich toen nog hoofdzakelijk beperkte tot rock van het stevige segment a la Black Sabbath, Deep Purple, AC/DC en Status Quo. Een neef van Leon, die behoorlijk ouder was, leende nog wel eens LP’s uit die, moet ik zeggen, bij Leon in vertrouwde handen waren. De kwetsbare zwarte schijven van vinyl werden met de grootste zorg en voorzichtigheid op de draaitafel gelegd. De spanning van het moment dat de naald de plaat raakte kan ik zo weer oproepen. Het zijn van die simpele geneugten uit je puberteit die je voor altijd bijblijven. De uitgeleende LP’s zaten steevast in een bruin skaileren koffertje. Onze muzikale horizon was destijds dusdanig beperkt dat wij die bewuste neef als een connaisseur pur sang beschouwde. Ik kan mij nog herinneren dat ik met veel ontzag de indrukwekkende hoezen van “Sheik Yerbouti” (Zappa), “Straight Shooter” (Bad Company), “Wired” (Jeff Beck) en “Rock ’n Roll Animal” uit het koffertje haalde. Vooral die hoes van Reed vulde mij met nieuwsgierigheid. De mysterieusheid spatte er gewoon vanaf. Aan de voor-en achterzijde een drietal foto’s van Reed “on stage”. De ogen zwaar opgemaakt, in het zwart gekleed en uiteraard, zou ik bijna zeggen, zijn lippen en nagels voorzien van dezelfde duistere kleur. Daarbij droeg hij een zware leren hals-en armband. De binnenkant van de uitklapbare hoes was eveneens nagenoeg zwart (op enkele grofkorrelige zwart/wit foto’s na). Verder stond er de volgende tekst geschreven: When the smack begins to flowThen I really dont care anymoreAbout all you Jim-Jims in this townAnd everybody putting everybody else downAnd all the politicians making crazy soundsAnd all the dead bodies piled up in mounds Een tekstpassage uit “Heroin”. Hier zong iemand gewoon over zijn heroine gebruik… Mijn geromantiseerd beeld van de ultieme rocker waarbij “Sex, Drugs en Rock ’n Roll” uit diens poriën ademde kreeg die dag een gezicht: Lou Reed… En dan de muziek: bij alleen al het instrumentale intro (dat overgaat in een gloedvolle versie van “Sweet Jane”) werden voor mij nog onbekende muzikale deuren geopend. Hier hoorde ik een heel soepel spelende band (toch ietsje anders dan Sabbath en Quo, toch?) en ik werd voor het eerst geconfronteerd met twee sologitaristen (Dick Wagner en Steve Hunter) die, behalve dat ze elkaar bijzonder goed aanvoelden, om beurten de meest fraaie solo’s uit hun gitaar wisten te toveren. De opkomst van Lou Reed, met die heerlijke repeterende riff van “Sweet Jane” waarover één van de gitaristen genadeloos maar tegelijkertijd tergend mooi soleert, kan me nu nog kippenvel bezorgen. De zang van Lou Reed maakte het beeld van die compromisloze, drugsgebruikende rocker compleet. Zingen kon ik het niet noemen. Als ik toen geweten had wat rap inhield dan had ik wellicht zo omschreven. De LP versie van 1974 telt vijf nummers. Naast “Sweet Jane” en “Heroin” zijn tevens Bowie’s “White Light/White Heat”, “Lady Day” en “Rock ’n Roll” terug te vinden op de zwarte schijf. Alleen “Lady Day” is afkomstig uit Reed’s post Velvet Underground periode. Dit nummer, dat op het omstreden “Berlin” is terug te vinden, kent een bloedmooie uitvoering. Dat geldt eigenlijk voor de gehele cd maar het hoogtepunt is toch onmiskenbaar die ode aan die bruine substantie die heroïne heet en die tegelijkertijd zoveel mensen naar de kloten heeft geholpen. Vandaar misschien dat het nummer zoveel dramatiek in zich heeft. De orgelsolo is in mijn ogen dan ook minder theatraal te noemen dan dat wel eens wordt gesuggereerd. Nee, voor mij is de uiting van het besef dat je aan heroïne  kapot gaat maar desondanks de drang niet kunt weerstaan. Of om in de woorden van Reed te blijven: “It’s my wife and it’s my life…” Op de remaster van 2000 zijn twee nummers toegevoegd. “How do you think it feels” en “Carolyn says I”. Soms moet aan een heruitgave geen extra nummers worden toegevoegd. De “extended version” op cd vind ik daar een voorbeeld van. Het kan zelfs averechts werken omdat de chemie, die je met een plaat hebt, kan verdwijnen. Gelukkig zit er een stevige “skip toets” op mijn cd speler… Overigens is in 1975 nog “Live” verschenen waar nog een aantal andere nummers van het betreffende concert op LP zijn uitgebracht. Het kan niet tippen aan “Rock ’n Roll Animal”. Lag het nou aan die Velvet Underground nummers dat “Rock ’n Roll Animal zo sterk was? Ik weet het niet maar in de jaren '80 publiceerde “De Oor” een top 100 aller tijden en op plaats 1 stond de LP van “The Velvet Underground & Nico”. Ik had nog nooit een noot gehoord van deze roemruchte band maar aangezien ook “Heroin” op die schijf terug te vinden was heb ik hem voor 15 gulden gekocht. Het was me nog nooit eerder gebeurd maar ik heb de dag erna de plaat weer vrolijk teruggebracht. Ik kreeg er nog maar een 10 gulden voor maar het kon me voor geen meter schelen: wat een bagger vond ik het! Pas veel later heb ik de cd toch nog eens beluisterd en tsja, zelfs weer gekocht. Ik ben aan de ene kant hardleers en aan de andere kant geef ik ook niet graag op. Vandaar… Ik begrijp de VU plaat nu veel beter, kan hem ook waarderen maar hij staat voor mij nog altijd in geen enkele verhouding tot die magistrale live plaat die Reed in 1974 op de markt bracht. Nee, “Rock n Roll Animal” is voor mij niet alleen de ultieme live plaat maar ook een keerpunt. Het sein dat er meer was dan twaalf maten boogieblues en zware gitaarmuren met sinistere teksten. Dit is mijn ode aan een man die een legende had kunnen zijn als hij op tijd de pijp was uitgegaan. Even komt toch die morbide en zieke gedachte bij me op: “Wat als..” Ik maak de gedachte niet af. Ik zie het hoesje van “New York” op mijn bureau liggen en weet dat het zo heeft moeten zijn. “New York…”, nee, die is toch echt voor een andere keer… (Ed Muitjens) 
Jerry Giddens: Livin’ Ain’t Easy
Jerry Giddens heeft sinds kort een nieuwe CD uitgebracht; Little Demons. Tegenwoordig is hij docent aan de universiteit van Tulane in de staat Louisiana, maar in een ver verleden was hij een fulltime muzikant. Leefde van de muziek, en schreef verschillende bezielde songs. Hij was/is frontman van de band Walking Wounded (Ze hebben diverse politiek geladen albums op hun naam staan, waarvan Artifical Hearts - uit 2002 - wellicht de bekendste is), maar mijn belangstelling ging primair uit voor Giddens als solo artiest. Zijn eigen thema’s beperken zich tot beschrijvende verhalen, fantasierijk zowel als persoonlijk. Poëtisch, maar overtuigend als een eigentijdse Film Noir.  Mijn eerste kennismaking met zijn muziek was dankzij  Livin’Aint’t Easy uit 1989. Uitgebracht op het Sawdust Records, een onderdeel van het befaamde Duitse Line label, waar rond die periode zoveel illuster materiaal verscheen. Reden om eens een blik terug te werpen in zijn muzikale verleden.  De openingssong van Livin’ Ain’t Easy vond ik indertijd fascinerende vanwege de zeer rechtstreekse tekst. Was die serieus, of slechts een onderkoeld soort zwarte humor. De openingsregels liegen er niet om: Remember Reuben Salazar? His head blown off in a barrio bar. He still walks in East L.A. i thought I saw him Yesterday. Ook de daarop volgende nummers vertonen een vergelijkbare tendens. In The Train volgt het verhaal van the Weasel & the Cricket. Wederom een macaber scenario, ditmaal met een open einde.  De muziek van Giddens was duister op die plaat, met daaraan voor mij gekoppeld een mengeling van humor en ongeloof. Het leven is niet eenvoudig is de les van dat album. Ondanks het tekstuele gehalte wist ook de muziek mij te boeien. Geen elektrische powerrock, maar teruggehouden akoestische settings, soms nagenoeg live. Ondanks de haast voelbare muzikale spanning bleef het ingetogen karakter van deze plaat de boventoon voeren. Wanneer ik nu Livin’Ain’t Easy beluister dan hoor ik primair een kleine bezetting die de tijd wist te bevriezen. Jerry Giddens trekt met zijn rauwe zang de meeste aandacht in deze “pre-Americana” plaat. Eentje die nog steeds de moeite van het beluisteren waard is. Bijna ben ik geneigd te zeggen, een beeldend beschreven liefdesliedje voor de onbereikbare Diana “dat maken ze tegenwoordig niet meer”. Onzin natuurlijk, maar mijn voorstellingsvermogen wordt wel aangewakkerd wanneer ze stil voor hem danst, en hij zinnen gebruikt als “It’s getting real quiet on the freeway and all I can hear is the radio blowin’ soft and low” terwijl Jerry en Diana zoevend door een uitgestrekt landschap rijden. http://jerrygiddens.com/
Bob Martin: Last Chance Rider
In 1988 kocht ik – in tegenstelling tot de meeste van mijn muziekvrienden – nog steeds langspeelplaten. In dat jaar stapte ik wel over, net als hen, naar een inmiddels eveneens achterhaald formaat. Eén van de laatste exemplaren moet geweest zijn: Frank Zappa’s Guitar. Een dubbel-lp waarop ik mijzelf trakteerde. Mijn vrouw was in april van dat jaar bevallen van mijn oudste zoon, en ik beleefde een euforische roes aan gelukzaligheid. Niet lang daarna zette mijn muziekverzameling zich door in de vorm van deze nieuw geformatteerde geluidsdragers. Met name het compacte element spraak me enorm aan. Dat het geluid superieur zou zijn – toen had men ook al slimme verkooppraatjes - viel reuze mee. Rond 1998 bracht ik mijn lp-verzameling terug tot ongeveer 100 stuks. Het grootste aantal verkocht ik op de Utrechtse platen- en cdbeurs. Herinner mij een Japanner die – zeer tevreden - drie Nico platen van me overnam. Achteraf heb ik spijt gehad dat ik mijn exemplaar van Eric Taylor’s Shameless Love verkocht heb (de geanticipeerde heruitgave op cd liet veel langer op zich wachten dan ik vermoedde). Ook het gelijknamige debuut van David Forman (Op Arista) had ik toen niet moeten laten gaan. Alles wat me verder lief was uit die periode staat nu nog steeds in de kast. Uitsluitend platen die me qua muziek dierbaar zijn, of omdat ze een herinnering levend houden. Sindsdien heb ik nog incidenteel platen gekocht. Enkel wanneer het muziek betrof van artiesten wiens desbetreffende werk niet voorradig was op cd. Last Chance Rider van Bob Martin viel automatisch in die doelgroep. Zijn The River Turns the Wheel vond ik dusdanig indrukwekkend dat ik meer muziek van deze man moest horen. Wanneer muziek voor het oprapen ligt dan schenkt mij dat minder bevrediging als wanneer er een zoektocht aan vooraf ligt. Het vinden van Last Chance Rider nam enige tijd in beslag, maar werd uiteindelijk beloond. Gelukkige als een kind ook al betrof het geen gaaf exemplaar. Het was zelfs een promotioneel exemplaar afkomstig van een radiostation en bevatte een lichte beschadiging aan de hoes. Op de achterzijde staat met ballpoint bijgeschreven: “Sounds like Bob Dylan” Niet een titel die veel verkocht zal zijn buiten Kentucky, maar dat deerde me totaal niet. Ik wilde primair de muziek. Het vinyl zelf was in uitmuntende staat, amper gespeeld. Een conversie naar cd was zo gemaakt en sindsdien staat de fysieke Last Chance Rider naast Dave Mason’s It’s Like You Never Left. De muziek was zoals ik gehoopt had. Een singer songwriter die waarde hechte aan een traditioneel stuk muziek. Als country folk zou ik het willen omschrijven, met banjo, pedal steel en fiddle, en uiteraard Bob die zichzelf begeleidt op gitaar, piano en mondharmonica. An Old Time Country Tune that brings you back to me: schalde door de speaker, alsof de plaat een terechte eindbestemming had gevonden. Tien nummers slechts, maar wel nummers met een ziel. Een nummer als Appalachia Lullaby spreekt me nog steeds enorm aan. De wijze waarop Martin zijn gevoel voor de stad schets, in contrast met de warmte van het platteland. Ook het poëtische Hotel St. James is sindsdien nog geen moment vergrijsd. Like a Good Ship giving Passage, To the poor and disconnected. Make a new man resurrected. Where the old man used to be. Bob schets het verhaal van een zwerver die op straat wordt gevonden met als schamele bezitting een vergeelde foto van een leven dat hij ooit had. (Lonely) Last Chance Rider dateert origineel van 1982, en verscheen indertijd op June Appal Recordings.  Op een bijschrift staat vermeld: “Bob Martin is a singer/songwriter of sleezy hotels, mill town bars and all night diners. After his first album in 1972 on the RCA label entitled, Midwest Farm Disaster, Martin traveled extensively with a band for three years playing “a lot of strange places. Shortly after 1974, he vanished from the music scene.” Via Hans Jacobs’ bemiddeling staat hij echter binnenkort – maart & april - weer op een aantal podia in ons land. De tour is gedoopt Last Chance Rider. Ik hoop dat Bob Martin een aantal nieuwe songs meeneemt. Songs geslepen tot in de kleinste details door deze perfectionist, en uiteraard mag hij en passant een cd-uitgave meenemen van Last Chance Rider. Graag zelfs! Jezelf dertig jaar verborgen houden lijkt me genoeg. http://www.riversong.com/ http://www.youtube.com/watch?v=qNrlXI2n-Tw
Anais Mitchell: The Song They Sang…When Rome Fell
Iedereen heeft zo zijn eigen favoriete artiest. Zelf heb ik meerdere. Heb moeite met keuzes maken wanneer het criterium “smaakvol” in zichtbaar wordt. Eén van de vrouwelijke singer songwriters waarbij bij mij mega verwachtingen werden gewekt was Anais Mitchell. Haar Hymns for the Exiled sloeg indertijd in als een bom, fascinerende, pakkende openingsregels. Als een absolute topplaat ervoer ik dat toen, en doe dat nu nog steeds. Een plaat die instant onderhuids kroop. In eerste plaats vanwege haar diepgravende teksten. Ze protesteerde enerzijds tegen de gevestigde orde, was anderzijds begripvol, zich realiserend dat het ene niet functioneert zonder het andere. Discipline en compassie kunnen blijkbaar wel degelijk samengaan. Elementen die binnen mijn boekje onoverkomelijk aan elkaar verbonden dienen te zijn. Naast de informatieve lading binnen haar teksten – ze heeft een journalistieke opleiding gevolgd – weet ze me primair te roeren. Haar teksten zijn geen oppervlakkige verhaaltjes, maar zijn uiteenzettingen met emotionele betrokkenheid. Haar komende CD (verwacht per februari 2012) verraadt in zijn titel dat Anais wederom valt op een onderwerp welke haar inspireert en raakt. Een terugkerend thema in haar werk. Wilderland, Young man in America is volgens mijn inschatting een album dat handelt over de veranderende wereld. Het registreren van een teloorgaande maatschappij, zoals Rome destijds. Zijn we in staat het roer te wenden? Haar debuut, The Song they sang…When Rome Fell, dateert van 2002. Ze nam dit - inmiddels niet meer verkrijgbare-  album op in één middag te Austin, Texas. Om precies te zijn op haar 21e verjaardag, 26 maart 2002. Het album droeg ze op aan haar broer en al diegenen “who keep rocking the boat in the free World!”. Een volwaardig folk album met uitsluitend Anais, een akoestische gitaar, en haar bezwerende stem. The Calling opent het album gedurfd waarvan de eerste zinnen a capella. Een plaat van een jonge vrouw die weliswaar jong zelfstandig is, maar haar weg zoekt in een intrigerende wereld. Geen wereldplaat, maar wel eentje gevuld met eigenzinnige gedachten. Muziek van een jonge vrouw die de liefde bezingt, ruzies met haar lief beschrijft, en daarna hun conflict bijleggen. Ook bevat dit album al een eerste versie van de titelsong van haar volgende plaat: One two three four five six seven The word came down to him from heaven And naked as an animal he knew Everything of flesh and bone He could call it all his own If he could name it He could lay claim to it too But after all the word was spoken You sent him out into the open All alone to make his broken promise Whole again Eight nine ten eleven twelve Did you see how far he fell And did you watch him Covering his body in his shame Wanting you near him Though you couldn't hear him He was falling down With your name in his mouth In 2003 ontvangt ze niet alleen een nominatie tijdens het prestigieuze Kerrville Folkfestival, maar blijkt tevens 1 van de winnaars. Haar eerste stappen naar roem lijken hiermee gezet. Het jaar erop verschijnt via Andrew Calhoun’s platenlabel Waterbug haar doorbraak naar een groter publiek. Ani DiFranco die zich daarna met alle goede bedoelingen over haar ontfermt. The Song They Sang … When Rome Fell is ontwapenend vanwege zijn eenvoud, ontbeert wellicht de klasse van zijn opvolger, maar blijft desondanks een volwaardige steen binnen haar repertoire. Ik lees wel eens dat sommigen moeite hebben met haar zang, alsof ze van de helium heeft gesnoept. Stap simpelweg over dit vooroordeel heen, na drie luisterbeurten is dat mogelijke euvel al geen issue meer. Begin bij haar tweede, een plaat die barst van uniek luistermateriaal. Eentje om naar uit te kijken. Een veelzeggende plaat die Anais Mitchell onderscheidt van de meeste hedendaagse zelf componerende zangeressen. Een plaat die rust uitstraalt. Luister ter illustratie naar een nummer als Orion,waarin ze afscheid neemt van een collega muzikant die dood gevonden werd in zijn appartement, of I Wear Your Dress, die zich niet beperkt tot een eerbetoon aan haar grootmoeder, maar een vergelijking schets tussen het verleden en nu. http://anaismitchell.com/
Kim Stockwood: Back To The Water
Dit album is al eerder dit jaar verschenen. Door omstandigheden kwam ik er pas later in het jaar echt aan toe om dit werkje te laten beklijven. Ik wil jullie dit album echter niet onthouden.  Ik zag dit jaar een aantal albums uitkomen met als thema 'water'. Naast June Tabor bracht ook Anna Coogan een album uit waar dit centraal stond. Ook de Canadese singer-songwriter Kim Stockwood bracht een album uit waarop water het belangrijkste thema is. Kim Stockwood is in Canada bekend geworden met het folk-pop damestrio Shaye. Maar al sinds 1995 brengt ze ook solo-albums uit. Haar dit jaar uitgebrachte album Back To The Water is haar vierde solo-werkje. Daarnaast heeft ze een eigen ochtendshow op de Canadese radio. Stockwood woont en werkt al jaren vanuit Toronto, maar heeft haar geboortegrond in  St. John's in de staat Newfoundland And Labrador. Dit is een staat liggend in het uiterste oosten van Canada, waar historisch vele Engelse, Ierse en Franse invloeden bijeenkomen. Het is een provincie met vele meren en ruwe rotsen en kliffen en liggend aan de Atlantische oceaan. Het is tevens een broedplaats voor muzikaal talent. Naast Stockwood komen uit hetzelfde gebied ook mensen als  Amelia Curran en Glen Tilley die ook op dit album act de precense geeft.  Ik heb onlangs een documentaire gezien over het gebied en kan mij voorstellen dat Stockwood zo nu en dan heimwee heeft naar dit gebied. Dat zou verklaren waarom ze op Back To The Water terugkeert naar St. John's om daar met een aantal locale muzikanten een album vol folk en traditionals uit Newfoundland And Labrador op te nemen. Uit deze indrukwekkende collectie songs  zijn duidelijk de Engelse, Ierse en Franse invloeden te horen uit de koloniale periode. De accordeon bijvoorbeeld neemt een grote rol in op het album. Daarnaast is de Engelse folk nooit ver weg en zijn ook Ierse muzikale aspecten, zij het minder, terug te horen.  In ieder geval heeft elk nummer een verhaal en kern die te maken heeft met de binding die het gebied met water heeft. De cd opent met het mooie St. John's Waltz en verhaalt over deze idyllische stad aan de Canadese kust. Het is een van de twee nummers die Stockwood van de plaatselijke songwriter Ron Hynes heeft opgenomen. De ander is Atlantic Blue, een hartverscheurend verhaal over de 84 verloren levens die er te betreuren waren na het zinken van een olieplatform aan de kust van Newfoundland in 1982. Now I'm 64 is afgeleid van een traditional en gaat over het snelle verstrijken van de tijd en het verlangen naar vroeger dagen. Naast vele oude traditionals en werk van andere songwriters heeft Stockwood één eigen nummer opgenomen: Back To The Water, het titelnummer. Het is haar ode aan haar geboortegrond en de binding die zij, en de meeste mensen die opgegroeid zijn aan het water, met dat water hebben.  Het is een heerlijk en eerlijk folkalbum geworden dat lekker losjes ingespeeld is en het spelplezier is duidelijk terug te horen. Dit in tegenstelling tot het album van June Tabor dat, hoewel van een grote schoonheid en pracht, nogal zwaar op de hand is. Zoals eerder aangegeven is het muzikaal een cd die door de historisch bepaalde invloeden door liefhebbers van de Canadese en Britse folk zeker gehoord mag worden. Voor mij in de folk scene een van de mooiere albums van dit jaar.
Cara Jean Wahlers & Grover Parido: Goodnight Charlotte
Een van de mooiere cds van 2010 - waar recentelijk mijn aandacht op viel - is deze van Cara Jean Wahlers & Grover Parido. Zeer terecht wordt vermelding gemaakt van de cellist Parido, want zonder zijn sfeervolle inbreng had dit album geheel anders geklonken. De zalvende genoeglijke zang van Cara Jean sluit overigens weldadig aan bij de sfeer die dit album prijsgeeft. De composities zijn van hun beide, geschreven over de periode van een aantal jaren. Over verdere musici wordt op dit album niet gerept, met uitzondering van de harmonieuze achtergrondzang van Cathy Parido in het nummer Angels. Wie verantwoordelijk is voor het vlotte basspel op Next to You kan ik derhalve niet met zekerheid beantwoorden. Goodnight Charlotte valt qua genre te rubriceren binnen de eigentijdse folk. Het tempo ligt laag, de liedjes zijn bewust klein gehouden en zijn volledig akoestisch. Een stil album. Waarom hen zo weinig aandacht ten deel is gevallen valt slechts te raden. Evengoed durf ik dit album te classificeren als uitzonderlijk mooi. Tien mooie nummers; zoals Heroes, waarin een mooi sfeertekening wordt gecreëerd met de naderende winter. Of een nummer als Black Dog, waarbij de herinnering aan een verleden relatie met een zekere Steve wordt beschreven, en zijn zwarte hond. Vandaar een terechte verwijzing naar Led Zeppelin. Marks on the Earth ervaar ik als een van de uitschieters. Een poëtische beschreven gebroken hart. Niet alleen een sterk nummer vanwege de tekst, de kracht van dit nummer zit tevens in de samenzang tussen Cara Jean en de cello van Grover.  Two hearts Burned their marks On the earth Last night In front of God And the trees And the sky And their smoke Filled the air With poisonous words And awkward despair Like the last time They were feeling This alone I'm tired of trying to prove that I'm beautiful Burning for you I'm tired to trying to prove that I'm good enough Broken hearts can burn, too De ambiance die Goodnight Charlotte oproept is vergelijkbaar aan de muziek van een band als Over the Rhine, terwijl ik ook Diana Jones binnen diezelfde context durf te noemen. Mocht je voor het eind van dit jaar nog van zins zijn een bestelling plaatsen bij CDbaby, dan raad ik je aan deze plaat toe te voegen. Durf met overtuiging te stellen dat hij in de smaak valt. Muziek voor hoofd en hart. Ideaal voor de donkere dagen, en de periode rond kerst. http://www.carajeanwahlers.com/ http://www.cdbaby.com/cd/wahlersparido  
Kevin Meisel: Coal and Diamonds
Tot dusver heeft Kevin Meisel de belofte nog niet in mogen lossen. Zijn debuut was indertijd zeer veelbelovend, maar een gelijkmatige of stijgende trend werd niet ingezet. Die eerste was een eenduidig americana-product; duister en gruizig, vol van Springsteeniaanse invloeden. Een afgemeten geheel van countryfolk. Zijn latere albums kregen niet die mate van aandacht dat ze werden opgepikt. Wellicht lag het aan de inhoud, mogelijk aan de aansturing, want ook op dat front wil e.e.a. wel eens tekortschieten. Zijn vierde – Black Orchard Songs – is onlangs verschenen. De eerste impulsen die ik oppikte waren enthousiast, en het zou fantastisch zijn wanneer deze man zijn reikwijdte kan verruimen. Coal and Diamonds werd overwegend thuis in Belleville, Michigan geschreven en opgenomen. Ergens in de periode februari 1997 en mei 1998. Thematisch heeft deze artiest veel “geleend” van Bruce Springsteen, echter de ingetogen zang scoort punten bij mij. De longinhoud van The Boss komt mij soms iets te centraal op het mengpaneel. Tijdens het wordingsproces openbaarden de nummers van Coal and Diamonds zich fragmentarisch aan Meisel. Restte hem de taak ze tot een eenheid te smeden. Kenners die de groeven van hun geheugen aftasten kunnen zich ongetwijfeld herinneren dat het complete album als eenheid aanvoelt. Dit debuut kwam tot stand via het label One Man Clapping. Een zorgzaam label die meerdere artiesten onder zijn hoede had genomen. Naast Meisel als vertolker van het Amerikaanse gevoel voor vrijheid en onbaatzuchtigheid bevatte dit label ook voortreffelijke albums van Chris Buhalis, Lisa Hunter, Jim Roll, Gary Cornelius & Brian Lillie. Dit label voelt aan als het teruggrijpen naar een schoenendoos volgestouwd met oude herinneringen. Ook een blues geïnspireerde artiest als Rollie Tussing bloeide op dat label. Zijn album Blow Whistle Blow is fantastisch luistermateriaal, helaas ondertussen onverdiend ook zo’n verstoft, ondergewaardeerd album. Allemaal muziek die voortkwam uit hetzelfde gedachtegoed, en deze bezieling terugbetaalde in de vorm van muzikale inspiratie. Coal and Diamonds is een aaneengeregen verzameling van juweeltjes. Een gevoelig nummer als Train Wreck at Cajon Pass handelt over afscheid nemen, en grijpt me nog net zo aan als ruim 10 jaar geleden. Ook in Tethered Angels laat Meisel horen bedachtzaam zijn woorden te kiezen. Verhalend. Spanning opbouwen, waarbij hij een onoverkomelijk einde niet schuwt. Traditionele muziek zoals deze veroudert amper. Het luistergenot is nog lang niet gedoofd, en deze hernieuwde kennismaking doet me uitzien naar Black Orchard Songs. En indirect tevens hopen dat de distributie voor deze man’s werk verbetert. http://kevinmeisel.com/
Bruce Springsteen: Nebraska
“I saw her standin' on her front lawn just twirlin' her baton / Me and her went for a ride sir and ten innocent people died / From the town of Lincoln Nebraska with a sawed off .410 on my lap / Through to the badlands of Wyoming I killed everything in my path / I can't say that I'm sorry for the things that we done / At least for a little while sir me and her we had us some fun.” Met die vier zinnen opent de titeltrack van Nebraska, de vijfde plaat van Bruce Springsteen. Het is 1982, ik ben zesentwintig en op weg om voor de eerste keer van mijn leven vader te worden. Samen met twee wapenbroeders speel ik in een band die zich muzikaal ophoudt tussen Iggy Pop en The Clash, maar iets minder goed. De naweeën van de punkexplosie, enkele jaren eerder, daveren nog steeds door mijn aderen. De authenticiteit die in de seventies van lieverlee uit de muziek verdween, is in volle glorie hersteld door stelletjes ongeregeld uit de Engelse voorsteden, jonge kerels en meiden die naar gitaar en drums grijpen om hun onvrede met de maatschappij uit te schreeuwen. Ruw, brutaal, kwaad, ongegeneerd, opwindend en bij voorkeur loeihard.  Tussen al die woede en ontevredenheid biedt Springsteen mij een ander perspectief, dat van het geloof in een soort herrijzenis: niet alles verzandt in uitzichtloze ellende, er is altijd plaats voor hoop. En dat is een geruststellende gedachte, zo op de grens van het vaderschap. Born To Run is een openbaring en tegelijk een plaat waaruit eens te meer blijkt dat de Amerikaanse droom fictie is voor velen en een feit voor weinigen. Maar dat dit niet per definitie wil zeggen dat je alle hoop maar moet laten varen. Dat beeld wordt op Darkness On The Edge Of Town en The River nog eens dunnetjes in de verf gezet. Ik houd van de manier waarop Springsteen zich identificeert met zijn personages, het mededogen dat hij voelt voor degenen wier dromen nachtmerries blijken te zijn: the hustlers and the losers. Of de gewone werkende mensen, lieden die hun gezondheid naar de donder hebben geholpen om hun gezin uit de hardvochtige klauwen van de misère en de speculanten te houden. En dan is er ineens Nebraska. Eigenlijk is het niet eens een plaat in de strikte zin van het woord maar een verzameling demo’s waarop je een stem, mondharmonica, elektrische gitaar en akoestische gitaar hoort. Ondanks het feit dat de plaat niet de energie van de punk uitstraalt, herken ik meteen een overeenkomstige gedachte. Deze tien songs zijn zo rudimentair, zo ongepolijst, zo eerlijk, zo desolaat, dat ze dezelfde kracht uitademen. Nebraska is donker, misschien wel de donkerste plaat die Springsteen ooit uitbracht, en het is net dat duistere dat me de troost biedt als Rudi, een van mijn wapenbroeders – een monument van rust, een begenadigd gitarist en een nog begenadigder mens – tijdens een onschuldig zwempartijtje verdrinkt. De avond voordien hadden we nog een nieuw nummer ingeoefend. Het plotselinge verlies zindert door mijn ziel, ontwricht mijn leven,  ontploft als een bom in mijn vriendenkring en luidt het einde van onze rockband in. Er gaat geen dag voorbij waarop ik Nebraska niet uit de sobere hoes haal. Ik zit achter het stuur van auto’s die ik nooit had, kijk naar huizen die je hier niet vindt, rij over highways die ik alleen van films ken. Ik droom weg naar plaatsen waar ik nog nooit geweest ben, zoals Atlantic City. In de gelijknamige song zingt Springsteen twee zinnen die me houvast bieden en die ik later, op dagen dat verlies blijvend is en als een dolleman door je lichaam raast, als een soort mantra herhaal: “Well I guess everything dies baby that's a fact / But maybe everything that dies someday comes back.” Ik kijk uit naar die dag… Muziek lost niets op, maar het helpt en verzacht en verwarmt je hart als dat koud dreigt te worden. Dat is wat Nebraska, bijna dertig jaar nadat ik de plaat voor het eerst hoorde, nog steeds voor me doet. Soelaas, schoonheid en geestelijke rust bieden. 
Various Artists: The Fame Studios * 1961-1973
Tussen alle reguliere albums door kan ik enorm genieten van soul. Mijn voorkeur ligt binnen dat genre dan toch primair bij de begin jaren. Ik kies dan niet alleen de standaard klassiekers, maar hoor evengoed relatief onbekend werk. Het aanbod kan me voor de rest eerlijk gezegd niet gevarieerd genoeg zijn. Een Haute Cuisine aanbieder – er zijn meerdere die in deze tak van sport actief zijn – is Kent Records/ACE. Dat hun kluizen rijkelijk gevuld zijn blijkt ook nu weer. Dit is overigens de trendvolger van de ultiem mooie box die uitkwam in het najaar van 2008; Take Me to the River. Dat een vergelijkbaar procedé wordt toegepast wijst op het succes van de vorige box. Ook nu zijn kosten nog moeite gespaard op de research. Het geheel is wederom zeer uitvoerig gedocumenteerd. Voor mij duidelijk dat de samenstellers van deze 3 schijfjes gemotiveerd werden door hun liefde voor deze muzieksoort. Het bijbehorende boekwerkje bevat welgeteld 84 pagina’s. Voorzien met de meest gedetailleerde informatie en schitterende foto’s uit de periode dat deze studio’s te Alabama actief waren. Voor de echte kenner zal het “onbekende” ongetwijfeld reuze meevallen. Voor mij is dit album in de eerste plaats een ultieme inhaalslag. Ik herken voldoende gevierde artiesten, maar ontwaar een zelfde volume aan obscure acts. De lezer kan via de bijgeleverde link zich verlustigen aan de variatie aan artiesten die deze set bevat. Nummers als Gonna Make You Say Yeah van Terry Woodford zijn kort, maar trekken je automatisch terug in de tijd. Dit product is aanrader voor iedereen die de romantiek van deze periode in de soul wenst te herleven. Er komt zelfs een incidentele blanke act voorbij, zoals o.a. One Bad Apple van de jeugdige Osmonds, waarna het donkere stemgeluid van Spencer Wiggins voortgaat in een met blazers gevulde versie van I’d Rather Go Blind. “Een onontkoombare aanschaf” is hierbij slechts een welgemeend advies. The Fame Studios legt met dit product eenvoudigweg zijn ziel bloot. Bron: http://www.acerecords.co.uk/content.php?page_id=59&release=8849

Nieuwe reacties